Strafrecht H3 L1 (2021)

1 / 24
next
Slide 1: Slide
rechtenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Vandaag 
- Terugblik hoofdstuk 2
- Nakijken opdrachten hoofdstuk 2
- Bespreken hoofdstuk 3
- Huiswerk hoofdstuk 3 

Slide 2 - Slide

voorwaarden voor strafbaarheid 
1. strafbaar handelen
2. valt onder een wettelijke delictsomschrijving
3. wederrechtelijkheid
4. schuld 

Slide 3 - Slide

De eerste 2 voorwaarden moeten worden aangetoond door de OvJ. 
1. strafbaar handelen --> er moet een 'wil' achter dit gedrag zitten en het moet om een menselijke gedraging gaan. 
2. wettelijke delictsomschrijving 

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

In art. 178 lid 1 Sr staat: "Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie."
Welk deel is de delictsomschrijving?
A
Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak
B
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
C
Omkoping
D
met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak

Slide 6 - Quiz

In art. 178 lid 1 Sr staat: "Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie."
Wat is de sanctienorm?
A
Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt
B
met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak
C
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
D
Omkoping

Slide 7 - Quiz

In art. 244 Sr staat: "Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie."
Wat is de delictsomschrijving?
A
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie
B
Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
C
Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren
D
wordt gestraft

Slide 8 - Quiz

In art. 244 Sr staat: "Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie."
Wat is de sanctienorm?
A
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
B
die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
C
Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt
D
wordt gestraft

Slide 9 - Quiz

In art 262 lid 1 Sr staat: "Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."
Wat is de delictsomschrijving?
A
wordt, als schuldig aan laster
B
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie
C
Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt
D
Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is

Slide 10 - Quiz

In art 262 lid 1 Sr staat: "Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."
Wat is de kwalificatie?
A
laster
B
gestraft met gevangenisstraf
C
wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is
D
Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt

Slide 11 - Quiz

Lees - Bestanddelen 
timer
2:00

Slide 12 - Slide

Bestanddelen 
Diefstal - art. 310 Sr:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Slide 13 - Slide

Bestanddelen 
bijv art. 310 Sr:
- enig goed
- dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort
- wegnemen
- oogmerk
- wederrechtelijk
- toe-eigenen

Slide 14 - Slide

Wat zijn de bestanddelen van het onderstaande artikel?
Art. 244 Sr (seksueel misbruik minderjarigen): "Hij die met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie."

Slide 15 - Open question

Wat zijn de bestanddelen van het onderstaande artikel?
Art. 282 lid 1 Sr: "Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie."

Slide 16 - Open question

Lees - Wederrechtelijkheid en schuld
Verschillende vormen van opzet
timer
6:00

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Je hebt je arm gebroken en de arts in het ziekenhuis moet de breuk rechtzetten, zodat het goed aan elkaar kan groeien. Dit doet heel veel pijn. Toch is dit geen mishandeling. Welke voorwaarden ontbreekt?
A
Schuld
B
Wederrechtelijkheid

Slide 21 - Quiz

Zoek online artikel 287 Sr, artikel 289 Sr en artikel 307 lid 1 Sr op. Leg uit wat het verschil is tussen deze artikelen. Gebruik in je antwoord opzet en schuld.

Slide 22 - Open question

Examenmatrijs
Zoek de juiste examencodes bij hoofdstuk 3 

Slide 23 - Slide

Huiswerk 
- Maak de opdrachten in Boom
- Maak een samenvatting van hoofdstuk 3 

Slide 24 - Slide