Ieder kind wil slagen!
Gedragsproblemen in de klas.
Patricia Bergman MEd.
Ieder kind wil slagen!
Gedragsproblemen in de klas.
Patricia Bergman MEd.
Inhoud workshop
Stellingen
Theorie over gedragsproblemen
Casus opdracht.
Tools preventief
ABC-analyse.
Interventie technieken
Nog verder lezen?
Kinderen met gedragsproblemen willen meestal gewoon niet luisteren.
Eens
Oneens
Als je te veel begrip toont, neemt probleemgedrag toe.
Eens
Oneens
Gedrag negeren is vaak effectiever dan ingrijpen.
Eens
Oneens
Aan negatief gedrag moeten consequenties hangen.
Eens
Oneens
Sommige kinderen kiezen bewust voor lastig gedrag.
Eens
Oneens
Wat zijn gedragsproblemen?
Gedragsproblemen...
Er zijn vele definities aan te geven, maar eigenlijk komt het er op neer dat leerlingen niet doen wat jij als docent graag wilt.
(Horeweg, 2015, p. 15)
Stoornis
Gedragsprobleem
Wat er vaak gebeurd.
''De klas was druk vandaag''
''Jeetje, wat luisterde ze slecht vandaag''
''Ze hadden er geen zin in''
''Het maakt niet uit wat ik bedenk, ze vinden het nooit goed''
Dit is echter geen gedrag.
Het is een interpretatie van jou!
Als je gedrag concreet maakt, heb je beter zicht op wat er niet goed gaat en kan je effectiever proberen het te veranderen.
Observatie
Interpretatie
Noteer de objectieve observaties en welke interpretaties je hieruit zou kunnen maken.
Hoe ontstaat probleemgedrag?
Kinderen staan niet op met de gedachte om vandaag flink dwars te liggen en de les te verstoren.
Vroeger keek men voornamelijk naar wat de leerling mankeerde, omdat de leerling immers iets niet deed zoals wenselijk is.
Tegenwoordig kijken we veel meer naar alles rondom het kind.
Al de componenten zijn van invloed op het gedrag wat iemand vertoont.
Het kind staat in een omgeving met klasgenoten en docent; ook jouw gedrag beïnvloedt de situatie.
Opdracht
Drie kaartjes/velletjes invullen
Over jezelf: hoe zie jij jezelf als mentor/docent/OPP-er?
Droom leerling: hoe ziet jouw ideale leerling eruit?
Lastige leerling: een leerling waar je moeite mee hebt
Vergelijk en bespreek in tweetallen:
Welke woorden komen terug?
Welke verschillen zie je?
Welke persoonlijke constructen herken je?
Hoe beïnvloeden deze constructen je kijk op leerlingen, vooral op de lastige leerling?
Window of Tolerance
Het oplossen van gedragsproblemen hoort niet bij het docentschap.
Eens
Oneens
Twijfel
Als docent kun je niet alle problemen oplossen, maar je kunt wél een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het gedrag, de veiligheid en het leerklimaat in de klas.
Casus opdracht
Neem een kind in gedachten dat jij lastig gedrag vindt vertonen.
Geef zo nauwkeurig mogelijk antwoord op de volgende vragen:
Wat zie je aan gedrag?
Wanneer gebeurt dit meestal?
Zijn er vaak andere kinderen bij betrokken?
Wat roept dit bij jou op?
Je krijgt 5 minuten om dit op te schrijven.
Casus opdracht
Ga nu met je buurman/buurvrouw kijken naar wat jullie hebben opgeschreven.
Van oordeel naar nieuwsgierigheid
Wat zou het kind mij proberen te vertellen?
Welke behoefte kan onder dit gedrag zitten? (bijv. aandacht, veiligheid, autonomie, succes)
Welke vaardigheden kan dit kind mogelijk nog niet beheersen? (bijv. emotieregulatie, wachten, taakaanpak, sociale vaardigheden)
Welke situatie, omgeving of trigger lijkt dit gedrag te veroorzaken? (bijv. bepaalde opdrachten, groepssituaties, stressmomenten)
Je krijgt hier 10 minuten voor.
Wat doe jij al om gedragsproblemen in de klas te voorkomen?
Tools voor in de klas
Preventieve punten die werken bij gedragsproblemen
Investeer in de relatie met leerlingen; alle leerlingen willen ‘gekend’ worden.
Hanteer een warm welkom bij de deur.
Werk in een voorspelbare omgeving: maak lesplan en doelen zichtbaar.
Zorg voor een positieve groepssfeer.
Benoem positief gedrag wanneer je het ziet.
Geef regelmatig complimenten.
ABC analyse
Het ABC-analyse is een gedragsschema om (probleem)gedrag te analyseren.
De letters ABC betekenen:
A-Activating event (activerende, uitlokkende gebeurtenis)
B-Behaviour (gedrag)
C-Consequence (gevolgen)
Bij A wat er vooraf ging aan het ongewenste gedrag
Bij B welk gedrag je hebt waargenomen.
Bij C wat het gevolg is van het ongewenste gedrag
Interventie technieken
Wanneer je hebt bepaald welk gedrag je wilt veranderen, kun je bepalen welke interventietechnieken je wilt gebruiken.
Er zijn twee soorten interventietechnieken
Interventie techniek om positief gedrag te laten toenemen
Interventie techniek om (ongewenst) gedrag te laten afnemen.
Haal aandacht weg bij ongewenst gedrag
Kondig straffen vooraf aan
Houd straffen kort
Blijf consequent: bijv. als een leerling iets moet inhalen, zorg dat je dit ook echt laat doen. Als je opgeeft, verliest de straf zijn effect.
Let op effect: een straf kan soms als beloning worden ervaren
Ongewenst gedrag laten afnemen
Sociale verstrekkers
Directe feedback op het werk en de manier van werken. Bijv. ''Wat fijn dat je zo rustig zonder te praten aan het werk was. Je werkt ziet er daardoor veel beter uit.'' In plaats van ''Goed gewerkt.''
Positief gedrag laten toenemen
Opdracht
Neem het kaartje of velletje van de lastige leerling dat je eerder invulde.
Herformuleer het gedrag vanuit een ander perspectief:
Vraag jezelf: “Wat kan dit gedrag betekenen? Welke behoefte of emotie zit erachter?”
Denk aan mogelijke oorzaken zoals onzekerheid, stress, veiligheid, of behoefte aan structuur.
Schrijf je nieuwe formulering op:
Origineel: “Zoekt vaak conflict”
Herformulering: “Test grenzen vanuit onzekerheid”
Reflecteer kort in tweetaljes:
Hoe verandert dit je begrip van het gedrag?
Welke kleine aanpassingen zou je kunnen maken in je aanpak?
Wat neem ik mee uit deze workshop?
Nog verder lezen?
www.gedragsproblemenindeklas.nl
Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs: een praktisch handboek. LannooCampus.