8.3 Geluidssterkte

8.3 Geluidssterkte
1 / 37
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

8.3 Geluidssterkte

Slide 1 - Slide

Eerst even een terugblik. 
Hoe was het ook al weer?

Een vraagje...

Slide 2 - Slide

Hoe kun je de toon verhogen?
Je kunt de snaar ...
A
langer maken
B
dikker maken
C
strakker spannen
D
geen van alle

Slide 3 - Quiz

Met welk apparaat kun je een trilling zichtbaar maken?
A
luidspreker
B
oscilloscoop
C
microfoon
D
stemvork

Slide 4 - Quiz

Welke frequentie heeft de laagste toon?
A
f = 20 Hz
B
f = 440 Hz
C
f = 10 kHz
D
f = 20 kHz

Slide 5 - Quiz

Welke trillingstijd heeft de laagste toon?
A
T = 10 ms
B
T = 50 ms
C
T = 10 s
D
T = 50 s

Slide 6 - Quiz

Welk dier heeft een frequentiebereik van 20 Hz t/m 20.000 Hz?
A
vleermuis
B
bruinvis
C
olifant
D
mens

Slide 7 - Quiz

Welke van de twee tonen hiernaast heeft de kleinste trillingstijd?
A
lage toon
B
hoge toon

Slide 8 - Quiz

Een trilling heeft een frequentie van 100 Hz. Hoe groot is de trillingstijd?
A
T = 1 s
B
T = 0,1 s
C
T = 0,01 s
D
T = 0,001 s

Slide 9 - Quiz

De trillingstijd van een toon is 10 ms.
Hoe groot is de frequentie?
A
f = 0,1 Hz
B
f = 1 Hz
C
f = 10 Hz
D
f = 100 Hz

Slide 10 - Quiz

hoge frequentie
lage frequentie
Hoge toon
lage toon

Slide 11 - Drag question

Leerdoelen
8.3.2 Je kunt beschrijven dat de gehoordrempel en de pijngrens afhangen van de frequentie.
8.3.3 Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen de dB(A)- en de dB-schaal.
8.3.4 Je kunt berekeningen maken met het verband tussen geluidssterkte en het aantal geluidsbronnen.
8.3.5 Je kunt berekeningen maken met de geluidssterkte en de afstand tussen jezelf en een ‘puntvormige‘ of ‘lineaire’ geluidsbron.


Slide 12 - Slide

Geluidssterkte
Hoe groter de geluidssterkte is hoe groter de amplitude is.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Geluidssterkte

Slide 16 - Slide

Harder/zachter/hoger/lager

Slide 17 - Slide

Geluidssterkte
Geluidssterkte wordt gemeten met een decibelmeter.

De geluidssterkte wordt ook wel de Amplitude genoemd.

grootheid: geluidssterkte (Amplitude)
eenheid: Decibel (dB)

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Geluidssterkte meten

  • Geluidssterkte meet je met een decibelmeter

  • verdubbeling van de geluidssterkte is +3 dB

Slide 20 - Slide

Geluidssterkte (decibel - dB)

Slide 21 - Slide

Pijngrens en gehoordrempel

Slide 22 - Slide

Even wat quizvragen om voor jezelf te checken wat je al begrijpt

Slide 23 - Slide

Hoe kleiner de amplitude (geluidssterkte), hoe ..... het geluid
A
Harder
B
Hoger
C
Lager
D
Zachter

Slide 24 - Quiz

Als de amplitude van een trilling verandert, dan veranderen ook...
A
de toonhoogte en de geluidssterkte
B
de luchtdruk en de toonhoogte
C
de geluidssterkte en de luchtdruk

Slide 25 - Quiz

Amplitude zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in: 
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte

Slide 26 - Drag question

Hoge zachte toon
lage zachte toon
Hoge harde toon
Lage harde toon

Slide 27 - Drag question

Wat is eenheid van geluidssterkte?
A
frequentie
B
decibel
C
amplitude
D
Herz

Slide 28 - Quiz

Doet een toon van 2000 Hertz pijn bij een geluidssterkte van 130dB?
A
Ja
B
Nee

Slide 29 - Quiz


Welke van de drie tonen heeft de kleinste geluidssterkte?
A
B
C

Slide 30 - Quiz

Waarmee meet je de geluidssterkte?
A
geluidsmeter
B
toonmeter
C
decibelmeter
D
sterktemeter

Slide 31 - Quiz

De eenheid voor geluidssterkte is
A
Hertz
B
frequentie
C
decibel
D
centimeter

Slide 32 - Quiz

Vanaf welke geluidssterkte kan je al gehoorbeschadiging oplopen?
A
80 DB
B
90DB
C
100DB
D
110DB

Slide 33 - Quiz

Waarin wordt de geluidssterkte gemeten?
A
Hz
B
A
C
V
D
dB

Slide 34 - Quiz

Bij de eenheid decibel (dB) hoort de grootheid
A
Geluidssnelheid
B
Amplitude
C
Geluidssterkte
D
frequentie

Slide 35 - Quiz

Check, check, doublecheck
8.3.2 Je kunt beschrijven dat de gehoordrempel en de pijngrens afhangen van de frequentie.
8.3.3 Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen de dB(A)- en de dB-schaal.
8.3.4 Je kunt berekeningen maken met het verband tussen geluidssterkte en het aantal geluidsbronnen.
8.3.5 Je kunt berekeningen maken met de geluidssterkte en de afstand tussen jezelf en een ‘puntvormige‘ of ‘lineaire’ geluidsbron.


Slide 36 - Slide

Aan de slag!
Doe de Lessonup van 8.3 Geluidssterkte (gedeeld in hw SOM)

Lezen, maken (schrift!) en nakijken 8.3 NOVA

Klaar?
Test jezelf van paragraaf 1 t/m 3 (online boek)




Slide 37 - Slide