Paragraaf 1.3 Je inkomsten en uitgaven

1 / 21
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, kLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 3 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom en programma
Ga zitten en leg je boek, schrift, pen en rekenmachine op tafel
- Wat leer je vandaag!
- Herhaling paragraaf 1.1 
- Vragen en lesopdrachten
- Uitleg paragraaf 1.2
- Samen theorie lezen en werken aan de lesopdrachten uit paragraaf 1.2



timer
5:00

Slide 2 - Slide

Herhaling
- Filmpje marketingmix
- Soorten reclame
- commerciële en ideële reclame
- merkreclame en informatieve reclame

Slide 3 - Slide

commerciële reclame

Slide 4 - Slide

Wat is de doelgroep?
Deze twee producten hebben een andere doelgroep...

Slide 5 - Slide

A- / B- en huismerken
Plaatjes
A merk - B merk - Huismerk

Slide 6 - Slide

A merk 
B merk
3,65
euro
1,65
euro

Slide 7 - Slide

  • Commerciële reclame is reclame
     die bedoeld is om meer te
     verkopen, oftewel meer winst maken.
Commerciële reclame
Commerciële reclame
Informatieve reclame
Merkreclame

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Link

Je leert in deze paragraaf:
- hoe je een begroting van je inkomsten en uitgaven maakt
- welke soort inkomens er zijn
- welke soort uitgaven er zijn
- hoe je bedragen kunt omrekenen van maand naar week en omgekeerd. 

Slide 10 - Slide

Budgetteren
- Wat is budgetteren?

- Een begroting



Slide 11 - Slide

Soorten inkomens
  • Inkomsten uit arbeid
  • Inkomsten uit bezit
  • Overdrachtsinkomen

Slide 12 - Slide

Soorten uitgaves
  • Dagelijkse uitgaven
  • Vaste lasten
  • Incidentele uitgaves

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Hoeveel betaal ik wanneer?
- Vaste lasten 

- Niet elk bedrijf verrekend een bedrag over dezelfde periode
- Je wilt het vergelijken
dus ga je omrekenen


Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Link

Lesopdrachten
- Samen theorie lezen en werken aan de lesopdrachten uit paragraaf 1.3

Slide 18 - Slide

Je leert in deze paragraaf:
- hoe je een begroting van je inkomsten en uitgaven maakt
- welke soort inkomens er zijn
- welke soort uitgaven er zijn
- hoe je bedragen kunt omrekenen van maand naar week en omgekeerd. 

Slide 19 - Slide

Hoeveel betaal ik eigenlijk?
Voor mijn sportschool abonnement betaal ik € 35,- per maand.
Wat kost mijn abonnement per week?

Slide 20 - Slide

Basisregel
Altijd toepassen!

Als je bedragen moet omrekenen, dan reken je altijd eerst om naar een jaar.

Slide 21 - Slide