Woche 2

Lernziele Stunde 1 
Je kan ... 
• een persoon in het Duits omschrijven. 
• in een luisterfragment de juiste eigenschappen van een persoon aanvinken.



1 / 13
next
Slide 1: Slide
DuitsSecondary Education

This lesson contains 13 slides, with text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Lernziele Stunde 1 
Je kan ... 
• een persoon in het Duits omschrijven. 
• in een luisterfragment de juiste eigenschappen van een persoon aanvinken.



Slide 1 - Slide

Stunde 1
Was machen wir heute?
1) SA: A14 oder 17 S.20/ 21
2) HA vergleichen bis Aufgabe 16
3) Der erste Eindruck TT.S24/25 A20 - 23
 
Hausaufgaben bis nächsten Dienstag:
Alle opdrachten in DACH af tot met opgave 20
Leren: DACH: Wörterliste Thema 1 & 2 lernen (SE 4.1) & Grammatik 1 & 2 (TT: S.56 - 59) (SE 4.1)




Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Lernziele Stunde 2 
Je kan ... 
• het verschil tussen een taalvariant en een dialect uitleggen.
• ten minste twee Duitse Jugendwörter benoemen en wat ze betekenen.
 



Slide 4 - Slide

Stunde 2
Was machen wir heute?
1) SA: A24(G) oder 27(L)
2) Erklärung: Taalvariant (Jugendsprache) & Dialekt - Aufgabe 19
3) Aufgabe mit Wörteliste Thema 2 
 
Hausaufgaben bis nächsten Dienstag:
Alle opdrachten in DACH af tot met opgave 20
Leren: DACH: Wörterliste Thema 1 & 2 lernen (SE 4.1) & Grammatik 1 & 2 (TT: S.56 - 59) (SE 4.1)




Slide 5 - Slide

Taalvariant
= een specifieke vorm of variant van een taal die kan verschillen op basis van factoren zoals regionale ligging, sociale achtergrond, leeftijd, beroep of situatie.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Dialect
= een taalvariant die regionaal gebonden is. Onderscheiden zich meestal op drie niveaus:
1) Uitspraak (fonologie): bijvoorbeeld de manier waarop klinkers of medeklinkers klinken in een bepaald gebied
2) Woordenschat (lexicon): specifieke woorden die in een regio gebruikt worden
3) Grammatica (syntaxis en morfologie): bijvoorbeeld verbuigingen, vervoegingen of zinsstructuren die afwijken van de standaardtaal

Slide 8 - Slide

Bairisch spart Lebenszeit
https://www.youtube.com/shorts/4K8dUxNjrqo

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Slide

Stunde 3
Was machen wir heute?
1) SA: Zinnen vertalen
2) Aufgabe 20 DACH
3) Zu zweit: Aufgabe 24 DACH
 
Hausaufgaben bis nächsten Dienstag:
Alle opdrachten in DACH af tot met opgave 20
Leren: DACH: Wörterliste Thema 1 & 2 lernen (SE 4.1) & Grammatik 1 & 2 (TT: S.56 - 59) (SE 4.1)




Slide 12 - Slide

D - NL
Deutschland hat 16 Bundesländer. 
Die Schweiz hat 26 Kantonen. 
Die Amtssprache ist deutsch.
Der Rhein ist ein wichtiger Fluss. 
NL - D
Oostenrijk ligt in Midden-Europa. 
De valuta in Zwitserland is de Zwitserse frank. 
Het gebergte in Oostenrijk zijn de Alpen.

Slide 13 - Slide