Maak zelf:
Opdracht 3 en 4.
1. Lees het woord.
2. Ken je het woord in het Engels? Dan schrijf je dat in de 1e rij.
3. Ken je het woord niet? Zet een streepje in de 1e rij.
4. Vul alle woorden die je al kent in.
5. Zoek op google translate de andere woorden.
6. Schrijf deze op in de 2e rij.