VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Sociale ongelijkheid
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Sociale ongelijkheid
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Wat is sociale ongelijkheid?
Het verschil in leeftijd tussen mensen in een groep
Het verschil in mening tussen politieke partijen
Een gelijke verdeling van geld over alle burgers
Verschillen die leiden tot een ongelijke verdeling van waardevolle zaken
Syllabus 8.1. Verwachte fout: elk verschil tussen mensen als ongelijkheid zien. Het gaat om verschillen met gevolgen voor de positie.
Vul in
Bij positietoewijzing werken maatschappelijke oorzaken van buitenaf, bij positieverwerving telt de eigen bijdrage.
Syllabus 8.3.
Waarop is de beroepsprestigeladder gebaseerd?
Op de status die mensen aan beroepen toekennen
Op het inkomen dat een beroep oplevert
Op het aantal jaren opleiding dat nodig is
Op het kapitaal dat een beroepsbeoefenaar bezit
Syllabus 11.1. Verwachte fout: inkomen kiezen. Die ladder is gebaseerd op status.
Wat is het glazen plafond?
Een maximumsalaris dat de overheid vaststelt
De onmogelijkheid om op de ladder te dalen
Een grens in de carrière waar een deel van de vrouwen tegenaan stoot
Een grens voor het inkomen met een uitkering
Syllabus 11.2: het kan het gevolg zijn van positietoewijzing of positieverwerving.
Waarom stijgt de onderklasse zelden?
Goed antwoord: zonder diploma is het open karakter van de samenleving beperkt; ook door gebrek aan cultureel kapitaal. Syllabus 11.2. Verwachte fout: zeggen dat zij niet willen.
Welke ontwikkeling geldt voor Nederland in de twintigste eeuw?
Van een open naar een meer gesloten samenleving
Afkomst werd belangrijker dan opleiding
Van een gesloten naar een opener samenleving
Sociale mobiliteit verdween vrijwel helemaal
Syllabus 11.2.
Wat bepaalt vooral je plek op een ladder op basis van bezit?
Je economische positie en je positie op de arbeidsmarkt
Het aanzien van je beroep bij andere mensen
De mate waarin je aan politiek deelneemt
Het aantal mensen dat je persoonlijk kent
Syllabus 11.1.
Vul in
Bij sociale uitsluiting is er een cumulatie van problemen. Dat kan de sociale cohesie aantasten, bij circa tien procent van de bevolking.
Syllabus 11.4: circa tien procent van de Nederlandse bevolking.
Welke hulpbron zijn status en aanzien?
Economische hulpbron
Sociale hulpbron
Politieke hulpbron
Symbolische hulpbron
Syllabus 8.1.
Welke groep heeft een arbeidsparticipatie onder het gemiddelde?
Hoogopgeleide mannen tussen de 30 en 50
Laagopgeleiden zonder diploma
Ondernemers met een eigen bedrijf
Afdelingschefs met een vast contract
Syllabus 11.3.
Wat zijn subjectieve arbeidsmarktkansen?
De kansen die je zelf op de arbeidsmarkt inschat
Het aantal vacatures dat er in jouw sector is
De kansen volgens het UWV voor jouw beroep
De kans die werkgevers jou werkelijk geven
Syllabus 11.3: ze spelen een rol in positieverwerving: er wordt minder hard naar een baan gezocht.
Wat is sociaal erfelijk? Geef een voorbeeld.
Goed antwoord: het lidmaatschap van een laag wordt deels doorgegeven via het milieu, bijvoorbeeld kinderen van hooggeschoolden die langer doorleren. Syllabus 8.2. Verwachte fout: biologisch erfelijk.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VERHOUDING · ONGELIJKHEID
Goed gedaan!
Ongelijkheid ontstaat door de gevolgen van verschillen, je positie komt van buiten en van binnen, en een lage positie werkt door in school, gezondheid, politiek en cultuur.
This item has no instructions