Zouten en oplosbaarheid (Scheikunde havo), les 3: Terugblik quiz

Kristallen van het zout haliet (steenzout) (foto: James St. John, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID

Quiz

Terugblik: Zouten en oplosbaarheid

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met elf vragen over zouten, ionen, hydraten, oplossen en neerslag, met een invulzin, een volgorde en twee berekeningen.

Items in this lesson

Kristallen van het zout haliet (steenzout) (foto: James St. John, CC BY 2.0)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID

Quiz

Terugblik: Zouten en oplosbaarheid

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: James St. John / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Welk ion heet nitriet?

A

NO₃⁻

B

NO₂⁻

C

SO₃²⁻

D

NH₄⁺

Nitriet is NO₂⁻, nitraat is NO₃⁻. SO₃²⁻ is sulfiet (ook een -iet-naam), NH₄⁺ is ammonium. Verwachte fout: nitriet en nitraat verwisselen. Syllabus M1.1.

Wat is de naam van FeCl₂?

A

ijzer(III)chloride

B

ijzer(I)chloride

C

ijzer(II)chloride

D

ijzerdichloride

Twee Cl⁻ betekent een lading van 2+ voor het ijzerion: ijzer(II). Verwachte fouten: de index 2 voor de lading houden of voorvoegsels gebruiken. Syllabus M1.10.

Wat is de verhoudingsformule van magnesiumhydroxide?

A

Mg(OH)₂

B

MgOH₂

C

Mg₂OH

D

MgOH

Mg²⁺ en OH⁻ in de verhouding 1 : 2; haakjes om het samengestelde ion. Verwachte fout: de haakjes vergeten (MgOH₂ betekent iets anders). Syllabus M1.10.

Vul in

Bij het mengen van twee oplossingen ontstaat een neerslag als een combinatie van ionen slecht oplosbaar is.

neerslag
slecht
oplossing
goed

Goed: neerslag en slecht. Verwachte fout: denken dat een goed oplosbare combinatie een neerslag geeft. Syllabus M3.9.

Zet de stappen van het oplossen van NaCl op volgorde

1

Het gehydrateerde ion beweegt los door het water

2

De ionbinding met de buurionen wordt verbroken

3

Watermoleculen omringen het losse ion

4

Watermoleculen komen bij een ion aan de rand

Volgorde: aankomst water, verbreken ionbinding, omringen (hydratatie), vrij bewegen (aq). Syllabus M3.8.

Welke vergelijking hoort bij het oplossen van Na₂SO₄?

A

Na₂SO₄(s) → Na⁺(aq) + SO₄²⁻(aq)

B

Na₂SO₄(s) → 2 Na⁺(aq) + SO₄²⁻(aq)

C

Na₂SO₄(s) → 2 Na⁺(aq) + 2 SO₄²⁻(aq)

D

Na₂SO₄(s) → 2 Na⁺(aq) + S²⁻(aq) + 4 O²⁻(aq)

Goed: 2 Na, 1 S, 4 O en lading 0 = 2 × 1+ + 2− links en rechts. De tweede mist een Na (klopt niet), de derde heeft 2 SO₄ (klopt niet), de vierde laat het samengestelde ion uiteenvallen. Syllabus R1.2.

Welk mengsel van twee oplossingen levert geen neerslag op?

A

NaCl(aq) en AgNO₃(aq)

B

CaCl₂(aq) en Na₂CO₃(aq)

C

BaCl₂(aq) en CuSO₄(aq)

D

Zn(NO₃)₂(aq) en CuSO₄(aq)

Zn(NO₃)₂ en CuSO₄: nieuwe combinaties ZnSO₄ (g) en Cu(NO₃)₂ (g): geen neerslag. De andere mengsels geven AgCl, CaCO₃ en BaSO₄. Syllabus M3.9. Image credit: Eigen figuur voor deze les

BaSO₄ wordt gebruikt bij röntgenfoto's, ondanks het giftige Ba²⁺. Waarom kan dat?

A

Het zout lost nauwelijks op in water

B

Het zout is een moleculaire stof

C

Het zout bevat geen ionen

D

Het zout bevat kristalwater

Slecht oplosbaar: er komen nauwelijks gehydrateerde Ba²⁺-ionen vrij. Verwachte fout: denken dat BaSO₄ geen zout is. Syllabus M3.9.

Je lost 0,20 mol Al₂(SO₄)₃ op. Hoeveel mol ionen komt er in totaal vrij?

A

0,40 mol

B

0,60 mol

C

1,0 mol

D

0,20 mol

Al₂(SO₄)₃(s) → 2 Al³⁺(aq) + 3 SO₄²⁻(aq): 5 mol ionen per mol zout, dus 0,20 × 5 = 1,0 mol (twee significante cijfers). Nagerekend: 0,40 + 0,60 = 1,0. Verwachte fouten: alleen de aluminiumionen (0,40) of alleen de sulfaationen (0,60) tellen.

Hoeveel zuurstofatomen zitten er in één formule-eenheid CaSO₄·2H₂O?

A

4

B

5

C

6

D

8

SO₄²⁻ heeft 4 O en elk kristalwatermolecuul 1 O: 4 + 2 = 6. Verwachte fout: het kristalwater vergeten (4). Syllabus M1.11.

Waarom bestaat er geen molecuul NaCl?

Goed antwoord: NaCl is een zout, opgebouwd uit Na⁺ en Cl⁻ in een ionrooster met ionbindingen; NaCl geeft alleen de verhouding. Verwachte fout: spreken van een binding tussen één Na-atoom en één Cl-atoom. Syllabus M1.9 en M3.2.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID

Goed gedaan!

Je kunt nu zouten herkennen, hun formule en naam geven, het oplossen op microniveau uitleggen en met een oplosbaarheidstabel een neerslag voorspellen. Zoek de vragen die je fout had op in les 1.

This item has no instructions