Herhaling H5

Hoofdstuk 5 Herhaling
1 / 18
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 5 Herhaling

Slide 1 - Slide

Endotherm
  • Er moet energie worden toegevoegd om de reactie te laten verlopen;
  • De reactie stopt als er geen energie meer wordt toegevoegd. 

Slide 2 - Slide

Exotherm
  • Er komt energie vrij bij de reactie;
  • Let op: dit betekent niet per definitie dat er geen energie nodig is om de reactie op te starten (activeringsenerging=Eact)!

Slide 3 - Slide

Is de faseovergang van gas naar vloeistof een exotherm of endotherm proces?
A
exotherm
B
endotherm

Slide 4 - Quiz

Wat voor soort reactie is er nodig voor een explosie?
A
endotherm
B
exotherm

Slide 5 - Quiz

Wat voor type reactie is kraken?
A
Een verbrandingsreactie
B
Een vormingsreactie
C
Een ontledingsreactie
D
Een fase-overgang

Slide 6 - Quiz

Je hebt ook een demo gezien waarbij water werd ontleed
Welk type ontledingsreactie is dit?
A
Thermolyse
B
Verbranding
C
Elektrolyse
D
Fotolyse

Slide 7 - Quiz

De overgang van water vast (ijs) naar water vloeibaar is....
A
een chemische reactie
B
een endotherm proces
C
een exotherm proces
D
een zuurbasereactie

Slide 8 - Quiz

Kraken is een:
A
scheiding
B
vormingsreactie
C
ontledingsreactie

Slide 9 - Quiz

Een fractie die bij de destillatie van aardolie ontstaat, is:
A
een mengsel met een kookpunt.
B
een mengsel met een kooktraject.
C
een zuivere stof met een kookpunt.
D
een zuivere stof met een kooktraject.

Slide 10 - Quiz

Bij de fotosynthese wordt koolstofdioxide met water omgezet tot glucose (C₆H₁₂O₆) en zuurstof. Geef een kloppende reactievergelijking.

Slide 11 - Open question

6Co₂ + 6H₂O --> C₆H₁₂O₆ + 6o₂
Je hebt 30 gram Co₂. Hoeveel gram C₆H₁₂O₆ ontstaat er?
De molverhouding
…….……..………… : ….……..……
….……..…… : ….……..……
1 mol ....... = ….……..……g
Dus ….……..…… : ….……..……= ….……..……mol ......

Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… mol ........
 1 mol ......... = ….……..……g
 Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… .......... gevormd

Slide 12 - Slide

 2NH4Br (s) -->  N2 (g) + 4H2 (g) +  Br2 (g) 
Je hebt 60 gram NH4Br. Hoeveel gram waterstof ontstaat er?
De molverhouding
…….……..………… : ….……..……
….……..…… : ….……..……
1 mol ....... = ….……..……g
Dus ….……..…… : ….……..……= ….……..……mol ......

Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… mol ........
 1 mol ......... = ….……..……g
 Dus er is ….……..…… ∙ ….……..…… = ….……..…… .......... gevormd

Slide 13 - Slide

Maak de reacties kloppend.
Welke van de onderstaande reactie is een ontledingsreactie en waarom?
…SO2 (g) + …O2 (g) --> …SO3 (g)
 …ZnO (s) -->…Zn (s) + …O2 (g)
 …C3H8 (g) + …O2 (g) -->…CO2 (g) + …H2O (g)
…P2O3 (s) -->…P (s) + …O2 (g)
 …Al (s) + …Cl2 (g) -->…AlCl3 (s) 

Slide 14 - Slide

Je hebt 28 gram C5H10 Hoeveel gram koolstofdioxide ontstaat er dan?
2C5H10 (g) + 15O2 (g)  --> 10CO2 (g) + 10H2O (g)

Slide 15 - Slide

Je hebt 58 gram zuurstof. Hoeveel gram water ontstaat er dan?
2C5H10 (g) + 15O2 (g)  --> 10CO2 (g) +  10H2O (g)

Slide 16 - Slide

Het plastic in afval bestaat zowel uit thermoharders als uit thermoplasten. Welke van deze soorten plastic kan door smelten worden hergebruikt?
A
thermoharders
B
thermoplasten
C
zowel thermoharders als thermoplasten

Slide 17 - Quiz

Deze kunststof behoudt zijn vorm bij verwarmen.
A
Thermoplasten
B
Thermoharders

Slide 18 - Quiz