minute
second
minute
second
3T + 4T
Les 1: Organismen & bladeren
3T: Organismen
4T: Bladeren
We werken in één lokaal, maar met twee verschillende leerroutes.
SAMEN
Start samen: wat leeft?
Kijk om je heen: noem drie levende en drie niet-levende dingen.
Wanneer noem je iets een organisme?
Kunnen planten reageren op hun omgeving?
SAMEN
Lesroute – 50 minuten
0–5 min gezamenlijke start
5–15 min instructie 3T | 4T luistert mee of zelfstandige start
15–25 min 3T verwerking | instructie 4T
25–40 min beide groepen zelfstandig
40–46 min kennischeck per groep
46–50 min gezamenlijke afsluiting
4T
4T – Startopdracht terwijl 3T uitleg krijgt (optie)
Pak of bekijk een blad van een plant.
Maak een schets.
Wat valt je op aan vorm, nerven, bovenkant en onderkant?
Schrijf twee functies op die een blad volgens jou heeft.
3T 4T luistert mee, herhaling vorig jaar
3T – Wat is een organisme?
Een organisme is een levend wezen.
Voorbeelden: mens, hond, boom, paddenstoel en bacterie.
Organismen vertonen levensverschijnselen.
Als een organisme geen levensverschijnselen meer vertoont, is het dood.
3T
3T – Levensverschijnselen
Voeden
Ademhalen
Uitscheiden
Groeien
Ontwikkelen
Voortplanten
Reageren op prikkels / waarnemen
3T 4T luistert mee, herhaling vorig jaar
3T
3T – Levend, dood of levenloos?
LEVEND: vertoont levensverschijnselen.
DOOD: heeft geleefd, maar vertoont geen levensverschijnselen meer.
LEVENLOOS: heeft nooit geleefd.
Voorbeelden: levende boom – dood blad – steen.
3T 4T luistert mee, herhaling vorig jaar
3T
Zelfstandig werken
Bs 1 Organismen :
Lezen blz 10-11
Maken opdr. 1 t/m 3 in je boek, opdr. 4 t.m 7 in je schrift
Tijd over?:
maak een schema met organisme – levensverschijnselen – levend/dood/levenloos. Bedenk zelf voorbeelden.
4T
4T – Bouw van een blad
Bladsteel: bevestigt het blad aan de stengel.
Bladschijf: het brede deel van het blad.
Hoofdnerf en zijnerven: transport en stevigheid.
In de nerven liggen vaatbundels met houtvaten en bastvaten.
4T
4T – Wat gebeurt er in een blad?
Fotosynthese vindt plaats in cellen met bladgroenkorrels.
Koolstofdioxide komt via huidmondjes binnen.
Zuurstof en waterdamp kunnen via huidmondjes naar buiten.
Bladeren zijn aangepast om licht op te vangen en stoffen uit te wisselen.
4T
4T – Huidmondjes
Huidmondjes zijn kleine openingen in de opperhuid.
Ze worden omgeven door sluitcellen.
Via huidmondjes vindt gaswisseling plaats.
Door verdamping verliest de plant water via de bladeren.
Vraag: waarom kan het sluiten van huidmondjes handig zijn op een warme, droge dag?
4T
Zelfstandig werken
Bs 1 Bladeren :
Lezen blz 10-13
Maken opdr. 1 t/m 4 in je boek, opdr. 4 t.m 8 in je schrift
Tijd over?:
teken een blad en benoem bladsteel, bladschijf, hoofdnerf, zijnerven en huidmondjes. Noteer bij elk onderdeel een functie.
Klaar? Maak drie eigen toetsvragen over jouw onderwerp.
3T
Kennischeck 3T
1. Wat is een organisme?
2. Noem vier levensverschijnselen.
3. Is een houten tafel dood of levenloos? Leg uit.
4. Een zaadje lijkt niets te doen. Is het toch levend?
5. Wat is het verschil tussen dood en levenloos?
4T
Kennischeck 4T
1. Wat is de functie van de bladschijf?
2. Waar liggen houtvaten en bastvaten in een blad?
3. Wat komt via huidmondjes het blad binnen?
4. Wat kan via huidmondjes het blad verlaten?
5. Waarom zijn huidmondjes belangrijk voor een plant?
SAMEN
Samen afsluiten
Een plant is een organisme en vertoont dus levensverschijnselen.
Een blad helpt de plant onder andere bij fotosynthese, gaswisseling en verdamping.
Zo zie je in 4T terug wat je in 3T als basis leert.
EXIT: schrijf één ding op dat je nu beter begrijpt dan aan het begin van de les.