WELVAART · KRINGLOOP
Quiz
Terugblik: Macro-economische kringloop
WELVAART · KRINGLOOP
Quiz
Terugblik: Macro-economische kringloop
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Alf van Beem / Wikimedia Commons, CC0
Welk bedrag hoort wel bij het bbp, maar niet bij het nationaal inkomen?
Winst
Loonsom
Rente
Afschrijvingen
Het bbp is bruto en bevat de afschrijvingen; het nationaal inkomen (netto) is arbeids- plus kapitaalinkomen. Winst, loonsom en rente zijn inkomen.
Vul in
Bij de categoriale inkomensverdeling gaat het om de bron van het inkomen: arbeidsinkomen of kapitaalinkomen, zoals rente of huur.
De categoriale verdeling kijkt naar de bron van het inkomen, niet naar personen.
Welke ontwikkeling zorgt voor een daling van de AIQ?
Arbeidsinkomen groeit sneller dan kapitaalinkomen
Kapitaalinkomen groeit sneller dan arbeidsinkomen
De loonsom stijgt terwijl de winst daalt
Arbeidsinkomen blijft gelijk, nationaal inkomen daalt
De AIQ is het deel van het nationaal inkomen dat naar arbeid gaat. Groeit het kapitaalinkomen procentueel sneller, dan daalt dat deel. Bij de andere drie stijgt de AIQ.
Wanneer stijgen de loonkosten per eenheid product?
Productie per uur stijgt sneller dan loon per uur
Loon en productie per uur stijgen even snel
Loon per uur stijgt sneller dan productie per uur
Productie per uur stijgt, loon per uur blijft gelijk
LKP = loon per uur : productie per uur. De LKP stijgt als de teller sneller groeit dan de noemer. Bij de andere drie blijft de LKP gelijk of daalt hij.
Waarom geven de bestedingsmethode en de subjectieve methode hetzelfde bbp?
Bestedingen van de een zijn inkomen van een ander
Export en import zijn in elk land altijd gelijk
Afschrijvingen zijn altijd precies gelijk aan de winst
De overheid bepaalt zelf hoe hoog alle inkomens zijn
Elke euro die iemand uitgeeft, is inkomen van een ander: bestedingen en inkomens zijn twee kanten van dezelfde stroom.
I stijgt, O - B en E - M blijven gelijk. Wat gebeurt er met S?
S daalt, want er is minder te sparen
S stijgt even sterk als I
S blijft gelijk, want sparen staat vast
S daalt even sterk als I
Volgens S = I + (O - B) + (E - M) moet S met dezelfde hoeveelheid stijgen als I: investeringen worden gefinancierd uit sparen.
Wat is het nationaal spaarsaldo?
Particulier spaarsaldo min overheidssaldo
Sparen van huishoudens plus sparen van bedrijven
Investeringen plus overheidsbestedingen
Particulier spaarsaldo plus overheidssaldo
Nationaal spaarsaldo = (S - I) + (B - O). Verwachte fout: het overheidssaldo aftrekken in plaats van optellen.
Huishoudens sparen bij een bank. Wat is dat geld voor de huishoudens?
Een vordering op de bank
Een verplichting aan de bank
Consumptie door huishoudens
Belasting aan de overheid
De vordering van de een is de verplichting van de ander: de huishoudens hebben een vordering op de bank, de bank een verplichting aan de huishoudens.
Welke transactie staat op de lopende rekening van Rijnland?
Een Rijnlands pensioenfonds koopt Amerikaanse aandelen
Een Rijnlandse bank leent geld uit aan Chili
Een Duitse toerist logeert in een Rijnlands hotel
Een Chinees fonds koopt Rijnlandse staatsobligaties
Logeren in een hotel is een reële transactie (export van een dienst). De andere drie zijn financiële transacties en staan op de financiële rekening.
Noem twee onderdelen van de betalingsbalans.
Goed antwoord: de lopende rekening en de financiële rekening. Verwachte fout: de saldi (E - M, S - I) noemen in plaats van de rekeningen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
WELVAART · KRINGLOOP
Goed gedaan!
Je kunt nu het bbp op drie manieren berekenen, de AIQ en de loonkosten per eenheid product uitleggen en met de financiële kringloop en de saldi rekenen. Let bij elke examenvraag op bruto of netto, op het teken van een saldo en op de eenheid.
This item has no instructions