th1c 28 februari zinsdelen

th1c 
lezen: Spreuken 3: 1 tm 8
hoofd: vergeet Mijn lessen niet
hart: vertrouw op de Heere met heel je hart
handen: bind ze om je hals
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

th1c 
lezen: Spreuken 3: 1 tm 8
hoofd: vergeet Mijn lessen niet
hart: vertrouw op de Heere met heel je hart
handen: bind ze om je hals

Slide 1 - Slide

vandaag....
  • uitleg grammatica en oefenen
  • voorlezen Het Pungelhuis
  • 3e uur: gedichten en invullen leesautobiografie
  • lezen eigen boek 

Slide 2 - Slide

GRAMMATICA ZINSDELEN
KORTE HERHALING

Slide 3 - Slide

PERSOONSVORM (PV)

Slide 4 - Slide

ZINSDELEN
een zinsdeel is een woord OF groepje woorden dat bij elkaar hoort (je kunt ze voor de pv zetten)
Je kunt de zin veranderen maar de zinsdelen blijven bij elkaar..


kijk zo: 

Slide 5 - Slide

Uitleg over zinsdelen
Werkwoorden zijn doe-woorden. Ze vertellen je wat iemand of iets doet, of wat er gebeurt.
- Een zindeel kan ook van plaats wisselen in de zin.
  

  • Ruben | leert | in de morgen | op zijn kamer | zijn topo.


  • Op zijn kamer | leert | Ruben | zijn topo | in de morgen.
           

  • Zijn topo | leert| Ruben | op zijn kamer | in de morgen.
     


  • In de morgen | leert | Ruben | zijn topo | op zijn kamer.
        


Slide 6 - Slide

ONDERWERP (OW)

Slide 7 - Slide

WERKWOORDELIJK GEZEGDE (WG)

PV + alle andere werkwoorden in de zin. 

Slide 8 - Slide

LIJDEND VOORWERP
(LV)
Stel jezelf de vraag: 
wat / wie + wg + ow? 

Antwoord = LV

Het lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.
Er hoeft geen lijdend voorwerp in een zin te staan.

Slide 9 - Slide

huiswerk 5 maart
Leren stappenplan zinsontleden!
snelhechter meenemen.

Slide 10 - Slide

grammatica: ontleden zinsdelen
  1. Zoek de persoonsvorm (pv) = werkwoord dat verandert bij wijziging van getal (mv-ev) of tijd (tt-vt)
  2. Verdeel de zin in zinsdelen (alles voor de pv= 1 zinsdeel), husselen: alle woorden die voor de pv kunnen = zinsdeel
  3.  Zoek het onderwerp:  wie (of wat) + pv?
  4. Zoek het werkwoordelijk gezegde (wg): alle werkwoorden in de zin
    Let op scheidbare werkwoorden: 
    Ik ruim de kamer vandaag op - opruimen = 1 werkwoord, dus 'op' = wg
  5. Zoek het lijdend voorwerp (lv): wie (of wat) + wg + ow?

Slide 11 - Slide

De persoonsvorm is altijd een werkwoord.
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quiz

schrijf de zin over en ontleed die: pv, zinsdelen, ow, wg, lv
Je hebt mijn computer gisteravond uitgezet.

Slide 13 - Slide

schrijf de zin over en ontleed die: pv, zinsdelen, ow, wg, lv
Ik leer het lijdend voorwerp te vinden.

Slide 14 - Slide

schrijf de zin over en ontleed die: pv, zinsdelen, ow, wg, lv
Caro legt het antwoord uit.

Slide 15 - Slide

schrijf de zin over en ontleed die: pv, zinsdelen, ow, wg, lv
Ik kan nu het onderwerp uit een zin halen.

Slide 16 - Slide

schrijf de zin over en ontleed die: pv, zinsdelen, ow, wg, lv
De brugklas kan de zin goed ontleden.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

3e uur
Over gedichten .....zoek op: blz. 84

Slide 19 - Slide

par. 4 over gedichten
kenmerken van een gedicht:
  • mooie en bijzondere woorden
  • regels en woorden zijn anders verdeeld
  • heel vaak over gevoelens: verdriet, verliefdheid
  • kan ook over gewone dingen gaan: andere manier naar kijken
  • je hoeft een gedicht niet te begrijpen......

Slide 20 - Slide

Opdracht 1 lezen en maken, bespreken

Slide 21 - Slide

Rijm: als de laatste stukjes van twee woorden hetzelfde klinken, rijmen ze. Bijvoorbeeld: verdriet-niet toeter-computer

 


Strofe: vaak zijn gedichten door witregels in stukjes verdeeld. Zo'n stukje heet een strofe

Slide 22 - Slide

opdracht 2 lezen en maken, bespreken

Slide 23 - Slide

leesautobiografie
invullen leesautobiografie: inleveren
volgende les: snelhechter meenemen!

Ben je klaar? Dan ga je lezen in je eigen leesboek.

Slide 24 - Slide