H1.1 Zuivere stof en mengsel

H1. 
H1 Scheiden en reageren
1.1 Zuivere stof en mengsels
1.2 Scheidingsmethodes
1.3 Chemische reacties
1.4 Snelheid van reacties
      Afsluiting
1 / 23
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H1. 
H1 Scheiden en reageren
1.1 Zuivere stof en mengsels
1.2 Scheidingsmethodes
1.3 Chemische reacties
1.4 Snelheid van reacties
      Afsluiting

Slide 1 - Slide

Leerdoelen:
  • het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel;
  • drie fases noemen en hun symbolen
  • zes faseovergangen
  • kook- en smeltgedrag van zuivere stoffen en mengsels verklaren
Je leert
  • verschillende soorten mengsels kennen.
  • het verschil tussen hydrofiel en hydrofoob;

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Sleep de fase en faseovergang naar de juiste plek.
Smelten
Stollen
Condenseren
Sublimeren
Rijpen
Verdampen
gas
vloeistof
vaste stof

Slide 4 - Drag question

1.1 Zuivere stof en mengsels
Zuivere stof:
een stof die bestaat uit 1 soort moleculen (dit kan een atoom zijn). Water is zuiver wanneer het uit alleen watermoleculen bestaat.
Mengsel: 
een stof die bestaat uit verschillende soorten moleculenLucht is een mengsel, omdat het onder andere bestaat uit: zuurstof, stikstof en water.


Slide 5 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Een zuivere stof bestaat uit 1 soort bouwstenen dit kan zijn een:

Element:
Indien de bouwsteen van een zuivere stof bestaat uit 1 soort atoom, dan is de stof een element. Bijv. HClAu 


Verbinding: 
Indien de bouwsteen bestaat uit 2 of meer soorten atomen dan is de stof een verbinding. Bijv. H2O , CO2

Slide 6 - Slide

Element
Verbinding
He
O
HCl
H2O
CO
Fe
Suiker (glucose)
Zwavel
Lucht

Slide 7 - Drag question

1.1 Zuivere stof en mengsels
Zuivere stof
1 soort molecuul/ atoom met nog wel zijn stofeigenschappen
Mengsels
Meerdere soorten moleculen/atomen

Slide 8 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Kan je zien of een stof een mengsel of zuivere stof is?

Welke proef zou je kunnen doen om erachter te komen?



Slide 9 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels

Slide 10 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels

Slide 11 - Slide

Kookcurve of kookdiagram

Slide 12 - Slide

Smeltcurve of Smeltdiagram

Slide 13 - Slide

Stolcurve of Stoldiagram

Slide 14 - Slide

Lees de tekst hiernaast.
Welke van de diagrammen hoort bij kerosine?
A
B
C
D

Slide 15 - Quiz

1.1 Zuivere stof en mengsels
Schudden voor gebruik.

Slide 16 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Suspensie
Een vaste stof (s) lost niet op in een oplosmiddel (l).
Bijvoorbeeld: zand in water, verf, nagellak.

Kenmerken:
  • Troebel (= het tegenovergestelde van helder)
  • Altijd gekleurd (kan ook wit zijn)
  • Vaste deeltjes zakken naar de bodem.

Slide 17 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Oplossing:
Een vaste stof (s) lost volledig op in een oplosmiddel (l)
Bijvoorbeeld: water, suiker of zout in water.


Een vloeistof (l) mengt volledig met een oplosmiddel (l) 
Bijvoorbeeld: ranja met water, afwaswater.

Een gas (g) mengt volledig met een oplosmiddel (l) 
Bijvoorbeeld: koolstofdioxide in water.

Kenmerken van een oplossing:
  • Helder.
  • Doorzichtig.
  • Kan gekleurd zijn.

Slide 18 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Emulsie:
Een vloeistof (l) lost niet op (mengt niet) in een oplosmiddel (l).
 Bijvoorbeeld: olie in water, melk.
 
Kenmerken:
  • Troebel (= het tegenovergestelde van helder)
  • Meestal gekleurd
  • Na verloop van tijd scheid de emulsie zich in 
    verschillende lagen (2-lagensysteem)

Om een emulsie langer gemengd te houden, wordt een emulgator
toegevoegd.
Bijvoorbeeld: eigeel in mayonaise, afwasmiddel voor vette pan.



Slide 19 - Slide

1.1 Zuivere stof en mengsels
Hydrofiel
Houd van water /  mengt goed net water

Hydrofoob
Bang voor water / mengt slecht of helemaal niet met water

Emulgator:
Is hydrofiel en hydrofoob


Een emulgator zorgt ervoor 
dat een emulsie goed gemengd blijft.

Slide 20 - Slide

Indeling van mengsels
  • zout in water
  • olie/water
  • alcohol/water

  • zout (NaCl)
  • water (H O)
  • alcohol (C H OH)
Ontleedbare stof bestaat uit verschillende soorten atomen.
 
(Verbinding)


  • zout
  • water
  • alcohol

  • Waterstof (H)
  • Zuurstof (O)
  • Koolstof (C)
Niet-ontleedbare stof bestaat uit
één soort atomen.
(Element)


Slide 21 - Slide

Huiswerk
Maak de volgende opdrachten:
Leer HS1.1 (blz. 8-10)
Maak de vragen 1 t/m 9 (blz. 11-12)
Kijk de opdrachten goed na, wanneer je ze gemaakt hebt.
Maak een notitie van de vragen die je niet snapte of waarvan
je meer uitleg wil hebben.
Stel deze vragen de volgende les.




Slide 22 - Slide

Evaluatie Leerdoelen:
  • het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel;
  • drie fases noemen en hun symbolen
  • zes faseovergangen
  • kook- en smeltgedrag van zuivere stoffen en mengsels verklaren
Je leert
  • verschillende soorten mengsels kennen.
  • het verschil tussen hydrofiel en hydrofoob;

Slide 23 - Slide