AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Examentraining
Exogene processen en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Examentraining
Exogene processen en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Luca Galuzzi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan stroomgebieden vergelijken, landvormen verklaren met exogene processen, kringlopen aan elkaar relateren en gesteenten herkennen op foto's.
This item has no instructions
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijf, vergelijk, verklaar of beredeneer
2. Kijk: wat laat de bron zien? Klimaat, vegetatie, helling, korrelgrootte, kleur
3. Koppel: welk proces hoort erbij? Verwering, erosie, transport, sedimentatie
4. Schrijf: een keten van oorzaak naar gevolg, met de begrippen uit de syllabus
This item has no instructions
Puinwaaier en puinhellingen aan de voet van een berg in Ladakh (India), 2007
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Vraagtype 1: stroomgebieden vergelijken
Je vergelijkt een stroomgebied in de gematigde en in de aride zone en verklaart het verschil
Werk per proces: verwering, vasthouden door vegetatie, afvoer, transport en sedimentatie
Noem bij een verschil altijd de oorzaak: klimaat en begroeiing
Image credit: Vyacheslav Argenberg / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Waarom voert een aride rivier na een bui meer grof puin af dan de Rijn?
Er is meer chemische verwering in de woestijn
Er valt in de woestijn meer neerslag per jaar
Het getij voert daar het fijne materiaal weg
Weinig vegetatie houdt het puin niet vast
In de aride zone wordt verweringsmateriaal door gebrek aan vegetatie minder goed vastgehouden. Mechanische verwering levert grof materiaal, dat een zeldzame stortbui in één keer meeneemt. Verwachte fout: meer chemische verwering, terwijl in de aride zone juist mechanische verwering overheerst.
Leg uit waarom de afvoer in een aride stroomgebied zo onregelmatig is.
Goed antwoord: er valt weinig en onregelmatig neerslag, meestal in korte, hevige buien. Er is weinig vegetatie en bodem om water vast te houden, dus het water stroomt snel af en de rivier staat daarna weer (bijna) droog. Verwachte fout: alleen 'het regent weinig' zonder de hevige buien en het snelle afstromen te noemen.
Zijmorene van de Glacier d'Arsine (Franse Alpen), 2006
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Vraagtype 2: landvormen verklaren
Je krijgt een foto of kaart van een landvorm en verklaart hoe die is ontstaan
Kijk naar de korrelgrootte en sortering: dat verraadt het transportmechanisme
Noem het proces en de omstandigheid: stroomsnelheid, ijs, zwaartekracht, getij
Image credit: Rémih / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Aan de voet van een rotswand ligt een helling van hoekige stenen. Wat is het?
Een puinhelling door massabeweging
Een puinwaaier door een bergbeek
Een morene door een gletsjer
Een delta door een rivier
Hoekige stenen aan de voet van een wand zijn losgevroren en door de zwaartekracht naar beneden gevallen: een puinhelling (massabeweging). Een puinwaaier heeft een geul en een waaiervorm, een morene is ongesorteerd materiaal van een gletsjer. Verwachte fout: puinwaaier.
Leg uit waarom de Westerschelde een estuarium is en geen delta.
Goed antwoord: eb en vloed zijn in de Westerschelde sterk; het getij voert sediment weer weg en houdt de monding trechtervormig open. Bij een delta zet de rivier meer af dan de zee kan weghalen, waardoor de kust aangroeit. Verwachte fout: alleen 'het is een zeearm' zonder de rol van het getij en de balans tussen aanvoer en afvoer van sediment.
Grand Canyon (Arizona, VS), uitgesleten door de Colorado, 2007
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Vraagtype 3: kringlopen relateren
Je legt een keten tussen endogene processen, exogene processen en de kringlopen
Opbouw door plaatbewegingen, afbraak door water, ijs en wind, afzetting in laagland of zee
Noem ook de schaal: de gesteentekringloop duurt miljoenen jaren, een regenbui uren
Image credit: Luca Galuzzi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5
Zet de gesteentekringloop op volgorde, vanaf een gebergte
Opbouw (endogeen), verwering en transport (exogeen, hydrologische kringloop), sedimentatie en verharding, metamorfose diep in de korst. Verwachte fout: verharding tot gesteente vóór het transport zetten.
Waarom blijft er na miljoenen jaren toch gebergte over, ondanks erosie?
Exogene processen bouwen het gebergte weer op
Verwering maakt het gesteente steeds harder
Endogene processen heffen het gebied steeds op
De hydrologische kringloop voert puin terug
Veranderingen van het aardoppervlak ontstaan door de opbouwende werking van endogene processen en de afbrekende werking van exogene processen. Zolang opheffing doorgaat, blijft er gebergte. Verwachte fout: denken dat exogene processen ook opbouwen.
Door oplossing aangetast kalksteen aan de kust van Mallorca, 2009
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Vraagtype 4: gesteenten herkennen
Je krijgt een foto van een gesteente en bepaalt soort en ontstaanswijze
Let op kleur, kristallen, gelaagdheid en fossielen
Koppel het kenmerk aan het ontstaan: grote kristallen betekent langzaam gestold
Image credit: Frank Vincentz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een licht gesteente heeft lagen en schelpfossielen. Welk gesteente is het?
Graniet, een stollingsgesteente
Marmer, een metamorf gesteente
Kalksteen, een sedimentgesteente
Basalt, een stollingsgesteente
Gelaagdheid en fossielen wijzen op een sedimentgesteente; licht met schelpen past bij kalksteen. Marmer is ook licht, maar bij de omzetting zijn de fossielen verdwenen. Verwachte fout: marmer.
Graniet heeft grote kristallen, basalt kleine. Verklaar dit verschil.
Goed antwoord: graniet is diep in de korst langzaam afgekoeld, waardoor kristallen de tijd kregen om groot te groeien. Basalt is aan het oppervlak als lava snel gestold, waardoor alleen kleine kristallen konden ontstaan. Verwachte fout: het verschil verklaren met de kleur of met druk in plaats van met de snelheid van afkoelen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Stroomgebieden vergelijken
Landvormen verklaren
Kringlopen relateren
Gesteenten herkennen
Bespreek het meest gekozen vraagtype nog een keer met een examenvraag uit een oud examen.
AARDE · EXOGENE PROCESSEN
Tips voor op het examen
Verwering gebeurt ter plekke, erosie haalt weg: gebruik de twee woorden niet door elkaar
Koppel korrelgrootte altijd aan stroomsnelheid of transportmechanisme
Ongesorteerd materiaal wijst op ijs, gesorteerd op water of wind
Vergelijk stroomgebieden per proces en noem klimaat en vegetatie als oorzaak
Endogeen bouwt op, exogeen breekt af: noem ze allebei in een kringloopvraag
This item has no instructions