Les 3: Geluid maken en horen

H8 Geluid
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H8 Geluid

Slide 1 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
Deze les
  • terugblik 8.1 Geluid maken en horen
  • 8.2 Toonhoogte en frequentie (blz 11 t/m 14)
  • maken 8.2 opdr 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10 (blz 15, 16 , 18)
  • leren 8.2 ONTHOUD en BEGRIPPEN (blz 47)

Slide 2 - Slide

8.1 Geluid maken en horen
bron
medium
ontvanger

Slide 3 - Slide

8.1 Geluid maken en horen
  • Geluid ontstaat door de trillingen                                          van een geluidsbron.
Voorbeelden:
- Bij je stem zijn het de stembanden die trillen.
- Bij een luidspreker is het de conus die trilt.
- Bij een gitaar zijn het de snaren die trillen.
- Bij een stemvork zijn het de benen die trillen.

Slide 4 - Slide

8.1 Geluid maken en horen
  • Je kunt geluid alleen horen als er een tussenstof is.
  • De stof waardoor de trillingen zich kunnen verplaatsen noemen we ook wel een medium.
Voorbeelden:
- lucht (343 m/s)
- water (1480m/s)
- koper (4600 m/s)
- glas (4000 m/s)
- staal (5100 m/s)

Slide 5 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
Muziekinstrumenten kunnen we indelen in verschillende groepen:
  1. snaar 
  2. blaas
  3. slag
  4. elektronisch

Slide 6 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
  1. snaar instrumenten 
klankkast: versterkt
Als je de snaar in trilling brengt krijg je een toon.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

8.2 Toonhoogte en frequentie
1: snaar instrumenten 
Als je de snaar in trilling brengt krijg je een toon.
De toon hangt af van:
  • dikte: hoe dunner, des te hoger de toon
  • lengte: hoe korter, des te hoger de toon
  • spanning: hoe strakker, des te hoger de toon

Slide 9 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
1: snaar instrumenten 
Als je de snaar in trilling brengt krijg je een toon.




Slide 10 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
frequentie = aantal trillingen per seconde
  • meet je in Hertz (Hz)
  • f = 1 Hz
  • f = 2 Hz
  • f = 3 Hz
  • Hoe  hoger de toon, hoe hoger de frequentie. 

Slide 11 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
  • mens: 20 Hz t/m 20.000 Hz (kHz)
Frequentiebereik: geluid dat je kunt horen

Slide 12 - Slide

6.2 Toonhoogte en frequentie
  • infrasoon: geluiden onder de 20 Hz
  • ultrasoon: geluiden boven de 20.000Hz

Slide 13 - Slide

8.2 Toonhoogte en frequentie
AAN DE SLAG en HUISWERK
  • lezen 8.2 Toonhoogte en frequentie (blz 11 t/m 14)
  • maken 8.2 opdr 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10 (blz 15, 16, 18)

Slide 14 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 15 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 16 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 17 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 18 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 19 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 20 - Slide

8.1 Geluid maken en horen

Slide 21 - Slide

Hoe heet 'iets' dat geluid maakt?
A
geluidsbron
B
tussenstof
C
spanningsbron
D
bron

Slide 22 - Quiz

Hoe noem je de lucht waardoor geluid zich verplaatst van een geluidsbron naar een ontvanger?
A
geleider
B
isolator
C
medium
D
geen van allen

Slide 23 - Quiz

Je kunt een geluid alleen horen als er een tussenstof is: een stof waardoor de trillingen zich kunnen verplaatsen van de geluidsbron naar een ontvanger. 
Sleep het juiste woord naar de juiste afbeelding.
geluidsbron
ontvanger
medium

Slide 24 - Drag question

Geluid ontstaat door trillingen van een geluidsbron.
Sleep de juiste veroorzaker van de trilling naar de  juiste geluidsbron.
stem
luidspreker
gitaar
stemvork

Slide 25 - Drag question