voeding les 2

wat zijn macronutriënten?
A
energiebehoefte
B
bouwstoffen
C
verzamelwoord voor spoorelementen
D
brandstoffen
1 / 18
next
Slide 1: Quiz
VoedingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

wat zijn macronutriënten?
A
energiebehoefte
B
bouwstoffen
C
verzamelwoord voor spoorelementen
D
brandstoffen

Slide 1 - Quiz

welke 3 verschillende macronutriënten zijn er?

Slide 2 - Open question

Hoeveel KCAL levert een gram vet?
A
4 KCAL
B
7 KCAL
C
9 KCAL
D
6 KCAL

Slide 3 - Quiz

Wat was de gezonde keuze in Vet?
A
verzadigde vetten
B
onverzadigde vetten

Slide 4 - Quiz

Noem 2 voorbeelden van dierlijke eiwitten

Slide 5 - Open question

Benoem een van de 5 schijven uit de Schijf van 5

Slide 6 - Open question

wat wordt gezien als matig of intensief zwaar sporten?
A
slapen
B
de afwas doen
C
Op Instagram kijken
D
De coopertest

Slide 7 - Quiz

vers geperste sinasappelsap is een;


A
week keuze
B
dag keuze
C
schijf van 5

Slide 8 - Quiz

Hoe vaak mag je een dag keuze?
A
1-3 keer iets groots
B
2-7 keer iets kleins
C
zo vaak als je wil
D
3- 5 keer iets kleins

Slide 9 - Quiz

Waneer wordt het een weekkeuze?
A
minder dan 75 KCAL
B
het product niet in de schijf van 5 staat
C
minder dan 0,3 gram zout

Slide 10 - Quiz

Noem een manier waarop je veilig kunt omgaan met voeding

Slide 11 - Open question

wat houdt je BMR (basaal metabolisme) in?

Slide 12 - Open question

Hoe noemen wij de activiteitenniveau ?

Slide 13 - Open question

Wat wordt berekend met de Harris-Benedict-formule?
A
totale energiebehoefte
B
energiebehoefte voor de lichamelijke activiteit
C
energie in rust
D
voedingsbehoefte per macro- en micronutriënt

Slide 14 - Quiz

Wat behoort niet tot de schijf van 5?
A
Haring
B
Boter
C
Melk
D
Pizza

Slide 15 - Quiz

Van de grote vakken uit de schijf van 5 moet je meer eten dan van de kleine vakken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

zwarte koffie is gezonder dan groene thee
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

hoeveel liter water moet je op een dag drinken?

Slide 18 - Open question