2V - 2.2 - Zuiver en mengsels

Pak je spullen:
Dit lesuur:
  • Hw nakijken (10 min)
  • Artikel lezen en bespreken (10 min)
  • 2.2: Zuivere stoffen en mengsel
    - Uitleg en aantekeningen (15 min)
  • Werken aan opdrachten (10 min)
Bord
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Pak je spullen:
Dit lesuur:
  • Hw nakijken (10 min)
  • Artikel lezen en bespreken (10 min)
  • 2.2: Zuivere stoffen en mengsel
    - Uitleg en aantekeningen (15 min)
  • Werken aan opdrachten (10 min)
Bord

Slide 1 - Slide

Huiswerk van vandaag

Slide 2 - Slide

Nakijken
7a)
  • Zin A: H-zin
  • Zin B: P-zin
  • Zin C: P-zin
  • Zin D: H-zin
  • Zin E: P-zin
  • Zin F: P-zin

7b)
  • Bij zin B, C en E

7c)
  • Bij zin F

Slide 3 - Slide

Nakijken
8a)
  • BIJ CONTACT MET DE HUID: met veel water/… wassen.
8b)
  • NA INSLIKKEN: onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts/… raadplegen.
8c)
  • Niet in een open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten.
8d)
  • Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. Niet roken.

Slide 4 - Slide

Nakijken

Slide 5 - Slide

Nakijken
9a)
  • Natriumhydroxide is een bijtende/corroderende stof. Het bijt dus door de verstopping heen en maakt weer ruimte voor water.
9b) 
  • Beschermende kleding dragen is een maatregel waarmee je schade voorkomt. Het is dus een P-zin.
9c) 
  • Zodat de arts weet hoe hij je het beste kan helpen en het niet  per ongeluk juist erger maakt.

Slide 6 - Slide

Aan het einde van deze les...
... kan je vertellen wat het verschil is tussen een
zuivere stof en een mengsel.
... kan je vertellen wat een molecuul is.
... kan je twee soorten mengsels van elkaar onderscheiden
... kan je vertellen wat er wordt bedoelt met de concentratie van een stof.

Slide 7 - Slide

Lezen
Beantwoord de volgende vragen:

Welke stoffen zitten er allemaal in kraanwater?
timer
4:00

Slide 8 - Slide

Aantekening
Dit is een aantekening. Schrijf dit in je schrift.

Slide 9 - Slide

Moleculen: het kleinste deeltje waar een
stof uit bestaat.

Slide 10 - Slide

Zuivere stof / mengsel
Zuivere stof: bestaat uit één soort molecuul.

Mengsel: bestaat uit meerdere soorten moleculen.

Slide 11 - Slide

Mengsel
Icetea bestaat uit meerdere stoffen dit noemen we een mengsel.
 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Soort mengsel: oplossing 
1) Een oplossing is altijd helder. Je kan er doorheen kijken.

2) Oplossingen blijven altijd goed gemengd.

Slide 14 - Slide

Oplossingen herkennen
  • Oplossingen zijn altijd helder. Je kunt erdoorheen kijken. Water is helder en kleurloos, ook als je er suiker of zout in hebt opgelost. 
  • Een oplossing kan wel een kleur hebben. Thee of icetea zijn hier goede voorbeelden van. 
  • Oplossingen blijven ook altijd goed gemengd. Laat je een fles frisdrank een jaar in de kast staan, dan blijft de frisdrank goed gemengd.

Slide 15 - Slide

Oplossing = helder
vast, vloeibaar of gas in vloeibaar oplosmiddel
moleculen zitten door elkaar heen

Slide 16 - Slide

Soort mengsel: suspensie
1) Een suspensie is altijd troebel. Je kan er niet doorheen kijken.

2) Suspensie ontmengen als je lang genoeg wacht.

Slide 17 - Slide

Suspensie = troebel

Vaste stof opgelost in een vloeistof


Slide 18 - Slide

Suspensies herkennen
  •  Als een mengsel troebel (ondoorzichtig) is, kan het dus geen oplossing zijn maar een suspensie
  • Verf bijvoorbeeld is geen oplossing, maar een suspensie: dat is een vloeistof waarin een fijn verdeeld poeder zweeft. Verf ontmengt; het poeder zakt na verloop van tijd naar de bodem van het blik. 

Slide 19 - Slide

Welk stelling is waar?
A
Een zuivere stof bestaat uit meer dan één stof
B
Een zuivere stof bestaat uit precies één stof
C
Sommige zuivere stoffen bestaan uit één stof, sommige uit meer

Slide 20 - Quiz

Een suspensie is een
A
Mengsel van twee vloeistoffen
B
Mengsel van twee vaste stoffen
C
Mengsel van een vloeistof en een vaste stof
D
Een zuivere stof

Slide 21 - Quiz

Zijn de zinnen juist of onjuist?
I Een oplossing is altijd helder.
II Een suspensie is doorzichtig.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist

Slide 22 - Quiz

Maak de zin kloppend.
Je hebt een flesje gevuld met limonade. Na een halve dag zie je dat de limonade er nog hetzelfde uitziet als toen je het flesje vulde.
De limonade is een ……………………...

Slide 23 - Open question

Zijn de zinnen juist of onjuist?
I Een suspensie is altijd troebel.
II Een oplossing is altijd een mengsel.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist

Slide 24 - Quiz

Maak de zin kloppend.
Op sommige verpakkingen kun je lezen ‘schudden voor gebruik’.
Het product dat in de verpakking zit is een …………………………...

Slide 25 - Open question

Jan heeft twee reageerbuisjes. In het eerste doet hij zout en in het tweede zand. Hij vult de reageerbuisjes vervolgens met water en schudt ze goed.
Hoe noem je mengsels die zo ontstaan?
A
in beide reageerbuisjes zit een suspensie
B
in eerste reageerbuisje zit een suspensie, in de tweede een oplossing
C
in eerste reageerbuisje zit een oplossing, in de tweede een suspensie
D
in beide reageerbuisjes zit een oplossing

Slide 26 - Quiz

Water met zout erin is na goed schudden een
A
Suspensie
B
Oplossing

Slide 27 - Quiz

Sinaasappelsap met vruchtvlees is een ...?
A
Oplossing
B
Suspensie
C
smerig

Slide 28 - Quiz

Aan de slag:
timer
1:00
  • Lees 2.2
  • Maak van 2.2:  1, 2, 3 en 7

Slide 29 - Slide