Platentektoniek en vulkanen (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Examentraining

Platentektoniek en vulkanen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: kaarten aan doorsneden koppelen, vulkanen en gebergten typeren, endogene processen relateren en paleogeografisch verklaren.

Items in this lesson

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Examentraining

Platentektoniek en vulkanen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Donald A. Swanson (USGS) / Wikimedia Commons, publiek domein

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan kaarten aan doorsneden koppelen, vulkanisme, aardbevingen en gebergten typeren en endogene processen in een verklaring aan elkaar relateren.

This item has no instructions

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijf, verklaar, typeer of beredeneer

  • 2. Kijk: wat laat de bron zien? Plaatgrens, bewegingsrichting, diepte, vorm

  • 3. Koppel: welk proces hoort erbij? Subductie, rek, compressie of hotspot

  • 4. Schrijf: een keten van oorzaak naar gevolg, met de begrippen uit de syllabus

This item has no instructions

Doorsnede: oceanische rug en subductie onder een continent (uitsnede)

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Vraagtype 1: kaart en doorsnede

  • Je krijgt een kaart met plaatgrenzen, vulkanen of aardbevingshaarden en een doorsnede

  • Zoek de plek van de kaart terug in de doorsnede: waar ligt de trog, waar de vulkanen?

  • Liggen haarden landinwaarts steeds dieper, dan zie je de richting waarin een plaat wegduikt

Image credit: USGS, bewerkt door Eurico Zimbres / Wikimedia Commons, publiek domein

Haarden in Chili liggen landinwaarts steeds dieper. Wat laat dit zien?

A

Zuid-Amerika duikt onder de Nazcaplaat

B

De platen schuiven langs elkaar heen

C

De Nazcaplaat duikt onder Zuid-Amerika

D

Een hotspot ligt onder de Andes

De haarden volgen de wegduikende plaat: hoe verder landinwaarts, hoe dieper de plaat. De oceanische Nazcaplaat duikt onder de continentale Zuid-Amerikaanse plaat. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Leg uit waarom de vulkanen in de Andes op afstand van de trog liggen.

Goed antwoord: de oceanische plaat duikt schuin weg; pas op grotere diepte komt water vrij uit de plaat, dat verlaagt het smeltpunt van de mantel erboven. Daar ontstaat magma, en dat ligt landinwaarts van de trog. Verwachte fout: 'bij de trog is het te koud' zonder de rol van water en diepte.

Crater Lake (Oregon, VS), een caldera met een meer, 2012

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Vraagtype 2: typeren en indelen

  • Je deelt een vulkaan, aardbeving of gebergte in naar type en noemt het kenmerk

  • Vulkaan: eruptietype, vorm, magma en plaatgrens. Gebergte: compressie of rek

  • Noem altijd het kenmerk uit de bron dat je keuze onderbouwt

Image credit: WolfmanSF / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Crater Lake is een kilometers brede, ingezakte vulkaantop. Wat is het?

A

Een caldera na leeglopen van de magmakamer

B

Een krater, uitgeblazen door één explosie

C

Een slenk, gezakt tussen twee breuken

D

Een schildvulkaan met een zeer flauwe top

Crater Lake ligt in een caldera: de top van een vulkaan stortte in nadat de magmakamer bij een grote uitbarsting was leeggelopen. Verwachte fout: krater, vanwege de naam Crater Lake.

IJslandse vulkaan: flauwe hellingen en basaltstromen. Typeer eruptie en vorm.

Goed antwoord: effusieve eruptie en schildvulkaan, door basaltisch magma met lage viscositeit, passend bij de divergente plaatgrens en de mantelpluim onder IJsland. Verwachte fout: alleen het vulkaantype noemen, zonder eruptietype of onderbouwing.

Lavastroom op Kīlauea (Hawaï), 2007

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Vraagtype 3: processen aan elkaar relateren

  • Bij 'verklaar' koppel je processen in een keten: plaatbeweging, smelten, vulkanisme

  • Noem het verklarend principe: waarom smelt het hier? Water, drukdaling of hitte

  • Voorbeeld: slab pull, subductie, water uit de plaat, smelten, stratovulkaan

Image credit: Brocken Inaglory / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Japan: zet de keten van plaatbeweging naar vulkanisme op volgorde

1

De plaat geeft water af aan de mantel

2

Magma stijgt op naar een magmakamer

3

Het smeltpunt van de mantel daalt

4

De Pacifische plaat duikt onder bij de trog

5

Een stratovulkaan barst explosief uit

Onder Japan duikt de Pacifische plaat onder. Keten: subductie, water vrij, smeltpuntverlaging, magma, explosief vulkanisme. Verwachte fout: het smelten vóór het vrijkomen van water zetten.

Hawaï ligt midden op een plaat. Waardoor smelt daar gesteente?

A

Door water uit een wegduikende plaat

B

Door drukdaling onder een oceanische rug

C

Door wrijving langs een transforme breuk

D

Door hitte van een mantelpluim

Hawaï ligt boven een hotspot: een mantelpluim voert extra heet gesteente aan. Er is geen plaatgrens in de buurt. Verwachte fout: drukdaling, omdat Hawaï in de oceaan ligt en leerlingen aan een oceanische rug denken.

De Himalaya gezien vanuit het ISS, 2004

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Vraagtype 4: paleogeografie en actualiteit

  • Je verklaart een landschap of gesteente uit hoe de plek vroeger lag: hoogte en breedte

  • Gebruik het actualiteitsprincipe: vergelijk met processen die je nu ziet gebeuren

  • Voorbeeld: kalksteen met zeefossielen hoog in de Himalaya lag ooit op de zeebodem

Image credit: NASA / Wikimedia Commons, publiek domein

In de Himalaya vind je kalksteen met zeefossielen. Wat is de beste verklaring?

A

De zeespiegel stond ooit boven de toppen

B

Zeebodem is bij de botsing omhooggeduwd

C

Een tsunami zette zeeslib af op de hellingen

D

Ridge push tilde de oceaanbodem daar op

Door de botsing van India met Azië zijn afzettingen van de zeebodem samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd: een andere paleogeografische hoogteligging. Verwachte fout: de zeespiegel, omdat leerlingen de gesteenten niet laten bewegen maar het water.

Limburg heeft steenkool uit tropische moerassen. Verklaar dit met paleogeografie.

Goed antwoord: in het Carboon lag dit deel van Europa veel dichter bij de evenaar, in een tropisch klimaat met moerassen. Door plaatbewegingen is het sindsdien naar het noorden verschoven (andere paleogeografische breedteligging). Actualiteitsprincipe: ook nu vormt zich veen in tropische moerassen. Verwachte fout: zeggen dat het klimaat in Nederland vroeger warmer was, zonder de verschuiving van de plaat.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Kaart en doorsnede

2

Typeren en indelen

3

Processen aan elkaar relateren

4

Paleogeografie en actualiteit

Bespreek het meest gekozen vraagtype nog een keer met een examenvraag uit een oud examen.

AARDE · ENDOGENE PROCESSEN

Tips voor op het examen

  • Gebruik de begrippen van nu: slab pull, ridge push, momentmagnitudeschaal, plooiingsgebergte

  • Breukgebergte en schaal van Richter staan niet meer in de syllabus

  • Noem bij smelten altijd de oorzaak: water, drukdaling of hitte

  • Koppel magma aan viscositeit, en viscositeit aan eruptietype en vulkaanvorm

  • Zoek in een doorsnede eerst de trog en de richting waarin de plaat wegduikt

This item has no instructions