AARDE · LANDSCHAPSZONES
Examentraining
Landschapszones en landdegradatie: zo pak je examenvragen aan
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Examentraining
Landschapszones en landdegradatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Neil Palmer (CIAT) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over landschapszones en landdegradatie beantwoorden met een bron en een volledige keten van geofactoren.
This item has no instructions
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, verklaar, vergelijk, voorspel of beargumenteer.
2. Zoek: welke zone is het? Haal temperatuur, neerslag, begroeiing en gebruik uit de bron.
3. Verbind: maak een keten van geofactoren: mens, begroeiing, bodem, water, klimaat.
4. Schrijf: gebruik doordat en daardoor, noem het begrip en een gegeven uit de bron.
This item has no instructions
Gekapt regenwoud voor landbouw en veeteelt bij Porto Velho (Rondônia, Brazilië), 2020
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 1: geofactoren relateren
Je legt uit hoe een verandering in één geofactor andere geofactoren verandert.
Begin bij de geofactor die verandert en ga stap voor stap verder.
Benoem bij elke stap de geofactor: mens, flora, bodem, water of klimaat.
Sla geen schakel over en eindig bij wat de vraag vraagt.
Verklarend vraagtype met verticale relaties. Op de foto is regenwoud gekapt voor landbouw en veeteelt; een strook bos is blijven staan langs een beek. Laat leerlingen de keten op de foto aanwijzen. Verwachte fout: stappen overslaan, bijvoorbeeld van kap direct naar woestijn. Image credit: Bruno Kelly, Amazônia Real / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Regenwoud in Rondônia wordt weidegrond. Wat gebeurt als eerste met de bodem?
De as maakt de bodem blijvend vruchtbaar
Zware regen spoelt de onbeschermde bodem uit
De bodem verzilt door opstijgend zeewater
De bodem droogt uit door permafrost
Goed: zonder bladerdak en wortels vangt niets de tropische regen op; voedingsstoffen spoelen uit en de grond spoelt weg. Afbranden geeft kort wat as als mest, maar dat raakt snel op. De andere afleiders horen bij andere zones.
De zomers in Noord-Siberië worden warmer. Voorspel hoe de toendra verandert.
Goed: de permafrost dooit dieper (bodem); de afwatering verandert (water); het groeiseizoen wordt langer; struiken en bomen kunnen verder naar het noorden groeien, de boomgrens schuift op (flora); de taiga rukt op ten koste van de toendra. Vwo-plus: ontdooiende bodem geeft broeikasgassen vrij, een versterkende terugkoppeling. Verwachte fout: alleen 'er gaat meer groeien' zonder de rol van bodem en groeiseizoen.
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 2: klimaatgebied en zone vergelijken
Je krijgt klimaatgegevens of een kaart en bepaalt of vergelijkt de landschapszone.
Kijk eerst of de verdamping groter is dan de neerslag: dan is het (semi)aride.
Kijk dan naar de temperatuur: hoe koud en hoe lang is de winter, hoe warm de zomer?
Past de begroeiing niet bij het klimaat? Zoek een andere geofactor: reliëf, water of de mens.
Werkwijze uit de syllabus: vergelijken en relateren van klimaatgebieden en landschapszones. Laat leerlingen elke keuze onderbouwen met twee gegevens uit de bron.
Juli 16 °C, januari -20 °C, 450 mm neerslag per jaar. Welke landschapszone?
Boreale zone met naaldbos
Polaire zone met toendra
Gematigde zone met loofbos
Semi-aride zone met steppe
Goed: strenge, lange winter, maar een zomermaand ruim boven 10 °C, genoeg voor bomen: taiga. Polair kan niet door die warme zomermaand, gematigd niet door de strenge winter. In de kou verdampt weinig, dus 450 mm is genoeg voor bos. Verwachte fout: door de lage neerslag voor semi-aride kiezen.
Langs de Nijl in de Sahara ligt een groene strook. Verklaar dit verschil.
Goed: het klimaat is aride, maar de Nijl voert water aan uit nattere gebieden stroomopwaarts (horizontale relatie); daardoor is er langs de rivier water voor begroeiing en irrigatielandbouw. De geofactor water en de mens bepalen hier de begroeiing, niet het lokale klimaat, dus klimaatgebied en landschapszone vallen niet samen. Verwachte fout: 'het regent daar meer'.
Verzilte grond in de tarwegordel bij Bruce Rock (West-Australië), 2007
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 3: landdegradatie en de mens
Je krijgt een foto, kaart of tekst over een gebied waar het land achteruitgaat.
Stap 1: welke vorm? Versnelde bodemerosie, verzilting of verwoestijning.
Stap 2: welke menselijke activiteit? Overbeweiding, ontbossing, irrigatie of drainage.
Stap 3: waarom is juist deze zone gevoelig? Denk aan draagkracht, neerslag en bodem.
Werkwijze: relateren van processen van landdegradatie aan menselijke activiteiten. De foto toont verzilting in West-Australië: boeren kapten de oorspronkelijke, diep wortelende begroeiing die veel water opnam. Daardoor steeg het zoute grondwater en kwam het zout aan de oppervlakte. Het is dus verzilting door ontbossing, niet door irrigatie: een goede vwo-vraag om vorm en oorzaak scherp te scheiden. Image credit: Willem van Aken, CSIRO / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Na kap van diep wortelend bos komt zout aan het oppervlak. Wat is de oorzaak?
Irrigatiewater verdampt en laat zout achter
Zeewater stroomt het land binnen
Het grondwater stijgt, zout komt mee omhoog
Wind blaast zout uit de woestijn aan
Goed: bomen namen veel water op en hielden het grondwater laag; na kap stijgt het zoute grondwater en verdampt het water aan het oppervlak. De eerste afleider is ook verzilting, maar door irrigatie; in de bron is geen irrigatie genoemd. Leerlingen moeten het mechanisme uit de bron halen.
Sahel: bevolking en veestapel groeien. Verklaar hoe dat tot verwoestijning leidt.
Goed: meer mensen hebben meer voedsel en brandhout nodig; er komt meer vee en er wordt meer gekapt (overbeweiding, ontbossing); het gebruik komt boven de ecologische draagkracht; de bodem ligt kaal; wind en regen voeren de vruchtbare bovenlaag af; de bodem houdt minder water vast; verwoestijning. De Sahel is gevoelig door de korte, onregelmatige regentijd. Verwachte fout: alleen droogte noemen, terwijl de vraag naar menselijke activiteiten vraagt.
Rijstterrassen van Longsheng (Guangxi, China), 2017
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 4: voorspellen en beoordelen
Voorspellend: wat doet klimaatverandering met zones en landdegradatie in dit gebied?
Probleemoplossend of waarderend: welke maatregel remt landdegradatie het best?
Koppel de maatregel aan het proces: terrassen tegen erosie, drainage tegen verzilting.
Beargumenteer: een oordeel, een argument uit de bron en een voorbehoud.
Voorspellend en waarderend vraagtype. Terrassen remmen het afstromende water op een helling, zodat het in de bodem zakt en de grond niet wegspoelt. Een voorbehoud is bijvoorbeeld dat een maatregel veel arbeid of geld kost, of dat boeren op korte termijn minder verdienen. Image credit: King of Hearts / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welke maatregel houdt een semi-aride weidegebied het best binnen de draagkracht?
Meer waterputten slaan voor extra vee
De veestapel beperken en weiden laten rouleren
De struiken kappen voor extra grasland
Het hele jaar op dezelfde weide grazen
Goed: minder vee en rouleren geeft de begroeiing tijd om te herstellen, zodat de bodem bedekt blijft. Extra waterputten klinken duurzaam, maar trekken vaak meer vee aan, waardoor de grond rond de put juist kaal raakt.
Beargumenteer of terrassen een duurzame maatregel zijn tegen bodemerosie.
Goed: terrassen maken de helling getrapt en vlak, het regenwater stroomt langzamer en zakt in de bodem, zodat de grond niet wegspoelt; dus duurzaam landgebruik. Voorbehoud: aanleg en onderhoud kosten veel arbeid; als het onderhoud stopt, kunnen de terrassen inzakken en neemt de erosie juist toe. Verwachte fout: een oordeel zonder argument of zonder voorbehoud.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Geofactoren relateren
Klimaatgebied en zone vergelijken
Landdegradatie en de mens
Voorspellen en beoordelen
This item has no instructions
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Tips voor op het examen
Schrijf een verklaring als keten van geofactoren en sla geen schakel over.
Houd vorm en oorzaak uit elkaar: verzilting is een vorm, irrigatie een oorzaak.
Bij een zone bepalen: kijk eerst naar droogte, dan naar de lengte en kou van de winter.
Past de begroeiing niet bij het klimaat? Zoek een andere geofactor, zoals water of reliëf.
Bij gevoeligheid: gebruik het begrip ecologische draagkracht en noem wat het gebied kwetsbaar maakt.
This item has no instructions