H3 paragraaf 3.5 en 3.6 2021

1 / 25
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Kenmerken van 19e eeuwse arbeiderswijken zijn:
A
Slecht geïsoleerd, kleine kamers, wel centrale verwarming.
B
Kleine kamers, geen douches, aan de rand van de stad.
C
Kleine kamers, slecht geïsoleerd, tegen het centrum aan.
D
Slecht geïsoleerd, geen douches, wel centrale verwarming.

Slide 2 - Quiz

Herstructurering beoogt
A
Een betere woonomgeving.
B
Inwoners uit een anders economische klasse.
C
Modernere/betere huizen voor de bewoners.
D
Meer ruimte voor parkeren in de voorheen nauwe straten.

Slide 3 - Quiz

Segregatie is ...
A
is zichtbare regionale ongelijkheid.
B
is de sociale cohesie tussen bevolkingsgroepen.
C
het onderling verbonden zijn van mensen.
D
is het gescheiden leven van bevolkingsgroepen.

Slide 4 - Quiz

Wat hoort niet bij sanering:
A
opknappen van woningen
B
slopen van woningen
C
nieuwbouw van woningen
D
doelgroep: oorspronkelijke bewoners

Slide 5 - Quiz

Wat is gentrification?
A
Het proces waarbij verschillende mensen meer gaan samenwerken.
B
Het proces als gevolg waarvan een wijk een hoger verzorgingsniveau krijgt.
C
Het proces waarbij mensen met een hoger inkomen in een armere wijk komen wonen.
D
Een proces als gevolg waarvan uiteindelijk woningen worden gesloopt.

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Bekijk zelf de powerpoint met meer voorbeelden van woningkenmerken en bewonerskenmerken.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Opdracht in 7 minuten
Gebruik de paragrafen 3.5 en 3.6
Haal een oorzaak-gevolg uit 3.5.
Bedenk een "Leg uit ..." vraag over 3.6.

Slide 17 - Slide

Oorzaak-gevolg (3.5) en
Leg uit ... (3.6)

Slide 18 - Mind map

Wat is geen woningkenmerk?
A
Type woning
B
Percentage eenpersoonshuishoudens
C
Onderhoudsniveau
D
Eigendom

Slide 19 - Quiz

Wat is geen woningkenmerk?
A
Type woning
B
Percentage eenpersoonshuishoudens
C
Onderhoudsniveau
D
Eigendom

Slide 20 - Quiz

Welke drie in de opsomming zijn bewonerskenmerken?
A
Ouderdom van de woning, gezinsfase, hoogte van het inkomen.
B
Leeftijd, woningtype, grootte van het huishouden.
C
Hoogte van het inkomen, etniciteit, staat van onderhoud
D
Gezinsfase, opleidingsniveau, grootte van het huishouden

Slide 21 - Quiz

Een buurtprofiel geeft informatie over drie belangrijke onderdelen,
welke drie?

Slide 22 - Open question

Wat kan een gemeente met de informatie uit een buurtprofiel?

Slide 23 - Open question

Hoe merk je sociale cohesie nu we in de Corona-crisis zitten?
A
We doen meer aan social distancing.
B
We helpen elkaar met boodschappen doen.
C
Iedereen kijkt vaak naar de NOS-app.
D
Iedereen is veel thuis.

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide