Materialen en eigenschappen (Scheikunde havo), les 3: Terugblik quiz

Warmwalserij: gloeiend staal gaat door de walsen (foto: Erik Charlton, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN

Quiz

Terugblik: Materialen en eigenschappen

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van 11 vragen over materialen en eigenschappen: metaalrooster, legeringen, composieten, geleiding, verwerking en structuurniveaus.

Items in this lesson

Warmwalserij: gloeiend staal gaat door de walsen (foto: Erik Charlton, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN

Quiz

Terugblik: Materialen en eigenschappen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Erik Charlton / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Welke deeltjes zitten in een metaalrooster?

A

Positieve ionen en vrije elektronen

B

Positieve en negatieve ionen

C

Atomen met gedeelde elektronenparen

D

Moleculen met waterstofbruggen

Syllabus M3.2. Metaalrooster: positieve metaalionen en vrije elektronen. Positieve en negatieve ionen horen bij een ionrooster. Verwachte fout: ionrooster kiezen.

Welk materiaal is een legering?

A

Zuiver koper

B

Roest

C

Messing

D

Gewapend beton

Syllabus M3.1. Messing is koper met zink. Gewapend beton is een composiet, roest een ijzeroxide. Verwachte fout: gewapend beton, omdat het ook een mengsel is.

Vul in

Een materiaal met grote brosheid breekt zonder eerst te vervormen, en hardheid is de weerstand tegen krassen.

brosheid
hardheid
vervormbaarheid
geleiding

Syllabus M5.1. Begrippen op de dia Hardheid en brosheid (eigen omschrijvingen). Verwachte fout: brosheid en hardheid verwisselen.

Zet de stappen van gieten op volgorde

1

Het gestolde voorwerp uit de mal halen

2

Het metaal smelten

3

Het metaal in de mal laten stollen

4

Het vloeibare metaal in een mal gieten

Syllabus R4.2. Verwachte fout: stollen voor gieten zetten.

Waarom wordt een metaal bij hoge temperatuur makkelijker vervormbaar?

A

De metaalbinding verdwijnt volledig

B

De vrije elektronen verlaten het metaal

C

De ionen trillen heftiger, dus de lagen schuiven makkelijker

D

De ionen vormen moleculen met elkaar

Syllabus M6.1 (invloed van de temperatuur). Heftiger trillende ionen laten de lagen makkelijker schuiven; de metaalbinding blijft bestaan. Verwachte fout: denken dat de binding verdwijnt.

Welk metaal corrodeert in vochtige lucht het minst?

A

Goud

B

IJzer

C

Zink

D

Magnesium

Syllabus M4.1 en M6.1 (edele en onedele metalen, corrosiegevoeligheid). Goud is een edel metaal en reageert niet met zuurstof en water. IJzer, zink en magnesium zijn onedel en corroderen. Verwachte fout: zink kiezen, omdat zink als beschermlaag op ijzer wordt gebruikt.

Staal met veel koolstof is hard. Welke eigenschap hoort daar ook bij?

A

Het is erg goed vervormbaar

B

Het geleidt geen stroom

C

Het is minder hard dan ijzer

D

Het is bros

Syllabus M5.1. Meer vreemde atomen betekent minder schuiven: harder, maar ook brosser. Verwachte fout: goed vervormbaar kiezen.

Katoen bindt veel water. Wat is de oorzaak?

A

De vrije elektronen trekken het water aan

B

Veel O-H-groepen maken het materiaal hydrofiel

C

Het materiaal is hydrofoob en trekt water aan

D

De C=C-bindingen trekken het water aan

Syllabus M5.1 en M6.1. Katoen bestaat uit cellulose met veel O-H-groepen: hydrofiel, waterbindend. Verwachte fout: hydrofoob kiezen.

Waarom roest roestvrij staal nauwelijks?

A

Chroom vormt een oxidelaagje dat het ijzer beschermt

B

Het bevat geen ijzer

C

Het is een edel metaal

D

Het bevat extra koolstof

Syllabus M4.1 en M5.1 (corrosiegevoeligheid van legeringen, beschermende laag). Roestvrij staal bevat ijzer met chroom. Verwachte fout: denken dat het een edel metaal is.

Noem een voorbeeld van een composiet.

Syllabus M5.1. Goed: glasvezel in polyester, koolstofvezel in kunststof of gewapend beton. Verwachte fout: een legering noemen zoals staal.

Een stempel drukt staalplaat in een mal tot een autodeur. Welke methode?

A

Walsen

B

Gieten

C

Persen

D

Extruderen

Syllabus R4.2. Persen: een metaal met een stempel in een mal drukken; dat kan omdat staal vervormbaar is. Walsen maakt een plaat tussen rollen, gieten laat vloeibaar metaal stollen, extruderen is een verwerking van thermoplasten. Verwachte fout: walsen kiezen, omdat het om plaat gaat.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · MATERIALEN

Goed gedaan!

Je kunt een eigenschap van een metaal, legering of composiet verklaren met het rooster of de ordening. Kijk de vragen na die fout gingen en zoek de dia op in les 1.

This item has no instructions