H 7 Solvabiliteit les 9

Solvabiliteit


1 / 30
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Solvabiliteit


Slide 1 - Slide

Solvabiliteit
Kan ik als ik falliet ga al mijn schuldeisers terug betalen??

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Om de solvabiliteit te berekenen heb je 2 formules:
  • SV percentage: Bezittingen / schulden x 100% > 150% om solvabel te zijn!
  • SV graad: EV / TV x 100% > 25% om solvabel te zijn!

Slide 4 - Slide

Solvabiliteitspercentage:
Bezittingen = Totaal Vermogen (€400.000)
Schulden = LVV + KVV (€ 135.000 +€ 120.000)

Solvabiliteitspercentage:
€ 400.000 / € 255.000 x 100% = 157%


Slide 5 - Slide

Solvabiliteitsgraad:
Eigen vermogen = € 145.000
Totaal Vermogen = € 400.000

Solvabiliteitsgraad:
€ 145.000 / € 400.000 x 100% = 36%


Slide 6 - Slide

Debt ratio < 0,75 is goed
Hoe groot zijn mijn schulden t.o.v. mijn totale vermogen??
Graag zo laag mogelijk!!

Slide 7 - Slide

Formule Debt ratioVreemd Vermogen / TV 
Is geen percentage maar een ratio!! 
< 0,75 voor een gezond bedrijf! 

Vreemd Vermogen = VVL + VVK
Debt ratio: (€ 135.000+ € 120.000) / € 400.000= 0,64

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

verder met opgave 8

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Alles bij elkaar in opgave 11 en 14

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

opgave 11

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Even samenvatten:

balans,  current ratio, quick ratio, cash ratio, werkkapitaal, gouden balansregel, solvabiliteit, debt ratio

Slide 17 - Slide

Investeringen waarvan de omlooptijd langer dan 1 jaar is, zijn:
A
vaste activa
B
vlottende activa
C
lang vreemd vermogen
D
kort vreemd vermogen

Slide 18 - Quiz

Investeringen waarvan de omlooptijd maximaal 1 jaar is, zijn:
A
vaste activa
B
vlottende activa
C
kort vreemd vermogen
D
lang vreemd vermogen

Slide 19 - Quiz

Crediteuren vallen onder:
A
vaste activa
B
vlottende activa
C
kort vreemd vermogen
D
lang vreemd vermogen

Slide 20 - Quiz

De ijzerenvoorraad valt onder:
A
vaste activa
B
vlottende activa
C
kort vreemd vermogen
D
lang vreemd vermogen

Slide 21 - Quiz

De current ratio is positief als deze > 1,5
A
goed
B
fout

Slide 22 - Quiz

de cash ratio bereken je op de volgende manier:
A
KVV / LVV
B
vlottende activa / KVV
C
liquide middelen / KVV
D
(vlottende activa + liq. middelen) / KVV

Slide 23 - Quiz

Als een bedrijf solvabel is dan:
A
kan het bedrijf alleen zijn leveranciers niet betalen
B
heeft het bedrijf een hypothecaire lening afgesloten
C
heeft het bedrijf geen Eigen Vermogen
D
kan het bedrijf bij faillissement zijn schulden betalen

Slide 24 - Quiz

De solvabiliteitsgraad bereken je op de volgende wijze:
A
KVV / LVV x 100%
B
EV / LVV x 100%
C
EV / TV x 100%
D
LVV / TV x 100%

Slide 25 - Quiz

Een solvabel bedrijf heeft minimaal een solvabileitsgraad van:
A
10%
B
20%
C
30%
D
40%

Slide 26 - Quiz

opgave 14!!!
maken van de liquiditeitsbalans
berekenen van de kengetallen

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Opgave 14

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide