This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Items in this lesson
2.1 Waarom werk je?
Slide 1 - Slide
waar gaat het over deze periode?
Waarom werk je eigenlijk? Krijg je genoeg betaald voor het werk dat je doet? Hoe zit het met belastingen en premies? Welke plichten en welke rechten heb je als werknemer? En hoe los je het op als je geen baan hebt? Daarover gaat het in de economische dimensie.
Slide 2 - Slide
lesdoelen
Aan het einde van deze les....
kun je verschillende redenen noemen waarom mensen werken.
kun je voorbeelden noemen van betaald en onbetaald werk.
kun je voordelen en nadelen noemen van betaald en onbetaald werk.
kun je voorbeelden noemen van basisbehoeften.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
Wat is de boodschap van dit filmpje?
Slide 5 - Open question
eens of oneens?
Slide 6 - Slide
Als je niet werkt, raakt je dag- en nachtritme in de war.
eens
oneens
Slide 7 - Poll
Werklozen die een baan weigeren, mogen ook geen uitkering hebben.
eens
oneens
Slide 8 - Poll
Als je niet werkt, ontwikkel jij je niet en kom je nooit verder.
oneens
eens
Slide 9 - Poll
Mensen die niet werken hebben weinig sociale contacten.
oneens
eens
Slide 10 - Poll
Ik werk om te leven en leef niet om te werken.
eens
oneens
Slide 11 - Poll
Slide 12 - Video
Welke reden om te werken vind jij het belangrijkst?
En welke reden het minst belangrijk?
Slide 13 - Mind map
betaald werk
Betaald werk kun je doen als je in loondienst bent bij een werkgever of als ondernemer.
Zwart werken is een andere vorm van betaald werken, maar het is verboden. Je werkt dat zonder contract en betaalt geen belasting of premies. Ook ben je dan niet verzekerd.
Slide 14 - Slide
onbetaald werk
Onbetaald werk is bijvoorbeeld een stage.
In ruil voor een stage krijg je de mogelijkheid om te leren.
Een andere vorm is vrijwilligerswerk.
De laatste vorm van onbetaald werk is werk met behoud van uitkering.
Slide 15 - Slide
wat zijn basisbehoeften?
Slide 16 - Mind map
basisbehoeften
Basisbehoeften zijn dingen die je nodig hebt om in leven te blijven, zoals voedsel, kleding, woonruimte, veiligheid en gezondheidszorg.