Omgangskunde hoofdstuk 20

Omgangskunde
H20 begeleiden bij reacties op crisis
1 / 23
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Omgangskunde
H20 begeleiden bij reacties op crisis

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige week..

Hoe zat het ook alweer? In groepjes aan de slag met praktijksituatie: Jaimy is weggelopen

15-20 min in breakout rooms

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Er zijn drie kenmerken van een trauma, welke uitleg hoort bij welk begrip?
Veelvuldige herbeleving
Vermijdingsreactie
Verhoogde waakzaamheid
Iemand heeft last van nachtmerries en is daardoor bang om te gaan slapen
Iemand wil niet meer aan het trauma herinnert worden door de plek of betrokken mensen
Iemand kan zich niet ontspannen, is prikkelbaar en heeft last van overdreven schrikreacties

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions

Welk begrip hoort op de puntjes?

........ is afhankelijk van hoe iemand omgaat met veranderingen en tegenslagen en is sterk afhankelijk van je persoonlijkheid
A
Draagkracht
B
Draaglast

Slide 4 - Quiz

Draaglast is de hoeveelheid druk die iemand ervaart, draagkracht is hoe diegene daarmee omgaat
Deze periode:

Thema 5   Beroepshouding
H10   Beroepscode
H11  Aspecten van de beroepshouding

Thema 8  Groepsprocessen
H17   Groepen en groepskenmerken
H18  Cliënten in groepen begeleiden

Thema 9   Reageren op onvoorziene en crisissituaties
    H19  Crisissituaties
    H20  Begeleiden bij reacties op crisis
    H21  Agressief gedrag
    H22  Conflictsituaties en conflicthantering

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Toets
7 april online

Herkansing = 14 april

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Aan welke reacties van een cliënt kun je als begeleider zien dat je cliënt in een crisissituatie verkeert?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Reacties op korte termijn
  • lichamelijke tekenen van spanning of stress;
  • heftige angstreacties
  • plotseling optreden verwardheid
  • onredelijke boosheid
Reacties op lange termijn
  • verdoving, woede, verdriet, wanhoop, schuldgevoel
  • angst- en stresssysteem raakt ernstig ontregeld
  • dak- en thuisloosheid
  • psychose

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Of....onverwerkte trauma's, vastlopen in het verwerkingsproces

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Lichamelijke tekenen van spanning en stress
Stress betekend niets anders dan spanning of belasting.Stress is een gezonde reactie van het lichaam, maar kan ongezonde vormen aannemen bij teveel spanning of druk.

Effecten van stress:

+   helpt om goed te presteren
+   maakt het lichaam klaar voor actie
-    opgejaagd gevoel
-    hartkloppingen
-    verlies van eetlust
-    concentratieproblemen
-    slaapproblemen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Verdedigingsmechanismen
Een verdedigingsmechanisme is een bepaalde techniek die mensen onbewust gebruiken om zichzelf staande te houden en angst of nare gevoelens op afstand te houden.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions



* Ontkenning
* Verdringing
* Vluchtgedrag
* Regressie



* Rationalisatie
* projectie
* reactievorming
* compenseren

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Breakout rooms
* Begrip uitzoeken
* Hoe ga je om met deze verdedigingsmechanisme?
* Geef een voorbeeld


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Hoe ga je hier mee om?

   - verdedigingsmechanisme niet versterken
    - laat de cliënt het tempo bepalen
   -  rem emoties niet af
    - inschakelen van deskundige psychische hulp

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

20.5 Heftige angstgevoelens bij (dreigende) crisis
Reële angst en niet Reële angst

Reële angst = angst om iets bestaands

Niet-reëel = angststoornis; wanen en hallucinaties

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Cliënt Rita is een paar weken terug gebeten door een hond. Bij het boodschappen doen ziet zij een hond en durft ze niet meer verder te lopen. Is er sprake van een reële of niet-reële angst?
A
Reële angst
B
Niet-reële angst

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Cliënt Alex heeft nieuw werk. Op de eerst dag durft hij zijn huis niet uit te gaan en naar zijn werk te gaan.
A
Reële angst
B
Niet-reële angst

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

20.6 plotselinge verwardheid bij (dreigende) crisis
In een crisissituatie kan iemand verward reageren.
- Chaotisch te werk
- Maakt fouten
- Vergeet dingen
- Gebrek aan concentratie

Hoe ga je daar mee om? BLZ 285

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

20.7 Onredelijke boosheid bij (dreigende) crisis
Een crisissituatie geeft mensen het gevoel dat ze bedreigd worden. Ook hebben ze het gevoel dat ze de controle kwijt zijn. Dat kan mensen het gevoel geven dat ze hebben gefaald. Reacties van boosheid en agressie kunnen het gevolg zijn.

Zie blz 286

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

20.8 Reacties in het verwerkingsproces
In een periode na een crisissituatie kan een cliënt lange tijd bezig zijn met het verwerken van wat er gebeurd is.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Welke reacties kom je tegen in het verwerkingsproces? BLZ 287

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Helpen bij het verwerken
- Een afwachtende en luisterende houding
- Er zijn voor de cliënt
- Ruimte geven aan de cliënt om zijn emoties te uiten
- Draag geen oplossingen aan
- Af en toe blijven praten over het verdriet
- Vraag de cliënt wat hij van jou wil of verlangt

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
Lees zelf paragraaf 20.8.7 en 20.9 nog door en maak daarna de Edtion vragen van Thema 9 hoofdstuk 20

Slide 23 - Slide

This item has no instructions