Achtergrond- Door vergrijzing (meer ouderen, minder jongeren die werken) en dubbele vergrijzing (mensen leven langer) werd de verzorgingsstaat te duur.
- Burgers moeten eerst kijken of ze problemen zelf of via hun netwerk kunnen oplossen, pas daarna kan de overheid worden ingeschakeld.
Wmo (2007, vernieuwd in 2015)
- Doel: mensen zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen en meedoen in de samenleving.
- Gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering → zorg dichtbij, afgestemd op persoonlijke situatie.
- Zorg pas beschikbaar als eigen netwerk geen oplossing biedt.
- Grote verschillen per gemeente door eigen invulling en minder budget.
Welzijn Nieuwe Stijl (2010)
• Acht uitgangspunten, o.a.:
• kijken naar de vraag achter de vraag,
• inzetten op eigen kracht en netwerk,
• sneller signaleren en ingrijpen,
• balans formeel/informeel en collectief/individueel,
• integraal samenwerken,
• resultaatgericht en met ruimte voor professionals.
Eigen kracht-conferenties
• Gezinnen maken samen met hun netwerk een plan voor oplossingen.
• Regie ligt bij het gezin zelf → meer kans op succes, minder kosten.
Decentralisaties (2015)
• Drie domeinen naar de gemeente:
1. Jeugdzorg (Jeugdwet) – nadruk op preventie, 1 gezin-1 plan-1 regisseur, meer ruimte voor professionals.
2. Participatiewet – meer mensen met arbeidsbeperking naar werk, beschut werk, minder afhankelijk van uitkeringen.
3. Wmo 2015 – gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning, dagbesteding, beschermd wonen, vervoer.
Participatiesamenleving
• Term uit troonrede Willem-Alexander (2013).
• Burgers hebben niet alleen recht, maar ook plicht om voor zichzelf en hun omgeving te zorgen.
Wijkteams (vanaf 2015)
• Multidisciplinaire teams in de wijk, dichtbij inwoners.
• Doel: laagdrempelige hulp, één aanspreekpunt.
• Problemen: te weinig tijd voor preventie en vroegsignalering, samenwerking en collectieve aanpak komen moeizaam op gang.
• Conclusie: participatiemaatschappij blijkt lastig, want sommige mensen blijven altijd afhankelijk van blijvende ondersteuning.