Past simple: vragen en ontkenningen

Past simple: vragen en ontkenningen

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Past simple: vragen en ontkenningen

Deze les blijft biologisch gezien buiten het opgegeven vak, maar de aangeleverde inhoud gaat duidelijk over Engelse grammatica. Daarom is de les opgebouwd rond de grammaticale regels uit de screenshots.

Lesdoel

Ik kan in de past simple correcte vragen en ontkennende zinnen maken.

This item has no instructions

Welke woorden koppel jij aan vragen of ontkenningen in de past simple?

Gebruik dit als voorkennisactivatie. Verwachte woorden: did, didn't, was, were, could, not, vraagwoord, basisvorm.

Past simple (questions)

Een vraag in de past simple maak je op twee manieren.


  • Met was, were en could zet je het werkwoord vooraan.

  • Met alle andere werkwoorden gebruik je did aan het begin.

  • Daarna komt het hele werkwoord zonder to.

Benadruk dat leerlingen eerst moeten bepalen: is het hoofdwerkwoord was/were/could, of een ander werkwoord? Dat bepaalt de hele vraagvorm.

Twee vraagvormen

Met did + werkwoord

Met was / were / could

Did you take your phone with you?

Did Jack listen to you?

Did she make a sandwich?

Was David ill last week?

Were those girls at the party yesterday?

Could he solve the mystery?

Wijs erop dat bij did de verleden tijd niet meer in het hoofdwerkwoord staat: niet 'Did she made', maar 'Did she make'.

Did + infinitief zonder to

Bij vragen met did gebruik je altijd de basisvorm van het werkwoord.


  • Did he take the bus?

  • Did she make a sandwich?

  • Did Jack listen to you?


Dus niet: did took of did made.

Veelgemaakte fout: leerlingen zetten zowel did als een verleden tijd in dezelfde zin. Leg uit dat did de verleden tijd al aangeeft.

Vraagwoorden in de past simple

Met when, where, how en why komt het vraagwoord vooraan.


  • Where did you put your keys?

  • How was the pasta?

  • When did Daisy leave for school?

Laat zien dat het vraagwoord niets verandert aan de basisregel: na where/when/why/how volgt nog steeds was/were/could of did.

Welke vraag is correct in de past simple?

A

Did she made tea?

B

Was she made tea?

C

Did she make tea?

D

Did she making tea?

Toetst de kernregel van dit blok: na did gebruik je de basisvorm.

Vragen aanvullen

Where did you put your keys? Did she make a sandwich? Were those girls at the party yesterday?

Where
Did
make
Were
When
Was
made
didn't

Laat leerlingen letten op twee patronen: vraagwoord + did/was/were, en na did altijd de basisvorm.

Past simple (negative sentences)

Een ontkennende zin in de past simple maak je ook op twee manieren.


  • Met was, were en could voeg je not of -n't toe.

  • Met alle andere werkwoorden gebruik je didn't.

  • Daarna komt weer het hele werkwoord zonder to.

This item has no instructions

Twee ontkennende vormen

Elisa didn't buy me a snack.

We didn't bring lunch.

Our friends didn't laugh at the comedian's jokes.

Met was / were / could

It wasn't sunny yesterday.

My parents weren't at home this morning.

I couldn't see the Mona Lisa in Paris.

Met didn't + werkwoord

Laat leerlingen het verschil horen tussen wasn't/weren't/couldn't en didn't + werkwoord. Beide zijn verleden tijd, maar de bouw is anders.

Didn't + basisvorm

Na didn't gebruik je altijd de basisvorm van het werkwoord.


  • We didn't bring lunch.

  • Elisa didn't buy me a snack.

  • Our friends didn't laugh.


Dus niet: didn't brought of didn't bought.

Koppel dit expliciet aan de eerdere regel bij vragen: did en didn't werken allebei met de basisvorm.

De kernregel

  • was / were / could: geen did of didn't nodig

  • andere werkwoorden: gebruik did in vragen en didn't in ontkenningen

  • Na did / didn't volgt altijd de basisvorm

Dit is de samenvattende regelslide waarop beide subtopics samenkomen. Gebruik haar als brug naar eventuele oefening buiten deze deck.

Welke ontkennende zin is correct?

A

She didn't went home.

B

She wasn't go home.

C

She didn't go home.

D

She not went home.

Controleert of leerlingen de regel did/didn't + basisvorm toepassen.

Ontkenningen aanvullen

It wasn't sunny yesterday. We didn't bring lunch, and Elisa didn't buy me a snack. My parents weren't at home this morning.

wasn't
didn't
buy
weren't
was
brought
couldn't
bought

Herhaalt beide ontkennende vormen uit dit subtopic: was/were + not en didn't + basisvorm.

Wat is voor jou de belangrijkste regel uit deze les?

Bespreek of leerlingen de samenvattende kernregel kunnen verwoorden: was/were/could zonder did of didn't; bij andere werkwoorden gebruik je did in vragen en didn't in ontkenningen; daarna volgt de basisvorm.

Wat heb je vandaag geleerd over de past simple?

Reflectievraag zonder goed of fout. Laat leerlingen benoemen wat ze echt meenemen uit de les.

Welk deel vond je nog lastig?

Reflectievraag zonder goed of fout. Bruikbaar om te bepalen waar extra inoefening nodig is.

Begrippenlijst

past simple - Engelse verleden tijd voor handelingen of situaties in het verleden.

question - Een vraagzin.

negative sentence - Een ontkennende zin.

was / were - Verleden tijd van het werkwoord to be.

could - Verleden tijd van can.

did - Hulpwerkwoord om vragen te maken in de past simple.

didn't - Korte vorm van did not, gebruikt voor ontkennende zinnen in de past simple.

This item has no instructions

Begrippenlijst

basisvorm - Het hele werkwoord zonder to, zoals take, make of bring.

wh-word - Een vraagwoord zoals when, where, how of why.

wasn't - Korte vorm van was not.

weren't - Korte vorm van were not.

couldn't - Korte vorm van could not.

This item has no instructions