Deze les
De boeken en Hoe ziet het jaar eruit?
Materiaal
Doelen hoofdstuk 1
Voorkennis hoofdstuk 1
Deze les
De boeken en Hoe ziet het jaar eruit?
Materiaal
Doelen hoofdstuk 1
Voorkennis hoofdstuk 1
De boeken en planning - Wiskunde
Totaal 8 hoofdstukken, Basis doet 7 hoofdstukken.
Deel 1 en deel 2.
B(K) en KGT.
Hoe ziet het jaar eruit?
Periode 1: H1 Vlakke figuren, H3 Oppervlakte en H6 Vergroten en verkleinen
Periode 2: Woordformules (stencil) , H2 Oplossen en formules en H4 Statistiek
Periode 3:
B: 5.1+5.2 Machten en wortels, H7 Formules en grafieken en start H1 Rekenen van jaar 3
KT: H5 Stelling van Pythagoras, H7 Formules en grafieken en H8 Ruimtemeetkunde
Periode 4:
B: H3 Procenten
KGT: H1 Procenten
De boeken en planning - Rekenen
Totaal 18 hoofdstukken in 4 domeinen:
Getallen
Verhoudingen
Meten en meetkunde
Verbanden
Toetsing
Hoe ziet het jaar eruit?
Eigen tempo > individuele uitleg.
Doel eind jaar in elk geval domein Getallen afronden.
Liever langzaam goed, dan afraffelen.
Materialen
Altijd meenemen:
Het goede boek (leg wat je niet nodig hebt in je kluisje!)
(Pen)
Potlood (met gum en evt. puntenslijper)
Geodriehoek stevig (eventueel liniaal los)
Rekenmachine
Kleurpotloden kunnen handig zijn
Wat krijg je op school te leen?
Koershoekmeter
Wat laat je thuis/kluis tot gevraagd?
Passer
H1 Vlakke figuren
Je kunt tekens zetten in vlakke figuren.
Je kunt de diagonalen in vlakke figuren tekenen.
Je kunt vlakke figuren benoemen.
Je kunt hoeken berekenen in een driehoek.
Je kunt hoeken berekenen in symmetrische driehoeken.
Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een koershoekmeter, als je één zijde en twee hoeken weet.
Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een koershoekmeter, als je twee zijden en een hoek ertussen weet.
KT: Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een passer.*
KT: Je kunt een parallellogram tekenen.*
KT: Je kunt een ruit tekenen.*
KT: Je kunt een vlieger tekenen.
KT: Je kunt een trapezium tekenen.
KT: Je kunt hoeken in een vierhoek berekenen.*
*= Toetsstof voor KT, maar B gaat dit wel in de les meedoen en opdrachten maken.
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Welk figuur zie je hier?
Vierkant
Rechthoek
Driehoek
Ruit
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Welk figuur zie je hier?
Vierkant
Vierhoek
Zeskant
Zeshoek
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Wat is de belangrijkste eigenschap van een vierkant?
Vier hoeken
Vier even grote zijden
Alleen overstaande zijden zijn even groot
Dat hij recht staat
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Wat betekenen de rode streepjes op de zijdes?
Even groot
2 cm lang
Ongelijk
Niks
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Wat betekent het rode vierkantje in de linker hoek?
Even groot
Loodrecht
Stompe hoek
Scherpe hoek
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Wat betekenen de gekleurde stippellijnen?
Symmetrieas / spiegelas
Het aantal hoeken
Niks, gewoon mooi
Draaiorde
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Welke bord is NIET lijnsymmetrisch?
2
3
5
6
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Hoeveel symmetrieassen heeft een vierkant?
1
2
4
8
Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.
Welke coördinaten horen bij punt A?
3, 2
2, 3
(3, 2)
(2, 3)
Zelf aan de slag
Maak opgave 1 t/m 4 van de voorkennis.
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
Deze les
Uitleg:
Je kunt tekens zetten in vlakke figuren.
Je kunt de diagonalen in vlakke figuren tekenen.
Je kunt vlakke figuren benoemen.
Zelf aan de slag (1.1 + 1.2(BK))
Vlakke figuren - basisfiguren
Een vlakke figuur met drie hoekpunten is een driehoek.
Een vlakke figuur met vier hoekpunten is een vierhoek.
Een vlakke figuur met vijf hoekpunten is een vijfhoek enzovoort.
Vlakke figuren - even lang
In vijfhoek ABCDE zijn zijde AE en zijde BC even lang.
Met streepjes kun je dat laten zien.
Op zijde AE en zijde BC staat één streepje.
Zijde CD is even lang als zijde DE.
Op die zijde staan twee streepjes.
Vlakke figuren - evenwijdig
In vierhoek KLMN zijn zijde KL en zijde MN evenwijdig.
Met pijltjes kun je dat laten zien.
Op zijde KL en zijde MN staat één pijltje.
Zijde LM is evenwijdig aan zijde KN.
Op beide zaijden staan twee pijltjes.
ÐK en ÐM zijn even groot. In die hoeken staat een ·.
Ook ÐL en ÐN zijn even groot. In die hoeken staat een ´.
Vlakke figuren - diagonalen
In rechthoek KLMN zijn de diagonalen KM en LN getekend.
Een diagonaal gaat dwars door de figuur en verbindt twee hoekpunten.
Het punt waar de diagonalen elkaar snijden, is het snijpunt.
Het snijpunt van KM en LN is punt S.
Vlakke figuren - namen
Vlakke figuren - driehoeken
Zelf aan de slag
B: Maak 1.1 opgave 6, 11, 12 en 1.2 opgave 21, 22
KT: Maak werkblad + 1.1 opgave 4, 5, 6
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
Deze les
Korte herhaling vlakke figuren
Uitleg hoekensom
Zelf aan de slag
Vlakke figuren - namen
Vlakke figuren - driehoeken
Vlakke figuren - diagonalen
In rechthoek KLMN zijn de diagonalen KM en LN getekend.
Een diagonaal gaat dwars door de figuur en verbindt twee hoekpunten.
Het punt waar de diagonalen elkaar snijden, is het snijpunt.
Het snijpunt van KM en LN is punt S.
Hoekensom driehoek
Teken een driehoek.
Geef elke hoek een andere kleur.
Knip de driehoek uit.
Verdeel de driehoek in 3 stukken, zodat elk hoekpunt apart ligt.
Hoekensom driehoek
Leg de gekleurde punten tegen elkaar.
Zorg dat de zijden elkaar raken.
Wat valt je op?
Hoekensom driehoek
In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.
Dit noemen we hoekensom driehoek.
Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.
Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.
Hoe werkt dat dan?
∡A + ∡B + ∡C = 180°
27 + 98 + ∡C = 180°
∡C = 180 - 27 - 98 = 55°
Of
27 + 98 = 125
180 - 125 = 55°
Gelijkbenige driehoek
∡G + ∡H + ∡I = 180°
∡G + ∡H + 126 = 180°
∡G + ∡H = 180 - 126 = 54°
∡G = ∡H, dus ∡G = 54 : 2 = 27°
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.1 opgave 6, 11, 12
- 1.2 opgave 21, 22
- 1.3 opgave 31, 32, 33
KT: Maak
- 1.1 opgave 4, 5, 6
- 1.2 opgave 14 t/m 18
Deze les
Korte herhaling hoekensom
Uitleg Driehoek tekenen
Zelf aan de slag
Hoekensom driehoek
In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.
Dit noemen we hoekensom driehoek.
Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.
Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.
Teken driehoek ABC met AB = 4 cm, ∡A = 50° en ∡B = 60°
stap 1: Maak een schets.
Potlood en liniaal
Gegevens erin
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
4 cm
50°
A
B
4 cm
A
B
4 cm
C
60°
50°
60°
Teken driehoek ABC met AB = 4 cm, BC = 3 cm en ∡B = 55°
stap 1: Maak een schets.
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.
stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.
stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
4 cm
55°
A
B
4 cm
A
B
4 cm
C
3 cm
3 cm
A
B
C
55°
3 cm
4 cm
55°
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.1 opgave 6, 11, 12
- 1.2 opgave 21, 22
- 1.3 opgave 31, 32, 33
- 1.4 opgave 49 t/m 52
KT: Maak
- 1.1 opgave 4, 5, 6
- 1.2 opgave 14 t/m 18
- 1.3 opgave 28 t/m 31
Deze les
Korte herhaling driehoek tekenen + aanvulling basis
Uitleg driehoek tekenen passer (KT)
Zelf aan de slag
Driehoek tekenen met koershoekmeter
1 zijde met 2 hoeken
stap 1: Maak een schets.
Potlood en liniaal
Gegevens erin
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
.. cm
..°
..°
A
B
.. cm
A
B
.. cm
..°
..°
C
Driehoek tekenen met koershoekmeter
2 zijden met 1 hoek
stap 1: Maak een schets.
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.
stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.
stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
.. cm
..°
A
B
.. cm
A
B
.. cm
..°
C
.. cm
.. cm
.. cm
A
B
.. cm
..°
C
.. cm
Driehoek tekenen met koershoekmeter
1 zijde met 2 hoeken
stap 1: Maak een schets.
Potlood en liniaal
Gegevens erin
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
.. cm
..°
..°
A
B
.. cm
A
B
.. cm
..°
..°
C
Teken driehoek KLM met KL = 5 cm, LM = 4 cm en ∡L = 65°
stap 1: Maak een schets.
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.
stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.
stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.
stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.
stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.
K
L
M
5 cm
65°
K
L
5 cm
K
L
5 cm
M
4 cm
4 cm
K
L
M
65°
4 cm
5 cm
65°
KT: Driehoek tekenen met passer (filmpje)
stap 1: Maak een schets.
Potlood en liniaal
Gegevens erin
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte met geodriehoek/liniaal.
stap 4: Stel je passer in op de lengte van de tweede zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.
stap 5: Stel de passer in op de lengte van de derde zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.
stap 6: Teken de lijnstukken vanuit hoeken A en B naar het snijpunt van de cirkelbogen.
stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
.. cm
A
B
.. cm
A
B
.. cm
B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60
.. cm
.. cm
C
Teken driehoek ABC met AB = 5 cm; BC = 4 cm; AC = 6 cm
stap 1: Maak een schets.
Potlood en liniaal
Gegevens erin
stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.
stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte met geodriehoek/liniaal.
stap 4: Stel je passer in op de lengte van de tweede zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.
stap 5: Stel de passer in op de lengte van de derde zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.
stap 6: Teken de lijnstukken vanuit hoeken A en B naar het snijpunt van de cirkelbogen.
stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.
A
B
C
5 cm
A
B
5 cm
A
B
5 cm
B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60
6 cm
4 cm
C
4 cm
6 cm
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60
KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42
Deze les
Herhaling voorkennis
Driehoeken tekenen
Eigenschappen parallellogram en ruit
Assenstelsel en coördinaten
Uitleg parallellogram en ruit tekenen
Zelf aan de slag
Driehoek tekenen
A. Teken driehoek ABC met AB = 6 cm; BC = 4 cm en ∡B = 60°.
B. Teken driehoek KLM met KL = 5 cm; ∡K = 40° en ∡L = 70°.
C. KT: Teken driehoek DEF met DE = 5 cm; EF = 4 cm en DF = 7 cm.
Hoe heet dit vlakke figuur?
Vierkant
Rechthoek
Parallellogram
Ruit
Welke eigenschap van de parallellogram zie je hier?
Overstaande hoeken even groot
Overstaande zijden even groot
Alle zijden even groot
Overstaande zijden evenwijdig
Hoe heet dit vlakke figuur?
Vierkant
Rechthoek
Parallellogram
Ruit
Welke eigenschap van de ruit zie je hier?
Overstaande hoeken even groot
Overstaande zijden even groot
Alle zijden even groot
Alle hoeken zijn even groot
Welke coördinaten horen bij punt B?
B(2, 4)
B(4, 2)
B(1, 3)
B(-2, 4)
Welke coördinaten horen bij punt A?
A(3, 5)
A(5, 3)
A(3, -5)
A(-3, 5)
Welke coördinaten horen bij punt E?
E(0, 3)
E(3, 0)
E(-3, 0)
E(0, -3)
Parallellogram / ruit tekenen
stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm
stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!
stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.
stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)
Parallellogram / ruit tekenen
Zonder assenstelsel
stap 1: Maak een schets met gegevens en eigenschappen.
B: Maak
- 1.5 opgave 71, 72, 76, 77
A
B
C
D
5 cm
4 cm
110°
A
B
5 cm
A
5 cm
B
110°
A
B
C
D
5 cm
4 cm
110°
stap 2: Bepaal het stappenplan.
stap 3: Teken de eerste zijde.
stap 4: Teken de eerste hoek.
stap 5: Teken de tweede hoek/zijde.
stap 6: Maak het figuur af a.d.h.v. eigenschappen.
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60
- 1.5 opgave 71, 72, 76, 77
KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42
- 1.4 opgave 46, 47, 50, 51
54, 57
Deze les
Herhaling voorkennis
Tekenen parallellogram en ruit
Eigenschappen vlieger en trapezium
Uitleg vlieger en trapezium tekenen
Zelf aan de slag
Parallellogram / ruit tekenen
stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm
stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!
stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.
stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)
Parallellogram / ruit tekenen
B: Maak L9 + L10 (blz 46)
KT: Maak opgave 58 en L6 (blz 30)
A
B
C
D
5 cm
4 cm
110°
Eigenschappen
Kolom tekst
Bij het tekenen van de vlieger, speelt de diagonaal als symmetrieas een grote rol!
Tekenen
stap 0: Teken het assenstelsel.
stap 1: Teken de gegeven punten mèt letters.
stap 2: Teken de diagonaal als symmetrieas.
stap 3: Teken het spiegelpunt in de symmetrieas.
stap 4: Maak de vlieger af, zet de gegevens erin.
KT: Tekenen
stap 0: Teken het assenstelsel.
stap 1: Teken de gegeven punten mèt letters. Verbind de punten zodat de eerste twee zijden ontstaan.
stap 2: Bekijk de eigenschappen van het genoemde figuur.
- Is het een gelijkbenig trapezium? Teken de zijde die even groot is als die ertegenover.
- Is het een rechthoekig trapezium? Teken de rechte hoek en de evenwijdige zijde tot deze elkaar raken.
stap 3: Teken het vierde punt van het trapezium en maak het trapezium af, zet de gegevens erin.
B: Maak
- 1.7 opgave 81 t/m 85
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60
- 1.6 opgave 71, 72, 76, 77
- 1.7 opgave 81 t/m 85
KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42
- 1.4 opgave 46, 47, 50, 51
54, 57
- 1.5 opgave 63, 69, 71
Deze les
Herhaling
eigenschappen/tekenen vierhoeken
hoekensom driehoek
Uitleg hoekensom vierhoek
Zelf aan de slag
Parallellogram / ruit tekenen
stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm
stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!
stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.
stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)
Eigenschappen
Kolom tekst
Bij het tekenen van de vlieger, speelt de diagonaal als symmetrieas een grote rol!
Hoekensom driehoek
In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.
Dit noemen we hoekensom driehoek.
Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.
Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.
Hoekensom vierhoek
Teken een willekeurige vierhoek.
Geef elke hoek een andere kleur.
Knip de vierhoek in vier stukken.
Leg de gekleurde hoekpunten tegen elkaar,
zoals we eerder deden bij het driehoek.
Hoekensom vierhoek
Kolom tekst
Kolom tekst
Bereken hoek G
Bereken hoek C in vlieger ABCD.
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 1.8 opgave 96 t/m 99
KT: Maak
- 1.6 opgave 76, 77, 78
Deze les
Herhaling
eigenschappen driehoeken en vierhoeken
Uitleg praktische opdracht
Zelf aan de slag
Vlakke figuren - namen
Vlakke figuren - driehoeken
Praktische opdracht
inleveren ma 21 sept
B: Ontwerp je eigen kunstwerk
Ontwerp een kunstwerk met behulp van vierkanten, rechthoeken en verschillende soorten driehoeken.
50°
15 cm
8cm
8cm
KT: Ontwerp je eigen vlieger
Teken een vlieger op een A4 blad volgens de schets hieronder.
Versier de vlieger met verschillende vlakke figuren.
Gebruik verschillende soorten driehoeken, vierkant, rechthoek, parallellogram, ruit
Deze les
Herhaling
Metriek stelsel lengte
Metriek stelsel oppervlakte
Uitleg oppervlakte rechthoek
Zelf aan de slag
De lengte van een arm is ...
30 mm
30 cm
30 dm
30 m
De hoogte van een huis is ...
9 cm
9 dm
9 m
9 dam
De oppervlakte van een voetbalveld is ...
1 m²
1 dam²
1 hm²
1 km²
Metriek stelsel
3 m = cm
150 dm = dam
0,6 km = m
300
1,5
600
13 m² = cm²
1500 dm² = m²
2 600 m² = hm²
130000
15
0,26
Oppervlakte rechthoek
Elke tegel op het terras is 1 m².
Hoeveel vierkante meter is het hele terras?
Het rechthoekige terras hiernaast is 5 m breed en 2,5 m lang.
Hoeveel vierkante meter is het hele terras?
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Oppervlakte rechthoek
In het grasveld wordt een rechthoekig gat gegraven voor een vierkante vijver.
Hoeveel m² gras is er nog over?
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Oppervlakte rechthoek
Een voetbalveld heeft een lengte van 1 hm.
De breedte van het veld is 50 m.
Bereken de oppervlakte van het veld in m².
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 7, 8, 9, 16, 17
KT: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 4 t/m 8
Deze les
Herhaling
Oppervlakte rechthoek
Uitleg oppervlakte driehoek
Zelf aan de slag
Herhalen oppervlakte rechthoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
A. Bereken de oppervlakte van rechthoek ABDE.
B. Hoeveel hokjes is de oppervlakte van driehoek ABC?
oppervlakte driehoek = lengte x breedte : 2
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Wat zijn de lengte en breedte?
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Zijde en hoogte staan loodrecht op elkaar.
Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?
EG en FH
oppervlakte driehoek = EG x FH : 2
= 26 × 26,6 : 2 = 345,8 mm²
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?
LM en KN
oppervlakte driehoek = LM × KN : 2
= 42 × 16 : 2 = 672 mm²
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?
ehm.....
We kunnen wel wat hulp gebruiken.
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Teken hulplijnen om een rechte hoek te maken.
Welke zijde ga je gebruiken? QR
Welk hoekpunt ligt daar tegenover? P
Dit gebruik je voor de hulplijnen -->
Oppervlakte PQR = 4 × 3 : 2 = 6 cm²
Oppervlakte driehoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Welke zijde en hoogte horen bij elkaar?
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
= 29 x 21 : 2 = 304,5 mm²
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 7, 8, 9, 16, 17
- 3.2 opgave 30, 40, 41, 43
KT: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 4 t/m 8
- 3.2 opgave 16, 26, 27, 29
Deze les
Herhaling
Oppervlakte rechthoek
Oppervlakte driehoek
Oppervlakte parallellogram en andere vierhoeken
Zelf aan de slag
Herhalen oppervlakte rechthoek
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Herhalen oppervlakte driehoek
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
Oppervlakte vierhoeken - verdelen
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Oppervlakte vierhoeken - inlijsten
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
1
2
3
4
oppervlakte rechthoek = .... x .....
oppervlakte driehoek = ... x ... : 2
oppervlakte driehoek = ... x ... : 2
oppervlakte driehoek = ... x ... : 2
oppervlakte driehoek = ... x ... : 2
Oppervlakte vierhoeken - paralellogram
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Knip de parallellogram uit.
Teken de hoogte vanuit punt D op zijde AB. Noem het snijpunt E
Knip over de hoogtelijn.
Leg de driehoek AED met zijde AD tegen zijde BC.
oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte
Oppervlakte vierhoeken - paralellogram
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
Gebruik de eigenschappen ook!
Welke zijde en hoogte heb je?
oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte
= 3 × 3 = 9 cm²
oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65
KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,
- 3.4 opgave 46, 47, 56
Deze les
Oppervlakte en omtrek cirkel
Zelf aan de slag
omtrek cirkel = π × diameter
oppervlakte cirkel = π × straal × straal
De straal van de middencirkel van een voetbalveld is 9,15 m.
omtrek cirkel = π × diameter
oppervlakte cirkel = π × straal × straal
omtrek vijver = π × 12 = 37,7 m
oppervlakte vijver = π × 6 × 6
straal = diameter : 2
= 12 : 2 = 6 m
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65
- 3.5 opgave 78 t/m 81; 88 t/m 91
KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,
- 3.4 opgave 46, 47, 56
- 3.5 opgave 64, 65, 66, 71, 72
Deze les
Herhaling vlakke figuren
Uitleg ruimtelijke figuren
Zelf aan de slag
omtrek cirkel = π × diameter
oppervlakte cirkel = π × straal × straal
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte
Bereken de oppervlakte van de voorkant van het huis.
omtrek cirkel = π × diameter
oppervlakte cirkel = π × straal × straal
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte
oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2
oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte
Bereken de oppervlakte van het grasveld.
4 m
7 m
15 m
Kubus: Wat is bijzonder aan een kubus?
Je ziet hier kubusvormige doos.
Bereken de oppervlakte van één zijvlak.
30 cm
30 cm
30 cm
Als je de doos open vouwt,
krijg je een uitslag:
Bereken hoeveel cm² karton er nodig is voor de doos.
Voor je ligt een lege wc rol.
Knip de wc rol recht open.
Welk figuur herken je hierin?
Bereken de oppervlakte van de rol.
Je ziet hier een cilindervormig speelkussen.
Bereken hoeveel dm² stof er nodig is om dit kussen te bekleden.
6 dm
2 dm
Zelf aan de slag
Hoe? Zelfstandig in je boek.
Klaar? Nakijken
Lezen / tekenen
B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65
- 3.5 opgave 78 t/m 81; 88 t/m 91
- 3.6 opgave 96, 97, 98
KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,
- 3.4 opgave 46, 47, 56
- 3.5 opgave 64, 65, 66, 71, 72
- 3.6 opgave 80, 81, 84, 85