This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 30 min
Introduction
Iedereen heeft vooroordelen. Dat is normaal. Maar waar komen vooroordelen eigenlijk vandaan? Hoe ga je er mee om? Aan de hand van een geanimeerde video krijgen leerlingen en/of studenten uitleg hierover en leren leerlingen en/of studenten die vragen te beantwoorden.
Ook zijn er twee extra video's van jongeren die met elkaar praten over wat vooroordelen met je doen en hoe je ermee om gaat.
Instructions
Tip: Bekijk van tevoren eerst zelf de video en bepaal of het nodig is om de video tijdens de les te pauzeren en toe te lichten.
Kapstok zodat de leerlingen wekelijks overzicht hebben en houden van te behandelen onderwerpen, stof en voortgang.
Leerdoelen
Leerdoel:
De leerlingen kennen de meest algemene stereotypen
Slide 3 - Slide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Slide 4 - Video
Stereotypen over vrouwen
Wat weet je over vooroordelen?
Slide 5 - Mind map
Deze interactieve opdracht laat leerlingen individueel nadenken over wat ze al weten over vooroordelen. Op deze manier wordt de voorkennis geactiveerd.
Bespreek kort de woorden. Vraag de leerlingen om woorden uit te leggen en kort toe te lichten.
Directeur MyTalent
1 van de rijksten van de wereld
Burgemeester van Haarlem
Crimineel
Slide 6 - Drag question
This item has no instructions
Wat is een stereotype?
Een stereotype is een overdreven beeld van een groep mensen. Dat beeld komt vaak niet (helemaal) overeen met de werkelijkheid.
Het is vaak een vooroordeel of negatief denkbeeld. Als mensen dit beeld voor waar aannemen, is er kans op discriminatie.
Slide 7 - Slide
Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.
Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?
Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Slide 8 - Video
This item has no instructions
Discriminatie
Discriminatie is in de wet verboden.
In artikel 1 van de Grondwet staat dat iedereen die zich in Nederland bevindt in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, mag niet. Discriminatie is strafbaar.
Slide 9 - Slide
This item has no instructions
Een stereotype is bijvoorbeeld:
Mannen kunnen beter autorijden dan vrouwen.
Gothics zijn allemaal eenzaam en depressief, daarom hebben ze altijd zwarte kleren aan.
Vrouwen die meer dan 20 uur per week werken, zijn geen goede moeders.
Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.
Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?
Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Wat is volgens jou het verschil tussen stereotype en discriminatie?
Slide 11 - Open question
This item has no instructions
Opdracht
Slide 12 - Slide
This item has no instructions
Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.
Slide 13 - Quiz
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.
Slide 14 - Quiz
7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.