B1q Grammatica week 14

Grammatica


1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Grammatica


Terugblik

Vorige week donderdag hebben we geoefend met het meewerkend voorwerp.

Doel 

Je kent het onderwerp, de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp

Nut? 



Jan gaf de toets aan de leraar. Wat is 'Jan'?

A

meewerkend voorwerp

B

lijdend voorwerp

C

onderwerp

D

meewerkend voorwerp

Jan gaf de toets aan de leraar. Wat is 'de toets'?

A

meewerkend voorwerp

B

lijdend voorwerp

C

onderwerp

D

meewerkend voorwerp

Herhaling:

gezegde: alle werkwoorden uit de zin



onderwerp: wie (wat) + gezegde



lijdend voorwerp: wat (wie) + gezegde + onderwerp

Meewerkend voorwerp

aan (voor) wie/wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp



of de korte vorm:



aan wie of voor wie 

Wat is het meewerkend voorwerp? Sophie doet jou de groeten

A

Geen meewerkend voorwerp

B

jou

C

Sophie

D

de groeten

Wie heeft mijn scooter gerepareerd? mijn scooter =

A

onderwerp

B

meewerkend voorwerp

C

lijdend voorwerp

D

werkwoordelijk gezegde

Wat is het meewerkend voorwerp (MV) in de zin: Mag ik u een kopje koffie aanbieden?

Wat is het meewerkend voorwerp (MV) in de zin: Het verlegen jongetje gaf ik een schouderklopje.

Het meewerkend voorwerp is: De ober heeft eindelijk een glas cola voor Meindert ingeschonken.

Wat is het meewerkend voorwerp? Hij geeft zijn zus een knuffel.


Ga naar Teams en kies in een tweetal twee opdrachten uit en werk die uit.

Lesdoel behaald?


Noteer vragen die bij je opkomen in je schrift.


Voorruitblik 

Volgende week: afronden WON project eigen tijdschrift.

Dinsdag afronden/oefenen presentaties

woensdag en donderdag: presentaties