What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Les 20: Een dik boek, dikke boeken
Grammatica
1 / 28
next
Slide 1:
Slide
NT2
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 1
This lesson contains
28 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
45 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
Grammatica
Slide 1 - Slide
Eenvoudige basisgrammatica NT2
Les 20
Slide 2 - Slide
Wat gaan we doen?
Bijvoeglijk naamwoord.
maken: opdracht 61 t/m 63.
Slide 3 - Slide
Lesdoel
Herkennen van een bijvoeglijk naamwoord in een zin.
Weten hoe je een bijvoeglijk naamwoord kunt gebruiken om een zelfstandig naamwoord te beschrijven.
Slide 4 - Slide
Grammatica
Een
bijvoeglijk naamwoord
is een woord dat iets zegt over het
zelfstandig naamwoord
.
Slide 5 - Slide
Lesdoel
Slide 6 - Slide
Grammatica
De tafel = de mooi
e
tafel, een mooi
e
tafel
Het
boek = het mooi
e
boek, een mooi boek
de of het
een
de
+e
+e
het
+e
Slide 7 - Slide
Grammatica
Het boek is dik.
Wat een dik boek.
Het dikke boek.
De fiets is mooi.
Wat een mooie fiets.
De mooie fiets.
Slide 8 - Slide
Grammatica
Een zelfstandig naamwoord kan meer bijvoeglijk naamwoorden hebben.
'De oude, zieke en arme man'
Bijvoeglijk naamwoorden kunnen op drie manieren voorkomen, als in de 'overtreffende trap.'
'Hoog, hoger, hoogst.'
Slide 9 - Slide
Wat is goed?
A
Het dikke boek
B
Het dike boek
C
Het dik boek
D
Een dikke boek
Slide 10 - Quiz
Wat is goed?
A
Een mooi fiets
B
De mooi fiets
C
De mooie fiets
D
Het mooi fiets
Slide 11 - Quiz
Het meisje is aardig.
Een _________ meisje
A
aardig
B
aardige
Slide 12 - Quiz
Het meisje is aardig.
Het _________ meisje
A
aardig
B
aardige
Slide 13 - Quiz
De jongen is vrolijk.
De __________ jongen.
A
vrolijk
B
vrolijke
Slide 14 - Quiz
De tas is lelijk.
De _________ tas.
Slide 15 - Open question
Grammatica
Let op de spelling!
Een dik boek
Het di
kk
e boek
Een leeg huis
Het l
eg
e huis
Slide 16 - Slide
Grammatica
Let op de spelling!
Een hond is lief.
De lie
v
e hond.
Het drankje is vies.
Het vie
z
e drankje.
Slide 17 - Slide
Het dak is hoog.
Het __________ dak
A
Hoog
B
Hooge
C
Hoge
D
Hog
Slide 18 - Quiz
De film is gek.
Een _________ film
A
Gek
B
Geke
C
Gekke
D
Geek
Slide 19 - Quiz
Het glas zit vol.
Het ________ glas.
Slide 20 - Open question
Het glas zit vol.
Een ________ glas.
Slide 21 - Open question
Mijn tas is zwaar.
De _________ tas.
Slide 22 - Open question
Het eten is vies.
Het _______ eten.
Slide 23 - Open question
Maak een zin met het bijvoeglijk naamwoord
De/het...............+ mens/dier/ding
Slide 24 - Slide
Maken
(Af)maken: opdracht 61 t/m 63.
Maken: werkblad 1, 2 en 3 + nakijken.
Klaar?
afmaken 1 2 3 zo maak ik een zin
ABC of Klare taal
Slide 25 - Slide
Ik kan een bijvoegelijke naamwoord in
Slide 26 - Slide
Ik kan een bijvoeglijk naamwoord gebruiken in een zin.
0
100
Slide 27 - Poll
Les 20 maken, klaar dan taalcompleet
Slide 28 - Slide
More lessons like this
klas12 Vragen lezen
January 2020
-
20 slides
Geschiedenis
Middelbare school
mavo
Leerjaar 1
H3 taalkundig ontleden basistoets vooraf
July 2021
-
25 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
6.3 grammatica
July 2026
-
26 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 4
2 HV Grammatica (zinsdelen)
June 2024
-
48 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2
Kies vooraf - Thema 8 - Les 5 (Wat kun je tegen discriminatie doen?)
December 2024
-
20 slides
Burgerschap
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
Kies vooraf - Thema 8 - Les 5 (Wat kun je tegen discriminatie doen?)
November 2024
-
20 slides
Burgerschap
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
Kies vooraf - Thema 8 - Les 5 (Wat kun je tegen discriminatie doen?)
November 2024
-
20 slides
Burgerschap
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
Werkvorm: Sleepvragen
May 2025
-
12 slides
Maatschappijleer
Burgerschap
+3
Middelbare school
Basisschool
Praktijkonderwijs
WoW! - Werkvormen in LessonUp