H2 Geld genoeg, 2.2 Houd jij het overzicht? (Pincode 7e editie)

Welkom bij economie!
H2 Geld genoeg?

2.2 Houd jij het overzicht?

1 / 22
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom bij economie!
H2 Geld genoeg?

2.2 Houd jij het overzicht?

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we vandaag doen?


  1. Herhalen Theorie 2.1 Welke inkomsten en uitgaven heb je?
  2. Theorie 2.2 Houd jij het overzicht? Deel 1
  3. Zelfstandig aan het werk

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Herhalen 2.1
Lesdoelen:

Nu:
  • Kun je inkomens verdelen in drie soorten. √
  • Kun je oorzaken noemen van inkomensverschillen. √
  • Kun je verschillende soorten uitgaven beschrijven. √
  • Kun je bedragen omrekenen van maand naar week en andersom.√




Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Welke soort inkomen is het?

rente
A
inkomen uit arbeid
B
inkomen uit bezit
C
overdrachtsinkomen

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort inkomen is het?

huurtoeslag
A
inkomen uit arbeid
B
inkomen uit bezit
C
overdrachtsinkomen

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort inkomen is het?

salaris
A
inkomen uit arbeid
B
inkomen uit bezit
C
overdrachtsinkomen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort inkomen is het?

winst
A
inkomen uit arbeid
B
inkomen uit bezit
C
overdrachtsinkomen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort uitgave is het?

het abonnement van je telefoon
A
dagelijkse uitgaven
B
vaste lasten
C
incidentele uitgaven

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort uitgave is het?

een nieuwe scooter
A
dagelijkse uitgaven
B
vaste lasten
C
incidentele uitgaven

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort uitgave is het?

boodschappen
A
dagelijkse uitgaven
B
vaste lasten
C
incidentele uitgaven

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Frits krijgt € 7,- zakgeld per week. Hoeveel krijgt hij per maand?
A
€28
B
€30,33
C
€30
D
€30,42

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Jan krijgt per maand €100 voor het rondbrengen van reclameblaadjes, Jim krijgt week €25 euro voor het rondbrengen van reclameblaadjes. Wie verdient meer?
A
Jan
B
Jim

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

2.2 Deel 1
Lesdoelen:

Aan het eind van de les:

  • Kun je een begroting opstellen.
  • Kun je drie manieren noemen om een begrotingstekort op te lossen.
  • Kun je een maandelijkse reservering berekenen.
  • Kun je de kilometerprijs van een auto berekenen.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Begroting
Om te zien of je uitkomt met je geld, ga je budgetteren
     = Het op elkaar afstemmen van je inkomsten en uitgaven.

Je maakt daarvoor een begroting of budgetplan.                                                            Dat is een overzicht van je verwachte inkomsten                                                                en uitgaven voor de komende periode.



Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Overschot of tekort?
Inkomsten zijn hoger dan je uitgaven = begrotingsoverschot
Uitgaven zijn hoger dan je inkomsten = begrotingstekort

Zo’n tekort kun je op drie manieren oplossen:
  • Zorgen voor meer inkomen
  • Minder uitgeven (bezuinigen)
  • Geld lenen


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Reserveren

Reserveren = Je zet geld opzij om grote of onverwachte uitgaven mee te betalen.



Voorbeeld:
Joey wil deze tent over twee jaar kopen.
Hoeveel moet Joey per maand reserveren?

Twee jaar = 24 maanden.
€ 546 ÷ 24 = € 22,75 per maand









Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Autokosten
Als je een auto gekocht hebt, krijg je te maken met de volgende kosten:
  • brandstof of elektriciteit
  • verzekering
  • wegenbelasting
  • onderhoud en reparatie

Net als bij een begroting reken je zo nodig alle bedragen om                                                                            naar een eenzelfde periode.

De totale kosten deel je door het aantal gereden                                                                                            kilometers in die periode.



Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig aan het werk 
timer
15:00
Opdracht: 
Maak nu zelfstandig opgave 1 t/m 9 op blz 46 t/m 49. Je mag overleggen. Schrijf de volledige antwoorden in je boek, inclusief formule bij een berekening!
Hulp nodig? In deze volgorde: 
1. Boek
2. Klasgenoot
3. Docent
(de eerste 2 minuten help ik niet)
Je krijgt 15 minuten de tijd
Klaar? Meld je bij de docent.
Na 15 minuten gaan we samen de opgaven bespreken. Iedereen moet zijn antwoord kunnen uitleggen.

Slide 18 - Slide

Sponsopdracht: 1b en c
Opdracht 1 t/m 9: klassikaal nakijken
  • 1a eigen antwoord
  • 1b Je leert niet rondkomen van een bepaald budget 
  • 1c Bijvoorbeeld: Je kunt te maken krijgen met betalingsproblemen.
  • 2 budgetteren, begroting, budgetplan
  • 3a





  •  overschot van €125,39 (€236,09-€110,70)

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 t/m 9: klassikaal nakijken
  • 4a begrotingsoverschot, begrotingstekort
  • 4b.1 begrotingstekort
  • 4b.2 begrotingsoverschot
  • 5 Door je inkomen te verhogen
  • 6 Bijvoorbeeld: Als je leent los je je begrotingstekort maar tijdelijk op, omdat je het geleende geld toch terug moet betalen.
  • 7 stap 1: € 1.995 – € 675 = € 1.320, stap 2: € 1.320 ÷ 12 = € 110
  • 8a € 22.000 + € 2.600 = € 24.600
  • 8b € 24.600 – € 9.000 = € 15.600
  • 8c 4 jaar = 48 maanden, € 15.600 ÷ 48 = € 325

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 t/m 9: klassikaal nakijken
  • 9a 






  • 9b € 3.240 ÷ 13.500 = € 0,24 per kilometer

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Afsluiten 2.2
Lesdoelen:

Nu:
  • Kun je een begroting opstellen. √
  • Kun je drie manieren noemen om een begrotingstekort op te lossen. √
  • Kun je een maandelijkse reservering berekenen. √
  • Kun je de kilometerprijs van een auto berekenen. √




Slide 22 - Slide

This item has no instructions