Thema 3 week 3 krachten meten BK

Kracht
60     Krachten meten
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1,2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Kracht
60     Krachten meten

Slide 1 - Slide

Wat weet je nog van vorige week?

Slide 2 - Mind map

Doelen van deze uitleg:
Je weet dat je met een krachtmeter een trekkracht kan meten.
Je weet hoe een krachtmeter werkt en wanneer er een stugge of een slappe veer gebruikt moet worden.
Je kan de zwaartekracht op een voorwerp berekenen als je de massa weet.
Je kan de massa van een voorwerp berekenen als je weet welke zwaartekracht er op het voorwerp werkt.
Je weet wat het verschil is tussen massa, zwaartekracht en gewicht.
Je kan meetgegevens weergeven in een grafiek of tabel.

Slide 3 - Slide

krachten meten
je meet een kracht met een veerunster.

Een voorwerp met een massa van 1 kilogram weegt ongeveer 10 N

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

zwaartekracht
F z
massamiddelpunt / zwaartepunt
richting omlaag
grootte: Fz = 10 x massa in kg

Slide 6 - Slide

De bank heeft een massa van 80 kg.
Hoe groot is de zwaartekracht?
A
800 Newton
B
80 Newton
C
8 Newton
D
8000 Newton

Slide 7 - Quiz

hoe reken je massa om naar gewicht?
A
massa = gewicht x 10
B
massa = gewicht : 10

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Link

Wie wint?
A
rechts wint
B
links wint
C
het blijft gelijk

Slide 10 - Quiz

een ander woord voor zwaartepunt is
A
massapunt
B
massamiddelpunt
C
zwaartekracht
D
zwaartecentrum

Slide 11 - Quiz

Een krachtenpijl Fz is 10 cm lang.
Bij het plaatje staat 1cm=5 Newton.
Hoe groot is de kracht?
A
5N
B
1N
C
10N
D
50N

Slide 12 - Quiz

Je kunt de zwaartekracht uitrekenen als je de massa van een voorwerp weet.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

In rust is de zwaartekracht net zo groot als het gewicht
A
waar
B
nietwaar

Slide 15 - Quiz

huiswerk en de rest van de les
Maak nu hoofdstuk 3 krachten meten

Slide 16 - Slide