Organische reacties (Scheikunde havo), les 3: Terugblik quiz

Opstelling voor het nitreren van organische stoffen in een laboratorium, oude foto (publiek domein)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ORGANISCH

Quiz

Terugblik: Organische reacties

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van 11 vragen over reactietypen, vergelijkingen, hydrolyse, condensatie en kraken.

Items in this lesson

Opstelling voor het nitreren van organische stoffen in een laboratorium, oude foto (publiek domein)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ORGANISCH

Quiz

Terugblik: Organische reacties

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Digital Public Library of America / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke vergelijking is een additie?

A

C₃H₈ + Br₂ → C₃H₇Br + HBr

B

C₃H₈ → C₂H₄ + CH₄

C

C₃H₆ + Br₂ → C₃H₆Br₂

D

C₄H₈O₂ + H₂O → C₂H₄O₂ + C₂H₆O

Syllabus R1.11 en R2.1: additie: twee beginstoffen, één product, C=C verdwijnt. De tweede is substitutie, de derde kraken, de vierde hydrolyse van een ester. Alle vergelijkingen gecontroleerd: C₃H₆ + Br₂ (3 C, 6 H, 2 Br) = C₃H₆Br₂; C₃H₈ + Br₂ = C₃H₇Br + HBr; C₃H₈ = C₂H₄ + CH₄; C₄H₁₀O₃ aan beide kanten bij de ester.

Zetmeel wordt volledig gehydrolyseerd. Welke stof ontstaat?

A

Glucose

B

Glycerol

C

Aminozuren

D

Vetzuren

Syllabus R1.11 en R2.1: hydrolyse van koolhydraten tot monosachariden. Verwachte fout: glycerol, product van vetten, of aminozuren, product van eiwitten.

Zet op volgorde: van minst naar meest H₂O bij hydrolyse.

1

Triglyceride

2

Dipeptide

3

Pentapeptide

4

Tripeptide

Syllabus R1.11 en R2.1: het aantal H₂O is gelijk aan het aantal te splitsen bindingen: dipeptide 1, tripeptide 2, triglyceride 3 (drie estergroepen), pentapeptide 4. Verwachte fout: triglyceride na het pentapeptide zetten omdat het een groter molecuul lijkt.

Vul in

Bij kraken breekt een C–C-binding in een koolwaterstofmolecuul, zodat kleinere moleculen ontstaan.

kraken
C–C
kleinere
C=O
grotere

Syllabus R1.11 en R2.1: kraken splitst een groot koolwaterstofmolecuul in kleinere. Verwachte fout: grotere moleculen (polymerisatie) of C=O.

Uit welke twee stoffen ontstaat C₂H₅Cl als enig product?

A

C₂H₄ en Cl₂

B

C₂H₄ en HCl

C

C₂H₆ en HCl

D

C₂H₄ en H₂O

Syllabus R1.11 en R2.1: additie van HCl aan etheen: C₂H₄ + HCl → C₂H₅Cl, één product. Met Cl₂ ontstaat C₂H₄Cl₂, met H₂O ontstaat C₂H₅OH; C₂H₆ reageert niet met HCl. Verwachte fout: C₂H₄ en Cl₂ kiezen vanwege het chloor.

C₁₂H₂₂O₁₁ + H₂O → 2 C₆H₁₂O₆. Hoeveel mol H₂O reageert met 0,50 mol sacharose?

A

1,0 mol

B

0,25 mol

C

2,0 mol

D

0,50 mol

Syllabus R1.11 en R2.1: molverhouding sacharose : H₂O = 1 : 1, dus 0,50 mol sacharose neemt 0,50 mol H₂O op. Verwachte fout: de 2 voor glucose gebruiken (1,0 mol) of delen door 2 (0,25 mol). Tweemaal nagerekend.

Geef het product van but-2-een met H₂O.

Syllabus R1.11: additiereacties in molecuulformules en structuurformules. Antwoord: butaan-2-ol, CH₃–CH(OH)–CH₂–CH₃. But-2-een is symmetrisch, dus er is maar één product. Controle: C₄H₈ + H₂O → C₄H₁₀O (links 4 C, 10 H, 1 O; rechts ook). Verwachte fout: butaan-1-ol, of de C=C laten staan.

Welke vergelijking klopt voor de condensatie van HCOOH met CH₃OH?

A

HCOOH + CH₃OH → HCOOCH₃ + H₂O

B

HCOOH + CH₃OH → HCOOCH₃ + H₂

C

HCOOH + CH₃OH → HCOOCH₃ + CO₂

D

HCOOH + CH₃OH → HCOOCH₃ + H₂O₂

Syllabus R1.11 en R2.1: ester en water. Controle: links CH₂O₂ + CH₄O = C₂H₆O₃; rechts C₂H₄O₂ + H₂O = C₂H₆O₃. Bij H₂ ontbreekt een O, bij CO₂ ontbreekt C en bij H₂O₂ is er één O te veel. Verwachte fout: H₂ of H₂O₂ kiezen zonder te tellen.

Wat ontstaat bij volledige hydrolyse van een polyester?

A

Alleen CO₂ en H₂O

B

Moleculen met NH₂- en COOH-groepen

C

Moleculen met COOH- en OH-groepen

D

Moleculen met alleen C=C bindingen

Syllabus R1.11 en R2.1: hydrolyse van (poly)esters. Elke estergroep splitst in een carbonzuurgroep en een hydroxylgroep. Verwachte fout: NH₂ en COOH kiezen; dat hoort bij polyamiden en polypeptiden.

Twee alanine (C₃H₇NO₂) koppelen tot een dipeptide. Welke formule?

A

C₆H₁₄N₂O₄

B

C₆H₁₂N₂O₄

C

C₆H₁₂N₂O₃

D

C₆H₁₆N₂O₅

Syllabus R1.11 en R2.1: condensatie, één H₂O af: 2 × C₃H₇NO₂ = C₆H₁₄N₂O₄, min H₂O is C₆H₁₂N₂O₃. Verwachte fout: het water vergeten (C₆H₁₄N₂O₄) of er juist bij optellen (C₆H₁₆N₂O₅). Tweemaal nagerekend.

Waarom kraakt een raffinaderij zware oliefracties?

A

Grote moleculen worden bruikbare kleinere moleculen

B

De fracties worden gescheiden op kookpunt

C

Kleine moleculen worden aan elkaar gekoppeld

D

Zwavel wordt uit de olie gehaald

Syllabus R1.11 en R2.1: T-sfeer: olieraffinage, gefractioneerde destillatie en kraken. Scheiden op kookpunt is destillatie, koppelen is polymerisatie. Verwachte fout: het kookpuntantwoord, omdat destillatie in dezelfde fabriek gebeurt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ORGANISCH

Goed gedaan!

Je kunt nu elke organische reactie indelen en kloppend opschrijven: additie, condensatie, hydrolyse, substitutie en kraken.

This item has no instructions