vragers en aanbieders H1 par 4+5

H4 economie 
Vragers en Aanbieders

Uitleg §1.4 + 1.5
Maken 1.18 t/m 1.35
Bespreken 1.22
1 / 13
next
Slide 1: Slide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

H4 economie 
Vragers en Aanbieders

Uitleg §1.4 + 1.5
Maken 1.18 t/m 1.35
Bespreken 1.22

Slide 1 - Slide

Doelen
  • Herhaling vorige les
  • De relatie tussen de marginale kosten en gemiddelde variabele kosten (progressief/degressief/proportioneel)
  • Uitleggen waarom marginale kosten soms lager zijn, maar ook hoger kunnen worden

Slide 2 - Slide

Bij hoeveel producten heeft deze aanbieder maximale winst
A
11
B
15
C
22
D
30

Slide 3 - Quiz

Wat betekent het als de marginale kosten (MK) hoger zijn dan de marginale opbrengst (MO) voor een bedrijf?
A
Het bedrijf behaalt maximale winst.
B
Het bedrijf zou zijn productie moeten verhogen om winst te maximaliseren.
C
Het bedrijf zou zijn productie moeten verlagen om verliezen te verminderen.
D
Het bedrijf is in een situatie van volmaakte concurrentie.

Slide 4 - Quiz

Herhaling:
Marginale kosten en opbrengsten
De marginale kosten zijn de extra kosten die een onderneming heeft als de productie met één eenheid wordt uitgebreid.

De marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten die een onderneming krijgt bij de verkoop van één extra eenheid. 


Slide 5 - Slide

Als MK > GVK -->     de gemiddelde variabele kosten stijgen
                            -->      PROGRESSIEF
Als MK = GVK -->     de gemiddelde variabele kosten blijven gelijk
                            -->      PROPORTIONEEL
Als MK < GVK -->     de gemiddelde variabele kosten dalen
                            -->      DEGRESSIEF

Slide 6 - Slide

Aan de slag (10 minuten)
- Maak opdracht 1.22


Klaar? Afmaken 1.1 t/m 1.10  +  1.16 t/m 1.35 (dit wordt huiswerk)
- Om ...........u gaan we klassikaal bespreken

Slide 7 - Slide

Bespreken 1.22

Slide 8 - Slide

Aan de slag


Maken:  1.1 t/m 1.10 + 1.16 t/m 1.35 (dit wordt huiswerk)

- Om ...........u gaan we klassikaal afsluiten
Klaar? Nakijken.


Slide 9 - Slide

100 producten kosten gemiddeld € 2 per product. Bij een omvang van 200 producten stijgt de prijs naar € 2,50. Hier is sprake van:
A
proportioneel variabele kosten
B
progressief variabele kosten
C
degressief variabele kosten

Slide 10 - Quiz

Progressief
Degressief
Proportioneel

Slide 11 - Drag question

Afronding
Deze week gewerkt aan: 
1.1 t/m 1.10
1.14 t/m 1.17
1.18 t/m 1.35

Dinsdag is dit allemaal af en nagekeken. 
Je kan dan vragen stellen, daarna door naar H3.

Slide 12 - Slide

1. Wat heb je vandaag geleerd?
2. Wat zou meer/opnieuw uitgelegd willen hebben?

Slide 13 - Open question