Sociale ongelijkheid (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Quiz

Terugblik: Sociale ongelijkheid

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van twaalf vragen over sociale ongelijkheid en stratificatie.

Items in this lesson

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Quiz

Terugblik: Sociale ongelijkheid

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

Wat is sociale ongelijkheid?

A

Het verschil in leeftijd tussen mensen in een groep

B

Het verschil in mening tussen politieke partijen

C

Een gelijke verdeling van geld over alle burgers

D

Verschillen die leiden tot een ongelijke verdeling van waardevolle zaken

Syllabus 8.1. Verwachte fout: elk verschil tussen mensen als ongelijkheid zien. Het gaat om verschillen met gevolgen voor de positie.

Vul in

Bij positietoewijzing werken maatschappelijke oorzaken van buitenaf, bij positieverwerving telt de eigen bijdrage.

positietoewijzing
positieverwerving
positiebehoud
stratificatie

Syllabus 8.3.

Waarop is de beroepsprestigeladder gebaseerd?

A

Op de status die mensen aan beroepen toekennen

B

Op het inkomen dat een beroep oplevert

C

Op het aantal jaren opleiding dat nodig is

D

Op het kapitaal dat een beroepsbeoefenaar bezit

Syllabus 11.1. Verwachte fout: inkomen kiezen. Die ladder is gebaseerd op status.

Wat is het glazen plafond?

A

Een maximumsalaris dat de overheid vaststelt

B

De onmogelijkheid om op de ladder te dalen

C

Een grens in de carrière waar een deel van de vrouwen tegenaan stoot

D

Een grens voor het inkomen met een uitkering

Syllabus 11.2: het kan het gevolg zijn van positietoewijzing of positieverwerving.

Waarom stijgt de onderklasse zelden?

Goed antwoord: zonder diploma is het open karakter van de samenleving beperkt; ook door gebrek aan cultureel kapitaal. Syllabus 11.2. Verwachte fout: zeggen dat zij niet willen.

Welke ontwikkeling geldt voor Nederland in de twintigste eeuw?

A

Van een open naar een meer gesloten samenleving

B

Afkomst werd belangrijker dan opleiding

C

Van een gesloten naar een opener samenleving

D

Sociale mobiliteit verdween vrijwel helemaal

Syllabus 11.2.

Wat bepaalt vooral je plek op een ladder op basis van bezit?

A

Je economische positie en je positie op de arbeidsmarkt

B

Het aanzien van je beroep bij andere mensen

C

De mate waarin je aan politiek deelneemt

D

Het aantal mensen dat je persoonlijk kent

Syllabus 11.1.

Vul in

Bij sociale uitsluiting is er een cumulatie van problemen. Dat kan de sociale cohesie aantasten, bij circa tien procent van de bevolking.

cumulatie
cohesie
tien procent
isolatie
participatie

Syllabus 11.4: circa tien procent van de Nederlandse bevolking.

Welke hulpbron zijn status en aanzien?

A

Economische hulpbron

B

Sociale hulpbron

C

Politieke hulpbron

D

Symbolische hulpbron

Syllabus 8.1.

Welke groep heeft een arbeidsparticipatie onder het gemiddelde?

A

Hoogopgeleide mannen tussen de 30 en 50

B

Laagopgeleiden zonder diploma

C

Ondernemers met een eigen bedrijf

D

Afdelingschefs met een vast contract

Syllabus 11.3.

Wat zijn subjectieve arbeidsmarktkansen?

A

De kansen die je zelf op de arbeidsmarkt inschat

B

Het aantal vacatures dat er in jouw sector is

C

De kansen volgens het UWV voor jouw beroep

D

De kans die werkgevers jou werkelijk geven

Syllabus 11.3: ze spelen een rol in positieverwerving: er wordt minder hard naar een baan gezocht.

Wat is sociaal erfelijk? Geef een voorbeeld.

Goed antwoord: het lidmaatschap van een laag wordt deels doorgegeven via het milieu, bijvoorbeeld kinderen van hooggeschoolden die langer doorleren. Syllabus 8.2. Verwachte fout: biologisch erfelijk.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Goed gedaan!

Ongelijkheid ontstaat door de gevolgen van verschillen, je positie komt van buiten en van binnen, en een lage positie werkt door in school, gezondheid, politiek en cultuur.

This item has no instructions