Les 1. Inleiding tot het Jodendom

Inleiding tot het Jodendom
Inleiding op het Jodendom
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Inleiding tot het Jodendom
Inleiding op het Jodendom

Slide 1 - Slide

Inleiding op het Jodendom 
Het Jodendom is een van de oudste religies ter wereld en vormt de basis voor zowel het christendom als de islam. Het Jodendom draait om het geloof in één God en het naleven van de wetten en leefregels uit de Thora (de eerste vijf boeken van de Bijbel). Centraal in het geloof staan thema's zoals rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid met God.

Belangrijke rituelen en tradities spelen een grote rol in het dagelijks leven van joden. Denk aan de sjabbat (de wekelijkse rustdag), de kosjere spijswetten en belangrijke feestdagen zoals Pesach (bevrijding uit Egypte) en Jom Kipoer (de dag van verzoening). Tijdens deze dagen staan herinnering, bezinning en vernieuwing centraal.

Het Jodendom is niet alleen een religie, maar ook een cultuur en een manier van leven. Door inzicht te krijgen in de gebruiken, symbolen en feestdagen, krijgen leerlingen meer begrip voor de waarden en normen van het Jodendom en de joodse gemeenschap. Deze kennis helpt hen om verschillen tussen religies te herkennen en te respecteren.
Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat monotheïsme en polytheïsme betekenen.
  • Je kunt het verhaal van Abraham vertellen.
  • Je kunt uitleggen hoe de familie van Abraham in Egypte kwam.
  • Je weet wie Jozef was.
  • Je kunt beschrijven wie Mozes was en wat zijn rol is geweest in de joodse geschiedenis.
  • Je weet wat de 10 geboden zijn.
  • J kunt uitleggen wat de Torah en de Tenach zijn.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet jij van het Jodendom?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

De oudste monotheïstische godsdienst 
Dit betekent dat zij in één God geloven.
Wat is het tegenovergestelde van monotheïstisch? 

Slide 4 - Slide

Monotheïsme: Het geloof in één God. Dit is het idee dat er slechts één goddelijke macht is die alles heeft geschapen en regeert. Voorbeelden van monotheïstische religies zijn jodendom, christendom en islam.

Polytheïsme: Het geloof in meerdere goden. Polytheïsten geloven dat er verschillende goden zijn, elk met hun eigen kenmerken en verantwoordelijkheden. Voorbeelden zijn de oude Griekse, Romeinse en Egyptische religies, maar ook moderne hindoeïsme kent veel goden.

Pantheïsme: Het geloof dat God gelijk is aan het universum en alles wat daarin bestaat. In het pantheïsme wordt God niet gezien als een aparte, persoonlijke entiteit, maar als het geheel van de natuur en het universum zelf. Alles in de natuur is dus een manifestatie van God.

Panentheïsme: Het geloof dat God het universum doordringt, maar ook meer is dan alleen het universum. In het panentheïsme is God zowel immanent (door alles heen aanwezig) als transcendent (buiten het universum). Dit idee houdt in dat God zowel in de wereld is als een groter geheel omvat.

Samenvattend:

Monotheïsme = Eén God
Polytheïsme = Meerdere goden
Pantheïsme = God is het universum
Panentheïsme = God is in het universum en ook groter dan het universum
Zij geloven in de God van Abraham, Izaäk en Jakob. 
Deze drie personen worden ook wel de Aartsvaders genoemd.

Slide 5 - Slide

Abraham, Isaak en Jacob zijn drie belangrijke figuren in de Bijbel, die centraal staan in de joodse, christelijke en islamitische tradities. Ze worden vaak aangeduid als de aartsvaders van het Israëlische volk. Hier is een korte uitleg van hun levens:

Abraham: Abraham wordt beschouwd als de stamvader van het joodse volk. God maakte een verbond met Abraham, waarbij Hij beloofde dat zijn nakomelingen een groot volk zouden worden. Abraham vertrouwde op God en ging met zijn gezin naar het land Kanaän (het huidige Israël), waar hij zich vestigde. Zijn geloof wordt gezien als een voorbeeld van trouw aan God.

Isaak: Isaak was de zoon van Abraham en zijn vrouw Sara. God had beloofd dat Abraham een zoon zou krijgen, ondanks hun hoge leeftijd. Isaak trouwde met Rebekka, en hun zonen waren Esau en Jacob. Isaak ervoer zelf ook Gods leiding, en God hernieuwde het verbond met hem dat Hij met Abraham had gesloten.

Jacob: Jacob was de jongere zoon van Isaak en Rebekka. Hij werd later bekend als Israël, nadat hij 's nachts een bijzondere ontmoeting had met God. Jacob had twaalf zonen, die de stamvaders werden van de twaalf stammen van Israël. Een van zijn zonen, Jozef, speelt ook een belangrijke rol in het verhaal van het volk Israël, vooral in Egypte.

Samen vormen Abraham, Isaak en Jacob de basis van de joodse geschiedenis en het geloof, waarbij God zijn beloftes aan hen en hun nakomelingen vervulde.







Abraham als stamvader
Abraham sloot een verbond met God waarin hij beloofde God te gehoorzamen in ruil voor bescherming en een groot nageslacht.
Het verbond is de basis van het Jodendom.
Izaäk was de zoon van Abraham en Jakob was de zoon van Izaäk.

Slide 6 - Slide

Volgens de Bijbel sloot God een verbond met Abraham. Dit gebeurde in het Oude Testament (Genesis 12 en 17). Het verbond was een belofte van God aan Abraham, waarin God drie belangrijke dingen beloofde:

Een groot volk: God beloofde dat Abraham de stamvader zou worden van een groot volk, dat later het Israëlische volk zou zijn.

Land: God beloofde Abraham en zijn nakomelingen het Beloofde Land (Kanaän), dat later Israël zou worden.

Zegen voor de wereld: God beloofde dat door de nakomelingen van Abraham, alle volken op aarde gezegend zouden worden.

In Genesis 17 maakte God het verbond verder concreet door besnijdenis in te stellen als teken van het verbond. Abraham en zijn nakomelingen moesten zich laten besnijden als teken dat ze deel uitmaakten van Gods belofte.

Dit verbond is fundamenteel voor het joodse geloof, maar wordt ook in het christendom en de islam erkend, waarbij het gezien wordt als het begin van Gods relatie met de mensheid.
13

Slide 7 - Video

Bron: Biblepoject.com (Youtube.nl)
01:05


Naar welk land moest Abraham gaan?
A
Israël
B
Turkije
C
Kanaän
D
Egypte

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

01:33

Aan wie had God eerst Zijn zegen gegeven?
A
Adam en Eva
B
Kaïn en abel
C
Jip en Janneke
D
Jozef en Maria

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

01:54


Wat is uiteindelijk het doel van God?
A
Dat door Abraham de hele wereld rijk zou worden
B
Dat door Abraham de hele wereld gezegend zou worden
C
Dat door Abraham de hele wereld gezond zou worden
D
Dat uiteindelijk door Dat door Abraham de hele wereld blij zou worden

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

01:57

Hoe wordt uiteindelijk de familie van Abraham genoemd?
A
Het volk van Jacob
B
Het volk van Jozua
C
Het volk van Mozes
D
Het volk Israël

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

02:24
  • Voor joden is de Messias een speciale leider die in de toekomst komt. 
  • Hij zal de wereld beter maken door vrede te brengen en mensen te helpen eerlijk en goed te leven.  
  • Hij komt om het Joodse volk terug te brengen naar hun eigen land en de wereld te verbeteren.
Wat is de Messias?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

03:07

Wat blijft God steeds doen, ondanks de puinhoop die de mensen maakten?
A
Hij blijft ze zegenen
B
Hij blijft boos op hen
C
Hij blijft ze straffen
D
Hij wil niets met ze te maken hebben

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

04:14


Wat had God met Abraham gesloten?
A
Vrede
B
Een verbond
C
Een deal
D
Een overeenkomst

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

04:32


Wat was het teken van het verbond?
A
De besnijdenis van alle mannen
B
De doop van alle baby's
C
De doop van alle volwassenen
D
De besnijdenis van de jongetjes

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

05:05


Welke zin past het beste bij Jacob?
A
De vredestichter maakt ruzie
B
De goede man doet kwaad
C
De bedrieger bedrogen
D
De slechterik doet aardig

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

05:37


Wat wordt de nieuwe naam van Jacob?
A
Juda
B
Israël
C
Jozef
D
Ezau

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

05:50


Hoeveel zonen had Jacob op dit moment?
A
10
B
11
C
12
D
13

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

06:22


Waar wordt de familie van gered?
A
Het water
B
De sneeuw
C
De honger
D
Het ijs

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

02:24


Wie zal uiteindelijk regeren?
A
Een prins
B
De Messias
C
Een engel
D
Het volk

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Vat het verhaal van Abraham samen in je eigen woorden in minimaal 7 regels.
timer
1:00

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Het volk Israël tot slaven gemaakt
Er kwam uiteindelijk een farao aan de macht die Jozef niet kende 
en daarom maakte hij het Israëlische volk tot slaven.
Ze moesten zwaar werk doen, zoals het bouwen van steden, en leefden onder zware omstandigheden.
400 jaar lang waren ze slaven geweest.

Slide 22 - Slide

Het volk Israël werd tot slaaf gemaakt in Egypte nadat een nieuwe farao aan de macht kwam, die Jozef, de voormalige leider van de Israëlieten in Egypte, niet meer kende. Deze farao was bang dat de Israëlieten te sterk zouden worden, dus besloot hij hen in slavernij te brengen. Ze moesten zwaar werk doen, zoals het bouwen van steden en werken op de velden, en leefden onder slechte omstandigheden. 

Het farao's beleid was bedoeld om hen onder controle te houden en hun groei te stoppen. Het volk Israël leed zwaar onder deze slavernij, maar God hoorde hun gebeden en stuurde uiteindelijk Mozes om hen te bevrijden.

De farao was bang dat het volk te groot en te machtig zou worden. Hij gaf de opdracht dat alle jongetjes gedood moesten worden. Dit gebeurde door ze in de Nijl te werpen. De meisjes mochten wel blijven leven. Deze wrede maatregel werd genomen om het aantal Israëlieten te verminderen, maar het leidde er uiteindelijk toe dat Mozes, een van de pasgeboren jongetjes, werd gered en opgroeide om het volk te bevrijden.


Mozes en de Uittocht uit Egypte
Mozes bevrijdde het volk Israël uit de slavernij  (Exodus).
De farao wilde het volk niet laten gaan.

God stuurde 10 plagen.
Na de 10e plaag mocht het volk vertrekken naar het beloofde land

Slide 23 - Slide

De uittocht uit Egypte is het verhaal waarin het volk Israël, onder leiding van Mozes, uit slavernij in Egypte ontsnapte. Farao, de koning van Egypte, weigerde hen vrij te laten, ondanks de waarschuwingen van Mozes. God zond daarop tien plagen om Farao te dwingen het volk te laten gaan.

De tien plagen waren:

Bloed – De Nijl veranderde in bloed, waardoor het water ondrinkbaar werd.
Kikkers – Overal in Egypte kwamen kikkers tevoorschijn.
Vliegen – Er kwamen zwermen van steekvliegen.
Dierenziekte – Veel van de dieren in Egypte werden ziek en stierven.
Zweren – Mensen en dieren kregen pijnlijke zweren.
Hagel – Er viel hevige hagel, die gewassen en bomen vernietigde.
Hevige sprinkhanen – Sprinkhanen verwoestten alle gewassen.
Donker – Er was drie dagen lang duisternis over Egypte.
Dood van het eerstgeborene – Alle eerstgeborenen in Egypte stierven, behalve die van de Israëlieten.
De dood van het eerstgeborene – De laatste plaag die het volk dwong om Israël vrij te laten.

Na de tiende plaag liet Farao uiteindelijk het volk Israël vertrekken, wat bekend werd als de Uittocht of Exodus. Het volk trok de woestijn in, onderweg naar het Beloofde Land.







Onderweg in de woestijn
God gaf deze geboden aan Mozes op de berg Sinaï.  
Onderweg in de woestijn kregen ze van God de  Tien Geboden.  
Deze geboden zijn de  basis  voor de Joodse wetten.

Slide 24 - Slide

De ontvangst van de Tien Geboden gebeurde volgens de Bijbel op de berg Sinai, waar Mozes door God werd geroepen. Het volk Israël had net Egypte verlaten en was op weg naar het Beloofde Land. God gaf Mozes de Tien Geboden als richtlijnen voor hoe mensen goed met elkaar en met God moesten leven. Dit gebeurde in een indrukwekkend moment: er was donder, bliksem en een zware rookwolk op de berg. Mozes ontving de geboden op twee stenen tafelen, die later het fundament zouden worden van de joodse wet.

Welke 2 geboden vind jij het belangrijkste en waarom?

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

De Torah
De Torah is het belangrijkste deel van het heilige boek van joden.
Dit zijn de eerste vijf boeken van de Bijbel. 
De wetten staan hier ook in.
Deze boeken staan in de Tenach.

Slide 26 - Slide

De Torah is het belangrijkste deel van de Tenach voor joden. De Torah bestaat uit de eerste vijf boeken van de Tenach (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) en bevat de kern van de joodse wetten en richtlijnen. De Tenach zelf is de complete joodse bijbel, die naast de Torah ook de Profeten (Nevi'im) en de Geschriften (Ketuvim) omvat.

Hoewel de Tenach belangrijk is, wordt de Torah gezien als het fundament van de joodse religie en levenswijze.

Schrijf drie dingen op die je geleerd hebt.

Slide 27 - Open question

This item has no instructions