V5 Thema 7 B3 Het zenuwstelsel

Thema 7 Regeling
B3
Het zenuwstelsel
1 / 51
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 9 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Thema 7 Regeling
B3
Het zenuwstelsel

Slide 1 - Slide

Leerdoelen B3
7.3.1 Je kunt de bouw en signaalverwerking van de verschillende typen neuronen beschrijven.

7.3.2 Je kunt de bouw, functies en werking van de verschillende delen van het zenuwstelsel beschrijven.

Het zenuwstelsel speelt een belangrijke rol bij de waarneming en aansturing van je lichaam. Je hersenen behoren tot het zenuwstelsel. Dit orgaan is onder andere verantwoordelijk voor beweging, bewuste waarneming, lichaamstemperatuur, hartslag, ademhaling en bloeddruk, maar ook voor geheugen, bewustzijn en emoties.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

0

Slide 4 - Video

Bouw en werking zenuwstelsel

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Slide

Zenuwstelsel op basis van bouw
  • centraal zenuwstelsel:
       - grote hersenen
       - kleine hersenen
       - hersenstam
       - ruggenmerg
  • perifere zenuwstelsel:
       - zenuwen: deze verbinden alle delen van 
          het hele lichaam aan het centraal 
          zenuwstelsel

Slide 8 - Slide

Zenuwstelsel op basis van functie
  • Animale zenuwstelsel: 
       regelt bewuste reacties en houding van               het lichaam. Ook reflexen verlopen via dit             zenuwstelsel.
  • Autonome (vegetatieve) zenuwstelsel: regelt vooral  werking van inwendige organen (hartslagfrequentie, werking spijsverteringsorganen en de nieren, en de verwijding of vernauwing van de bloedvaten. Onbewuste reacties of proces-sen niet onder invloed van de wil staan.

Slide 9 - Slide

Prikkel en impulsen
  • Zintuigcellen (receptoren) vangen prikkels op en zetten deze om in impulsen.
  • Prikkel: een invloed uit het milieu op een organisme.
  • Impuls: een soort elektrisch signaal.
  • Zenuwcellen (conductoren) geleiden impulsen naar het centrale zenuwstelsel, verwerken deze in het centrale zenuwstelsel en geleiden impulsen vanaf het centrale zenuwstelsel.
  • Spieren of klieren (effectoren) reageren op impulsen die afkomstig zijn van het CZS
  • Spieren reageren op impulsen door samen te trekken of te ontspannen en klieren door stoffen af te scheiden

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Zenuwcellen
  • Ook wel neuronen genoemd
  • Bestaat uit een cellichaam met een kern en bevat cytoplasma met ribosomen en endoplasmatisch reticulum.
  • Cellichamen liggen in op dicht bij het CZS
  • Bestaan uit cellichaam met uitlopers (dendrieten en axonen).
  • Dendrieten: uitlopers die impulsen naar het cellichaam toe geleiden.
  • Axonen: uitlopers die impulsen van het cellichaam af geleiden.
  • Myelineschede: isolerende laag om veel axonen die wordt gevormd door cellen van Schwann. Tussen de cellen bevinden zich insnoeringen. 
  • Door deze myelineschede kunnen de impulsen sneller door de zenuwcel geleid worden.

Slide 12 - Slide

Cell-junctions
  • Verbindingen tussen cellen in meercellige organismen
  • Type hangt af van doel van de verbinding
  • Bijvoorbeeld hechting of communicatie

Slide 13 - Slide

Synaps
  • Een axon van een bewegingszenuwcel geleidt impulsen en geeft aan het eind via synapsen neurotransmitters af.
  • Synaps: de plek waar een impuls van de ene cel kan worden doorgegeven aan de volgende cel (impulsoverdracht).
  • Dit kan een andere zenuwcel/spiercel/endocriene/
       exocriene kliercel zijn.

  • Neurotransmitters binden vervolgens aan receptoren in het membraan van de doelwitcel en kunnen daardoor in die cel een reactie op gang brengen of stoppen.
  • Communicatie via impulsen en neurotransmitters is snel en doelgericht.
  • Na binding aan receptor laten neurotransmitters los en worden ze afgebroken.

Slide 14 - Slide

Typen zenuwcellen
Gevoelszenuwcel
– Geleiden impulsen van <span style="font-weight: bold">zintuigcellen </span>(receptoren) naar het <span style="font-weight: bold">centrale zenuwstelsel</span>.
<div>– De <span style="font-weight: bold">cellichamen </span>liggen meestal vlak bij het centrale zenuwstelsel in de <span style="font-weight: bold">ruggenmergzenuwknopen </span>en hebben <span style="font-weight: bold">één lange dendriet </span>en&nbsp;<span style="font-weight: bold">één korte axon.</span></div><div>&nbsp; &nbsp;&nbsp;</div>
Schakelcel
– Geleiden impulsen <span style="font-weight: bold">binnen </span>het centrale zenuwstelsel.
<div>– Liggen <span style="font-weight: bold">geheel </span>binnen het centrale zenuwstelsel (in ruggenmerg, hersenstam, grote hersenen en kleine hersenen).</div>
Bewegingszenuwcel
– Geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar <span style="font-weight: bold">spieren </span>of <span style="font-weight: bold">klieren</span>.
<div>– De cellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel en hebben meerdere&nbsp;<span style="font-weight: bold">korte dendrieten</span> en <span style="font-weight: bold">één lang axon</span>.</div>

Slide 15 - Slide

Gliacellen
  • Oligodendrocyten en cellen van Schwann onderdeel van myelineschede

Ondersteunende functies:
  • stevigheid geven 
  • bescherming bieden 
  • voeding neuronen,
  • handhaven homeostase weefselvloeistof rondom neuronen

Slide 16 - Slide

Zenuwen

  • Zenuw: een bundel uitlopers van zenuw- cellen bij elkaar
  • De myelineschede isoleert deze zenuw- cellen van elkaar.
  • Om de zenuw heen ligt een laag bindweefsel ter bescherming.
  • Gevoelszenuw: uitlopers van alleen gevoelszenuwcellen
  • Bewegingszenuw: uitlopers van alleen bewegingszenuwcellen
  • Gemengde zenuw: uitlopers van beide



Slide 17 - Slide

Route van communicatie
Prikkel: invloed uit de omgeving van een organisme
Impuls: elektrisch signaal

Sensorische zenuwcel: van receptor naar centrale zenuwstelsel
Schakelcel: volledig in centrale zenuwstelsel
Motorische zenuwcel: van centrale zenuw- stelsel naar effector
Start









Finish

Slide 18 - Slide

Maak opdracht 27 t/m 29

Slide 19 - Slide

Lesafsluiter deel 1 B3

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 22 - Open question

Maak de volgende opdracht
Benoem alleen de onderdelen A t/m H 
van de bovenste afbeelding

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Link

Hoe heten de onderdelen A t/m H van de bovenste afbeelding op de volgende pagina?

Slide 25 - Open question

Les 2

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Leerdoelen B3 (deel 2)

5.3.3 Je kunt de bouw, functies en werking van de hersenen en 
het ruggenmerg beschrijven.

Slide 29 - Slide

Hersenen
Video 1 is uitgebreider dan video 2 op de volgende pagina. Kies zelf wat je zelf denkt nog nodig te hebben...

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Slide 32 - Video

Slide 33 - Link

Hersenen
Grote hersenen:
  • Verwerking en bewust worden van binnengekomen prikkels
  • De impulsen komen binnen in een bepaald hersengebied (hersencentra)
  • Vanuit bewegingscentra impulsen via bewegingszenuw-cellen naar spieren voor bewuste bewegingen

Kleine hersenen:
  • Coördineren alle bewegingen van je lichaam
  • Handhaven van je evenwicht

Hersenstam:
  • het gedeelte tussen de grote hersenen en het ruggen-merg.


Slide 34 - Slide

Hersenvliezen en -vocht
  • Omgeven door drie hersenvliezen die bescherming bieden (bloed-hersenbarrière)
  • Hersenvocht dat in de holten in de hersenen wordt aangemaakt, beschermt de hersenen en het ruggenmerg tegen schokken, zorgt voor transport van voedingsstoffen en afvalstoffen en speelt een rol bij het handhaven van de juiste temperatuur voor deze organen.
  • Linker- en rechter-hersenhelft in midden verbonden door hersenbalk

Slide 35 - Slide

0

Slide 36 - Video

Hersenstam
  • Geleidt impulsen van de grote en kleine hersenen naar het ruggenmerg en omgekeerd. 
  • Verschillende centra die belangrijke lichaamsfuncties regelen, zoals het hartritme, de diameter van de bloedvaten en de ademhalingsfrequentie. 
  • Hersenzenuwen uit de hersenstam geleiden ook impulsen van receptoren uit hoofd en hals naar de grote en kleine hersenen en in omgekeerde richting naar de effectoren. 
  • Onderste deel van de hersenstam heet het verlengde merg 
  • In het verlengde merg kruisen de impulsbanen elkaar: impulsen van de linkerhelft van het lichaam worden naar de rechterhersenhelft geleid en de impulsen van de rechterhelft van het lichaam naar de linkerhersenhelft.

Slide 37 - Slide

Grijze en witte stof
Grijze stof: 
  • In de hersenschors van de grote en de kleine hersenen
  • Cellichamen van schakelneuronen.
  • Hersenschors sterk gevouwen, veel plooien en groeven. 

Witte stof:

  • In het merg 
  • Axonen van schakelneuronen
  • Witte kleur door de myelinescheden

Slide 38 - Slide

Hersencentra
Gevoelscentra: 
  • Primair gevoelscentrum: hier komen impulsen binnen en worden ze verwerkt (bewustwording)
  • Secundair gevoelscentrum: hier wordt het verband gelegd tussen de waarneming en eerdere waarnemingen (interpreteren en begrijpen).

Bewegingscentra: 
  • Primair bewegingscentrum: hier ontstaan impulsen die naar spieren of klieren worden geleid.
  • Secundair bewegingscentrum: hier worden impulsen afkomstig uit primaire bewegingscentra op elkaar afgestemd.
Tabel 88C

Slide 39 - Slide

Ruggenmerg
Kies op de volgende pagina's de video die je prettiger vindt...

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Video

Slide 42 - Video

Ruggenmerg
  • Beschermd in het wervelkanaal
  • Drie ruggenmergvliezen
  • In midden het centrale kanaal gevuld met vocht
  • Staat in verbinding met hersenvocht in hersenholten
  • Ruggenmerg loopt van bovenste wervel (atlas) tot tweede lendenwervel
  • Ruggenmergzenuwen verlaten het wervelkanaal

Slide 43 - Slide

Ruggenmerg-zenuwen
  • Verbinden ruggenmerg met weefsels en organen van ledematen en romp
  • Gemengde zenuwen
  • Rugzijde uitlopers van sensorische neuronen in gevoelszenuwen.
  • Spinale ganglia (ruggenmergzenuw-knopen): verdikkingen door ophoping van cellichamen van sensorische neuronen
  • Verbonden met schakelcellen
  • Buikzijde uitlopers van motorische neuronen in bewegingszenuwen
Tabel 88J

Slide 44 - Slide

Witte/grijze stof
  • Buitenkant ruggenmerg bestaat uit witte stof: hierin liggen uitlopers van schakelcellen en deze geleiden impulsen van/naar de hersenen. 
  • Witte kleur veroorzaakt door de myelineschede om de uitlopers.
  • Midden ruggenmerg bestaat uit grijze stof: deze bestaat uit cellichamen van schakelcellen (midden/rugzijde) en cellichamen van bewegingszenuwcellen (buikzijde).

Slide 45 - Slide

Huiswerk
  • Maak opdracht 30 t/m 37

  • Oefen de Flitskaarten en controleer de leerdoelen 
van B3 met de Test Jezelf

Klaar?
  • Neem de Context 'Neuroloog' door en maak opdracht 38

Slide 46 - Slide

Lesafsluiter B3 (deel 2)
7.3.1 Je kunt de bouw en signaalverwerking van de verschillende typen neuronen beschrijven.

7.3.2 Je kunt de bouw, functies en werking van de verschillende delen van het zenuwstelsel beschrijven.

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Link

Hoe heten de onderdelen 1 t/m 14 van de bovenste afbeelding op de volgende pagina?

Slide 49 - Open question

Slide 50 - Link

Hoeveel procent heb je gescoord?

Slide 51 - Open question