5V Herhaling Evenwichten

 Chemisch evenwicht
Herhalingsles
1 / 28
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

 Chemisch evenwicht
Herhalingsles

Slide 1 - Slide

Aflopende reacties
A + B -> C + D
  • Reactie in 1 richting.
  • Enkele reactiepijl.
  • Niet omkeerbare reactie, bijv. verbranding van een kaars.
Evenwichtsreacties
A + B           C + D
  • Heen- en teruggaande reactie tegelijkertijd (dynamisch).
  • Dubbele reactiepijl.

  • Reactie is omkeerbaar.

Slide 2 - Slide

De evenwichtsvoorwaarde
Voorbeeld: 

Alleen (g) en (aq) in EWVW






Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Instellen van evenwicht
  • S1 geeft snelheid van de
heengaande reactie weer.
  • S2 geeft snelheid van de 
teruggaande reactie weer.
  • Op t2 is het evenwicht 
ingesteld. Dit noemen we de
insteltijd (ti).

Slide 5 - Slide

Evenwichten
Wanneer de reactie naar links tegelijkertijd en met dezelfde snelheid verloopt als de reactie naar rechts, onstaat een chemisch evenwicht.

vb.


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Even oefenen 
Stikstofdioxide kan worden ontleedt in stikstofmono-oxide en zuurstof. In een afgesloten vat van 11,0 L wordt 0,46 mol stikstofdioxide verhit bij constante temperatuur. Er ontstaat een evenwichtsmengsel met 0,22 mol zuurstof. 

1. Geef de reactievergelijking.
2. Bereken m.b.v. een BOE-tabel de molariteit van de stoffen in evenwicht.

Slide 8 - Slide

Antwoord
1. 2 NO2            2 NO + O2
2. Bereken m.b.v. een BOE-tabel de molariteit van de stoffen in evenwicht.

2 NO2
2 NO
O2
B
0,46 mol
0 mol
0 mol
O
-0,44
+ 0,44
+ 0,22
E
0,02 mol
0,44 mol
0,22 mol
C
0,02 / 11,0 =1,8*10-3 M
0,44 / 11,0 =0,04 M
0,22 / 11,0 = 0,02 M

Slide 9 - Slide

Van de gasreactie A + B ⇄ 2 C is bekend dat Q > K.
Wat gebeurt er met [A], [B] en [C]?
A
[A] en [B] stijgen [C] daalt
B
[A] en [B] dalen [C] stijgt
C
veranderen tot [A] = [B] = [C]²
D
ik heb meer informatie nodig

Slide 10 - Quiz

Gegeven de reacties: (HF)₆ → 6 HF en
6 HF → (HF)₆. Wat valt er hieruit te concluderen
A
Het zijn omkeerbare reacties
B
Het zijn GEEN omkeerbare reacties
C
Het zijn zowel omkeerbare reacties als een evenwichtsreactie
D
Het is is een evenwichtsreactie

Slide 11 - Quiz

Gegeven het evenwicht (HF)₆(g) <-> 6 HF(g).
[HF] = 0,79 mM [(HF)₆] = 0,21 mM
Waar ligt het evenwicht?
A
links
B
rechts
C
in het midden
D
ik heb meer informatie nodig

Slide 12 - Quiz

Op het moment dat een zout met water
een suspensie vormt, is er sprake van
een evenwichtsreactie.
A
juist
B
onjuist
C
ik heb meer informatie nodig

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

Wat is de concentratie [OH⁻] in een verzadigde oplossing van ijzer(III)hydroxide, Kₛ = 2,8·10⁻³⁹?
A
1,0·10^-10 M
B
3,0·10^-10 M
C
1,7·10^-10 M
D
5,2·10^-10 M

Slide 15 - Quiz

Het evenwicht beïnvloeden
Waarom zouden we een evenwicht willen beïnvloeden?

Er zijn meerdere manieren om een chemisch evenwicht te beïnvloeden:
   - Concentratieverandering
   - Volume/druk verandering
   - Temperatuurverandering

We zeggen dat het evenwicht ''verschuift'' naar links/rechts wanneer de reactie naar links/rechts tijdelijk in het voordeel is.

Slide 16 - Slide

Voorbeeld: methanol productie
  • CO (g) + 2 H2 (g)              CH4O (g)
  • Productie kan worden verhoogd door methanol af te tappen.
  • Productie kan verhoogd worden door extra CO of H2 toe te voegen.
  • Productie kan verhoogd worden door de druk te vergroten (kleiner volume)
  • Door de temperatuur van het reactiemengsel te verhogen/te verlagen (endo/exo)

Slide 17 - Slide

Katalysator 

Een katalysator zorgt voor een kortere insteltijd. S1 en S2 nemen allebei evenveel toe.

Dus een katalysator beïnvloed niet de ligging van evenwicht

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Wat gebeurt er met de kleur van het evenwichtsmengsel als een KSCN-oplossing wordt toegevoegd?




Fe3++SCN
FeSCN2+
A
Het wordt geler, doordat er meer Fe3+ bij komt.
B
Het wordt geler, doordat er meer SCN- komt.
C
Het wordt roder, doordat er meer FeSCN2+ komt.
D
Het wordt roder, doordat er meer SCN- komt.

Slide 20 - Quiz

Aan een verzadigde oplossing van CaCO₃
(Kₛ = 4,7·10⁻⁹) worden een paar druppels van een geconcentreerde Na₂CO₃-oplossing toegevoegd. Wat gebeurt er met [Ca²⁺]?
A
blijft gelijk
B
wordt groter
C
wordt kleiner
D
ik heb meer informatie nodig

Slide 21 - Quiz

De reactie naar links is endotherm. De temperatuur wordt verlaagd. Hoe veranderd de ligging van het evenwicht?
3H2(g)+N2(g)2NH3(g)
A
Naar links
B
Naar rechts
C
Geen verandering

Slide 22 - Quiz

Naar welke kant verschuift het evenwicht als de volgende handelingen worden uitgevoerd? De reactie naar links is exotherm.
NO2 weghalen
Naar links
Naar rechts
Extra N2O4 toevoegen
Het reactiemengsel verwarmen
Het volume van het reactievat verkleinen

Slide 23 - Drag question

Gegeven is de volgende reactie op moment van evenwicht.

De reactie naar links is endotherm.

Welke verandering zorgt ervoor dat de reactie tijdelijk naar rechts in het voordeel is?
A
De temperatuur verhogen
B
De druk verhogen
C
De hoeveelheid zwaveldioxide verlagen
D
De hoeveelheid zuurstof verlagen

Slide 24 - Quiz

Deel II
- Verdelingsevenwichten
- Aflopende evenwichten

Slide 25 - Slide

Op een tafel staat een flesje Spa rood, met daarin
het evenwicht CO₂(aq) <-> CO₂(g).
Wat is de evenwichtsvoorwaarde?

Slide 26 - Open question

Aflopen evenwicht
Om een evenwichtsreactie te laten aflopen kun je een reactieproduct afvoeren.

Vb.      CaCO3  (s)  <-->     CaO (s)   +    CO2 (g)

Slide 27 - Slide

Leg uit waarom het evenwicht van de vorige vraag (vrijwel) aflopend wordt als het flesje wordt geopend en niet meer wordt gesloten.

Slide 28 - Open question