4 vervolg Engels

Vibe Check: How do you feel today?
😒🙁😐🙂😃
1 / 27
next
Slide 1: Poll
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 4,5

This lesson contains 27 slides, with interactive quiz and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Vibe Check: How do you feel today?
😒🙁😐🙂😃

Slide 1 - Poll

Remember?
  1. Be on time
  2. Respect each other
  3. Follow the school rules
  4. Bring a notebook and pen
  5. Listen during instructions & to each other
  6. Do your work in the classroom.
  7. Let me know if you need help.

Slide 2 - Slide

Today
Level test:
Go to Studiemeter.
Do the LLA - level test.
You need headphones.

Work by yourself.
Finished? Let me know!

Slide 3 - Slide

4 vervolg Engels - September 30

Slide 4 - Slide

4 vervolg Engels 
Startopdracht:

Pak je schrift. Schrijf zoveel mogelijk Engelse woorden op die horen bij je praktijkvak.

Slide 5 - Slide

Today
Finish Level test: Go to Studiemeter. Do the LLA - level test.
You need headphones.

Finished the test? Go to Studiemeter. Choose your level. You need headphones.

Opdracht: Klik op 'Woord en zinsopdrachten' en maak de opdrachten onder 'kijk en luisteren | woorden'. 


Slide 6 - Slide

Next week
I will not be at school next week.

Someone will probably take over the lesson.


Slide 7 - Slide

4 vervolg Engels - October 13

Slide 8 - Slide

Startopdracht
Pak je schrift.  Schrijf de woorden die hieronder staan op en vertaal ze.
Engels --> Nederlands
-Accident
-Arrive
-Cheap
-Dangerous
-As soon as possible

Nederlands --> Engels
- Volwassenen
- Druk
- Sluiten
- Wonen
- Bericht

Slide 9 - Slide

Today
Dzeneta, Berfin, Abel, Aya: 
Level test: Go to Studiemeter and finish the LLA - level test.

Everyone else: Go to Studiemeter. 
Klik op level A1 en kies 'Woord en zinsopdrachten'. 
Maak de opdrachten onder 'kijk en luisteren | woorden'. 

Finished? Let me know!



Slide 10 - Slide

Next week

Slide 11 - Slide

Startopdracht
Pak je schrift.  Schrijf zoveel mogelijk woorden op die te maken hebben met de afgelopen vakantie.

Maak met een aantal van deze woorden een kloppende Engelse zin.

Voorbeeld:

winkelen = shopping  --> I went shopping with my sister.
film = movie  --> I watched a movie.


Slide 12 - Slide

Today
Ik ga in 2 groepen grammatica uitleggen die je nodig hebt voor opdrachten in Studiemeter.
De verdeling heeft te maken met de uitslag van de niveautest.

Ik begin met: Esmee, Britt, Farah, Lindsey.

De anderen krijgen een opdracht en maken die terwijl ik uitleg.

Slide 13 - Slide

Grammatica - lidwoorden
Let op:
a uniform --> je ziet een u maar je hoort een j.
an hour --> je ziet een h maar je hoort een a.

Slide 14 - Slide

Grammatica - persoonlijke voornaamwoorden
1
2
1) Het voornaamwoord is het onderwerp van de zin en staat vooraan de zin. 

2) Het voornaamwoord staat achter een werkwoord en verwijst naar iets of iemand.

Slide 15 - Slide

Studiemeter
Ga naar Studiemeter, kies A1 - kijken en luisteren.
Maak: Taak 1 opdracht 3 t/m 8.


Slide 16 - Slide

Grammatica - present simple
To be:
I am
You, we they are
he, she, it is

To have:
I, you, we, they have
he, she, it has

To do:
I, you, we, the do
he, she, it does



Slide 17 - Slide

Studiemeter
Ga naar Studiemeter.
A2 - kijken en luisteren --> Stein, Jan, Ronja
Maak: Taak 1 opdracht 3 t/m 9.

B1 - watching and listening --> Aya, Dzeneta, Yunus, Abel
Maak: Taak 1 opdracht 3 t/m 8.

Slide 18 - Slide

Homework
De Studiemeter opdrachten zijn huiswerk voor de volgende les.
Dit komt in Presentis te staan voor je.

Slide 19 - Slide

Startopdracht
Pak je schrift.  Wat is het antwoord op deze raadsels? Schrijf het op.




Slide 20 - Slide

Antwoorden
An egg                     Time for a new car            A shadow

Slide 21 - Slide

Today
*Huiswerk: het is niet bij iedereen af. 

*Theorie en grammatica: Ik ga eerst iets uitleggen wat je nodig hebt voor opdrachten in Studiemeter.
Iedereen luistert mee en gaat daarna aan het werk in Studiemeter.

Dzeneta en Jan: jullie leg ik daarna ook nog iets anders uit.

Slide 22 - Slide

Theorie en grammatica
Teksten schrijf je met een bepaald doel, dit noem je het schrijfdoel:
amuseren - informeren - instrueren - overtuigen - activeren.

Een tekst kan meerdere doelen hebben:  een bericht aan een vriend waarin je vertelt dat je hem niet op kunt halen (informeren) en daar een routebeschrijving naar jouw huis geeft (instrueren).


Slide 23 - Slide

Theorie en grammatica
De zinnen en alinea’s in teksten hebben met elkaar te maken. Ze staan met elkaar in verband. Signaalwoorden zijn woorden die de verbanden tussen zinnen en alinea’s aangeven. Ze maken duidelijk wát de zinnen en alinea’s met elkaar te maken hebben. Dit noem je een tekstverband.

De signaalwoorden kun je vinden in Studiemeter onder het kopie theorie --> theorieoverzicht.

Slide 24 - Slide

Grammatica - datum

Slide 25 - Slide

Grammatica - if-zinnen

Slide 26 - Slide

Studiemeter
A1 - schrijven --> iedereen behalve Dzeneta en Jan
Maak: woord en zinsopdrachten schrijven + schrijven  Taak 1 opdracht 1 t/m 9

A2 - schrijven --> Dzeneta en Jan
Maak: woord en zinsopdrachten schrijven + schrijven Taak 1 opdracht 1 t/m 9

Terwijl jullie bezig zijn, kom ik langs zodat je in je schrift kunt schrijven wat je niveau per onderdeel is.

Slide 27 - Slide