Stoffelijk bvnw

Waar zegt het bijvoeglijk naamwoord iets over?
A
Zelfstandig naamwoord
B
Bijwoord
C
Werkwoord
D
Bijvoeglijk naamwoord
1 / 17
next
Slide 1: Quiz
NederlandsBasisschoolGroep 7

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Waar zegt het bijvoeglijk naamwoord iets over?
A
Zelfstandig naamwoord
B
Bijwoord
C
Werkwoord
D
Bijvoeglijk naamwoord

Slide 1 - Quiz

Slide 2 - Slide

Bijvoegelijke naamwoorden eindigen op een e.

Slide 3 - Slide

Kijk goed
Deze stoel is gemaakt van hout.

De houten stoel is kapot.


Wat voor woordsoort is - houten - ?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

lesdoel
Ik weet wat een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is en kan dit in een zin herkennen.
Een leren jas

Slide 6 - Slide

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Het is een
zilveren ring.
Stof
De ring is van zilver

Slide 7 - Slide

stof

ijzer
goud
katoen
wol
kristal
marsepein
glas
riet
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

een ijzeren buis
een gouden kettinkje
een katoenen broek
een wollen sjaal
een kristallen glas
een marsepeinen varken
een glazen vaas
een rieten stoel

Slide 8 - Slide

Schrijf een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord op in een zin.

Slide 9 - Open question


De rode schoenen vind ik mooi.

RODE  IS EEN ...
A
bijvoeglijk naamwoord
B
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Slide 10 - Quiz


De oude vrouw lieg heel langzaam.

OUDE  IS EEN ...
A
bijvoeglijk naamwoord
B
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Slide 11 - Quiz


De waarzegger keek in de kristallen bol.

KRISTALLEN  IS EEN ...
A
bijvoeglijk naamwoord
B
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Slide 12 - Quiz


De sporter won een bronzen medaille.

Wat is het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord?

Slide 13 - Open question

Hoe schrijf je een trui die van wol is gemaakt?
Een .......... trui

Slide 14 - Open question

Hoe schrijf je een hek dat van metaal is gemaakt?
Een ........... hek

Slide 15 - Open question

Hoe schrijf je een medaille die van brons is gemaakt?
Een ......... medaille

Slide 16 - Open question

STAAL WERKBOEK
Maak nu in stilte blz 12 van je PAPIEREN werkboek. Denk aan de spellingsregels.
steen - stenen (Cat 10)
blik - blikken (Cat 10)
Succes!

Slide 17 - Slide