Sociale ongelijkheid (Maatschappijwetenschappen havo), les 2: Examentraining

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Examentraining

Sociale ongelijkheid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: ongelijkheid verklaren, een tabel interpreteren, gevolgen beschrijven en arbeidsmarkt en uitsluiting toepassen.

Items in this lesson

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Examentraining

Sociale ongelijkheid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Wat ga je kunnen?

Ik kan ongelijkheid verklaren met hulpbronnen, een tabel lezen en de gevolgen van een lage positie beschrijven.

This item has no instructions

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag: noem, verklaar, beschrijf of leg uit?

  • 2. Zoek: welk concept of welke hulpbron zit in de casus of tabel?

  • 3. Maak concreet: haal een gegeven uit de casus of tabel erbij.

  • 4. Schrijf: concept, aanwijzing uit de casus, gevolg of conclusie.

This item has no instructions

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Vraagtype 1: ongelijkheid verklaren

  • Je krijgt een casus en moet bepalen welke hulpbron of welk kapitaal een rol speelt.

  • Noem de soort (economisch, sociaal, symbolisch, politiek) en het gegeven uit de casus.

  • Kapitaalvormen: zie de les Socialisatie en identiteit.

This item has no instructions

Via zijn oom loopt Joris stage bij een groot bedrijf. Welke hulpbron helpt hem?

A

Een economische hulpbron

B

Een symbolische hulpbron

C

Een sociale hulpbron

D

Een politieke hulpbron

Syllabus 8.1: Joris kent iemand die hem helpt. Verwachte fout: economisch kiezen omdat de stage tot werk kan leiden.

Tim erft een huis. Welke hulpbron?

Goed antwoord: een economische hulpbron, want het gaat om bezit en vermogen. Verwachte fout: sociale hulpbron, omdat het huis van familie komt. De hulpbron zelf is bezit.

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Vraagtype 2: een tabel interpreteren

  • Verzonnen voorbeeld: van de kinderen van ouders met hbo of wo gaat 70 procent naar hbo of wo.

  • Bij ouders met mbo is dat 40 procent, bij ouders met vmbo 25 procent.

  • Gebruik de getallen in je antwoord en let op: dit zijn percentages, geen aantallen.

This item has no instructions

Wat blijkt uit de tabel over de opleiding van ouders en kinderen?

A

Hogere opleiding van ouders gaat samen met vaker hbo of wo

B

Opleiding van ouders heeft geen invloed op kinderen

C

Kinderen van vmbo-ouders gaan nooit naar hbo of wo

D

Alleen kinderen van hbo-ouders volgen een hbo-opleiding

Syllabus 8.2 en 11.2: kansen in het onderwijs hangen samen met het sociale milieu. Verwachte fout: kiezen voor 'nooit', want 25 procent gaat wel naar hbo of wo. De tabel laat een samenhang zien, geen oorzaak.

Ouders vmbo, kind wo: welke mobiliteit?

Goed antwoord: opwaartse sociale mobiliteit ten opzichte van de ouders. Verwachte fout: positieverwerving noemen zonder mobiliteit, of neerwaarts.

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Vraagtype 3: gevolgen beschrijven

  • Je moet gevolgen van een lage maatschappelijke positie benoemen op een gebied.

  • De gebieden: onderwijs, gezondheid, politiek en cultuur.

  • Noem het gebied, het gevolg en een oorzaak, zoals kennis of cultureel kapitaal.

This item has no instructions

Veel mensen met weinig opleiding stemmen niet. Op welk gebied is dit een gevolg?

A

Onderwijs

B

Gezondheid

C

Cultuur

D

Politiek

Syllabus 8.4: onder niet-kiezers zijn mensen met weinig opleiding en een laag inkomen oververtegenwoordigd. Verwachte fout: onderwijs kiezen vanwege het woord opleiding. Het gevolg is politieke participatie.

Geef een schoolgevolg van een lage positie.

Goed antwoord: lagere schoolprestaties door weinig cultureel kapitaal van ouders, een lager oordeel van docenten of vroegtijdig stoppen met een opleiding. Verwachte fout: alleen zeggen dat het schoolgeld duur is.

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Vraagtype 4: arbeidsmarkt en uitsluiting

  • Je krijgt een casus over werk of isolement en moet het concept toepassen.

  • Zoek: valt iemand in meerdere categorieën, of ontbreken er componenten van sociale uitsluiting?

  • Noem ook of het gaat om positietoewijzing, positieverwerving of beide.

This item has no instructions

Zeynep is jong, heeft geen diploma en een niet-westerse migratieachtergrond. Wat volgt?

A

Haar positie is sterk, want jongeren vinden snel werk

B

Haar arbeidsmarktpositie verzwakt, want ze valt in meer categorieën

C

Alleen haar migratieachtergrond telt mee voor haar positie

D

Haar positie hangt alleen af van positieverwerving

Syllabus 11.3: wie in meerdere categorieën valt, krijgt een grotere kans op een zwakke positie, door positieverwerving en positietoewijzing. Verwachte fout: kiezen voor 'alleen positieverwerving'.

Noem twee componenten van sociale uitsluiting.

Goed antwoord: twee van vier: beperkte sociale en politieke participatie, beperkte normatieve integratie, een tekort aan materiële goederen, geringe toegang tot sociale grondrechten. Verwachte fout: alleen armoede noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Ongelijkheid verklaren

2

Een tabel interpreteren

3

Gevolgen beschrijven

4

Arbeidsmarkt en uitsluiting

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.

VERHOUDING · ONGELIJKHEID

Tips voor op het examen

  • Noem de hulpbron of het concept letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.

  • Bij een tabel: gebruik getallen uit de tabel en let op procent of absoluut aantal.

  • Een samenhang in een tabel is geen oorzaak: schrijf dat het samenhangt met.

  • Vraagt de opdracht om een gevolg? Noem het gebied en de reden erachter.

This item has no instructions