This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 12 min
Items in this lesson
TENER + PASADO + IR
Hebben + moeten Voltooid verleden tijd
gaan
Slide 1 - Slide
1.Wat betekent TENER QUE?
Slide 2 - Open question
2.Wat komt altijd na TENER QUE + .....?
Slide 3 - Open question
3.Schrijf in het Spaans ik moet klanten helpen
Slide 4 - Open question
4. Schrijf in het Spaans Ik moet de naam en achternaam van de klant schrijven.
Slide 5 - Open question
5. schrijf in het Spaans Ik moet water aanbeiden
Slide 6 - Open question
6. Verleden tijd. Wanneer schrijf je IDO achter een werkwoord?
Slide 7 - Open question
7. Verleden tijd. Wanneer schrijf je ADO achter een werkwoord?
Slide 8 - Open question
8. Verleden tijd: Kun je een zin in het Spaans schrijven zonder de volgende vormen van het werkwoord haber te gebruiken: he, has, ha, hemos, habéis, han? Schrijf waarom je wel moet schrijven of niet.
Voorbeeld: Nosotros hemos comido mucha pizza.
Slide 9 - Open question
9. Schrijf in het spaans: IK HEB GEGETEN
Slide 10 - Open question
10. Schrijf in het spaans: IK HEB EEN HOTEL GERESERVEERD
Slide 11 - Open question
10. Schrijf in het spaans: IK HEB IN ZAANDAM GESTUDEERD
Slide 12 - Open question
10. Schrijf in het spaans: IK HEB IN ZAANDAM GEWOOND
Slide 13 - Open question
Verbo IR (ir = gaan)
¿Qué significa? El verbo ir significa gaan / zich verplaatsen de un lugar a otro.