2C Periode 1

Deze les

  • De boeken en Hoe ziet het jaar eruit?

  • Materiaal

  • Doelen hoofdstuk 1

  • Voorkennis hoofdstuk 1

1 / 114
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 114 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Deze les

  • De boeken en Hoe ziet het jaar eruit?

  • Materiaal

  • Doelen hoofdstuk 1

  • Voorkennis hoofdstuk 1

De boeken en planning - Wiskunde

Totaal 8 hoofdstukken, Basis doet 7 hoofdstukken.

Deel 1 en deel 2.

B(K) en KGT.


Hoe ziet het jaar eruit?

Periode 1: H1 Vlakke figuren, H3 Oppervlakte en H6 Vergroten en verkleinen
Periode 2: Woordformules (stencil) , H2 Oplossen en formules en H4 Statistiek
Periode 3:

  • B: 5.1+5.2 Machten en wortels, H7 Formules en grafieken en start H1 Rekenen van jaar 3

  • KT: H5 Stelling van Pythagoras, H7 Formules en grafieken en H8 Ruimtemeetkunde

Periode 4:

  • B: H3 Procenten

  • KGT: H1 Procenten



De boeken en planning - Rekenen

Totaal 18 hoofdstukken in 4 domeinen:

  • Getallen

  • Verhoudingen

  • Meten en meetkunde

  • Verbanden

Toetsing


Hoe ziet het jaar eruit?

  • Eigen tempo > individuele uitleg.

  • Doel eind jaar in elk geval domein Getallen afronden.

  • Liever langzaam goed, dan afraffelen.


Materialen

Altijd meenemen:

  • Het goede boek (leg wat je niet nodig hebt in je kluisje!)

  • (Pen)

  • Potlood (met gum en evt. puntenslijper)

  • Geodriehoek stevig (eventueel liniaal los)

  • Rekenmachine

  • Kleurpotloden kunnen handig zijn


Wat krijg je op school te leen?

  • Koershoekmeter


Wat laat je thuis/kluis tot gevraagd?

  • Passer

H1 Vlakke figuren

Je kunt tekens zetten in vlakke figuren.
Je kunt de diagonalen in vlakke figuren tekenen.

Je kunt vlakke figuren benoemen.

Je kunt hoeken berekenen in een driehoek.
Je kunt hoeken berekenen in symmetrische driehoeken.

Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een koershoekmeter, als je één zijde en twee hoeken weet.
Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een koershoekmeter, als je twee zijden en een hoek ertussen weet.

KT: Je kunt een driehoek op ware grootte tekenen met behulp van een passer.*

KT: Je kunt een parallellogram tekenen.*

KT: Je kunt een ruit tekenen.*

KT: Je kunt een vlieger tekenen.

KT: Je kunt een trapezium tekenen.

KT: Je kunt hoeken in een vierhoek berekenen.*


*= Toetsstof voor KT, maar B gaat dit wel in de les meedoen en opdrachten maken.

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Welk figuur zie je hier?

A

Vierkant

B

Rechthoek

C

Driehoek

D

Ruit

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Welk figuur zie je hier?

A

Vierkant

B

Vierhoek

C

Zeskant

D

Zeshoek

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Wat is de belangrijkste eigenschap van een vierkant?

A

Vier hoeken

B

Vier even grote zijden

C

Alleen overstaande zijden zijn even groot

D

Dat hij recht staat

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Wat betekenen de rode streepjes op de zijdes?

A

Even groot

B

2 cm lang

C

Ongelijk

D

Niks

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Wat betekent het rode vierkantje in de linker hoek?

A

Even groot

B

Loodrecht

C

Stompe hoek

D

Scherpe hoek

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Wat betekenen de gekleurde stippellijnen?

A

Symmetrieas / spiegelas

B

Het aantal hoeken

C

Niks, gewoon mooi

D

Draaiorde

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Welke bord is NIET lijnsymmetrisch?

A

2

B

3

C

5

D

6

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Hoeveel symmetrieassen heeft een vierkant?

A

1

B

2

C

4

D

8

Zet de letter van het goede antwoord op het bordje.

Welke coördinaten horen bij punt A?

A

3, 2

B

2, 3

C

(3, 2)

D

(2, 3)

Zelf aan de slag

Maak opgave 1 t/m 4 van de voorkennis.

Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

Deze les

Uitleg:

  • Je kunt tekens zetten in vlakke figuren.

  • Je kunt de diagonalen in vlakke figuren tekenen.

  • Je kunt vlakke figuren benoemen.

Zelf aan de slag (1.1 + 1.2(BK))

Vlakke figuren - basisfiguren

Een vlakke figuur met drie hoekpunten is een driehoek.

Een vlakke figuur met vier hoekpunten is een vierhoek.

Een vlakke figuur met vijf hoekpunten is een vijfhoek enzovoort.

Vlakke figuren - even lang

In vijfhoek ABCDE zijn zijde AE en zijde BC even lang.

Met streepjes kun je dat laten zien.

Op zijde AE en zijde BC staat één streepje.

Zijde CD is even lang als zijde DE.

Op die zijde staan twee streepjes.

Vlakke figuren - evenwijdig

In vierhoek KLMN zijn zijde KL en zijde MN evenwijdig.

Met pijltjes kun je dat laten zien.

Op zijde KL en zijde MN staat één pijltje.


Zijde LM is evenwijdig aan zijde KN.

Op beide zaijden staan twee pijltjes.


ÐK en ÐM zijn even groot. In die hoeken staat een ·.

Ook ÐL en ÐN zijn even groot. In die hoeken staat een ´.


Vlakke figuren - diagonalen

In rechthoek KLMN zijn de diagonalen KM en LN getekend.

Een diagonaal gaat dwars door de figuur en verbindt twee hoekpunten.


Het punt waar de diagonalen elkaar snijden, is het snijpunt.

Het snijpunt van KM en LN is punt S.

Vlakke figuren - namen

Vlakke figuren - driehoeken

Zelf aan de slag

B: Maak 1.1 opgave 6, 11, 12 en 1.2 opgave 21, 22
KT: Maak werkblad + 1.1 opgave 4, 5, 6


Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

Deze les

  • Korte herhaling vlakke figuren

  • Uitleg hoekensom

  • Zelf aan de slag


Vlakke figuren - namen

Vlakke figuren - driehoeken

Vlakke figuren - diagonalen

In rechthoek KLMN zijn de diagonalen KM en LN getekend.

Een diagonaal gaat dwars door de figuur en verbindt twee hoekpunten.


Het punt waar de diagonalen elkaar snijden, is het snijpunt.

Het snijpunt van KM en LN is punt S.

Hoekensom driehoek

Teken een driehoek.
Geef elke hoek een andere kleur.

Knip de driehoek uit.

Verdeel de driehoek in 3 stukken, zodat elk hoekpunt apart ligt.

Hoekensom driehoek

Leg de gekleurde punten tegen elkaar.
Zorg dat de zijden elkaar raken.


Wat valt je op?

Hoekensom driehoek

In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.

Dit noemen we hoekensom driehoek.


Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.

Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.


Hoe werkt dat dan?

∡A + ∡B + ∡C = 180°


27 + 98 + ∡C = 180°


∡C = 180 - 27 - 98 = 55°




Of

27 + 98 = 125

180 - 125 = 55°

Gelijkbenige driehoek

∡G + ∡H + ∡I = 180°


∡G + ∡H + 126 = 180°


∡G + ∡H = 180 - 126 = 54°


∡G = ∡H, dus ∡G = 54 : 2 = 27°




Zelf aan de slag






Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.1 opgave 6, 11, 12
- 1.2 opgave 21, 22

- 1.3 opgave 31, 32, 33

KT: Maak
- 1.1 opgave 4, 5, 6
- 1.2 opgave 14 t/m 18

Deze les

  • Korte herhaling hoekensom

  • Uitleg Driehoek tekenen

  • Zelf aan de slag


Hoekensom driehoek

In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.

Dit noemen we hoekensom driehoek.


Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.

Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.


Teken driehoek ABC met AB = 4 cm, ∡A = 50° en ∡B = 60°

stap 1: Maak een schets.

  • Potlood en liniaal

  • Gegevens erin


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

4 cm

50°

A

B

4 cm

A

B

4 cm

C

60°

50°

60°

Teken driehoek ABC met AB = 4 cm, BC = 3 cm en ∡B = 55°

stap 1: Maak een schets.


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.


stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.


stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

4 cm

55°

A

B

4 cm

A

B

4 cm

C

3 cm

3 cm

A

B

C

55°

3 cm

4 cm

55°

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.1 opgave 6, 11, 12
- 1.2 opgave 21, 22

- 1.3 opgave 31, 32, 33

- 1.4 opgave 49 t/m 52

KT: Maak
- 1.1 opgave 4, 5, 6
- 1.2 opgave 14 t/m 18

- 1.3 opgave 28 t/m 31

Deze les

  • Korte herhaling driehoek tekenen + aanvulling basis

  • Uitleg driehoek tekenen passer (KT)

  • Zelf aan de slag


Driehoek tekenen met koershoekmeter

1 zijde met 2 hoeken

stap 1: Maak een schets.

  • Potlood en liniaal

  • Gegevens erin


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

.. cm

..°

..°

A

B

.. cm

A

B

.. cm

..°

..°

C

Driehoek tekenen met koershoekmeter

2 zijden met 1 hoek

stap 1: Maak een schets.


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.


stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.


stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

.. cm

..°

A

B

.. cm

A

B

.. cm

..°

C

.. cm

.. cm

.. cm

A

B

.. cm

..°

C

.. cm

Driehoek tekenen met koershoekmeter

1 zijde met 2 hoeken

stap 1: Maak een schets.

  • Potlood en liniaal

  • Gegevens erin


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoeken met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

.. cm

..°

..°

A

B

.. cm

A

B

.. cm

..°

..°

C

Teken driehoek KLM met KL = 5 cm, LM = 4 cm en ∡L = 65°

stap 1: Maak een schets.


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte.


stap 4: Teken de hoek met behulp van de koershoekmeter.


stap 5: Teken de tweede zijde op ware grootte.


stap 6: Verbind de twee twee zijden met elkaar en maak zo de driehoek af.


stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.

K

L

M

5 cm

65°

K

L

5 cm

K

L

5 cm

M

4 cm

4 cm

K

L

M

65°

4 cm

5 cm

65°

KT: Driehoek tekenen met passer (filmpje)

stap 1: Maak een schets.

  • Potlood en liniaal

  • Gegevens erin


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte met geodriehoek/liniaal.


stap 4: Stel je passer in op de lengte van de tweede zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.


stap 5: Stel de passer in op de lengte van de derde zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.


stap 6: Teken de lijnstukken vanuit hoeken A en B naar het snijpunt van de cirkelbogen.


stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

.. cm

A

B

.. cm

A

B

.. cm

B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60

.. cm

.. cm

C

Teken driehoek ABC met AB = 5 cm; BC = 4 cm; AC = 6 cm

stap 1: Maak een schets.

  • Potlood en liniaal

  • Gegevens erin


stap 2: Maak een stappenplan.
Wat ga je eerst tekenen.


stap 3: Teken de eerste zijde op ware grootte met geodriehoek/liniaal.


stap 4: Stel je passer in op de lengte van de tweede zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.


stap 5: Stel de passer in op de lengte van de derde zijde.
Zet een cirkelboog vanuit de bijbehorende hoek.


stap 6: Teken de lijnstukken vanuit hoeken A en B naar het snijpunt van de cirkelbogen.


stap 7: Zet de gegevens in de driehoek.

A

B

C

5 cm

A

B

5 cm

A

B

5 cm

B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60

6 cm

4 cm

C

4 cm

6 cm

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60

KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42

Deze les

  • Herhaling voorkennis

    • Driehoeken tekenen

    • Eigenschappen parallellogram en ruit

    • Assenstelsel en coördinaten

  • Uitleg parallellogram en ruit tekenen

  • Zelf aan de slag


Driehoek tekenen

A. Teken driehoek ABC met AB = 6 cm; BC = 4 cm en ∡B = 60°.


B. Teken driehoek KLM met KL = 5 cm; ∡K = 40° en ∡L = 70°.


C. KT: Teken driehoek DEF met DE = 5 cm; EF = 4 cm en DF = 7 cm.

Hoe heet dit vlakke figuur?

A

Vierkant

B

Rechthoek

C

Parallellogram

D

Ruit

Welke eigenschap van de parallellogram zie je hier?

A

Overstaande hoeken even groot

B

Overstaande zijden even groot

C

Alle zijden even groot

D

Overstaande zijden evenwijdig

Hoe heet dit vlakke figuur?

A

Vierkant

B

Rechthoek

C

Parallellogram

D

Ruit

Welke eigenschap van de ruit zie je hier?

A

Overstaande hoeken even groot

B

Overstaande zijden even groot

C

Alle zijden even groot

D

Alle hoeken zijn even groot

Welke coördinaten horen bij punt B?

A

B(2, 4)

B

B(4, 2)

C

B(1, 3)

D

B(-2, 4)

Welke coördinaten horen bij punt A?

A

A(3, 5)

B

A(5, 3)

C

A(3, -5)

D

A(-3, 5)

Welke coördinaten horen bij punt E?

A

E(0, 3)

B

E(3, 0)

C

E(-3, 0)

D

E(0, -3)

Parallellogram / ruit tekenen

stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm


stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!


stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.


stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)

Parallellogram / ruit tekenen
Zonder assenstelsel

stap 1: Maak een schets met gegevens en eigenschappen.

B: Maak
- 1.5 opgave 71, 72, 76, 77

A

B

C

D

5 cm

4 cm

110°

A

B

5 cm

A

5 cm

B

110°

A

B

C

D

5 cm

4 cm

110°

stap 2: Bepaal het stappenplan.

stap 3: Teken de eerste zijde.

stap 4: Teken de eerste hoek.

stap 5: Teken de tweede hoek/zijde.


stap 6: Maak het figuur af a.d.h.v. eigenschappen.

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60

- 1.5 opgave 71, 72, 76, 77

KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42
- 1.4 opgave 46, 47, 50, 51
54, 57

Deze les

  • Herhaling voorkennis

    • Tekenen parallellogram en ruit

    • Eigenschappen vlieger en trapezium

  • Uitleg vlieger en trapezium tekenen

  • Zelf aan de slag


Parallellogram / ruit tekenen

stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm


stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!


stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.


stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)

Parallellogram / ruit tekenen

B: Maak L9 + L10 (blz 46)


KT: Maak opgave 58 en L6 (blz 30)

A

B

C

D

5 cm

4 cm

110°

Eigenschappen

Kolom tekst

Bij het tekenen van de vlieger, speelt de diagonaal als symmetrieas een grote rol!

Tekenen

stap 0: Teken het assenstelsel.

stap 1: Teken de gegeven punten mèt letters.

stap 2: Teken de diagonaal als symmetrieas.

stap 3: Teken het spiegelpunt in de symmetrieas.

stap 4: Maak de vlieger af, zet de gegevens erin.

KT: Tekenen

stap 0: Teken het assenstelsel.

stap 1: Teken de gegeven punten mèt letters. Verbind de punten zodat de eerste twee zijden ontstaan.

stap 2: Bekijk de eigenschappen van het genoemde figuur.
- Is het een gelijkbenig trapezium? Teken de zijde die even groot is als die ertegenover.
- Is het een rechthoekig trapezium? Teken de rechte hoek en de evenwijdige zijde tot deze elkaar raken.

stap 3: Teken het vierde punt van het trapezium en maak het trapezium af, zet de gegevens erin.

B: Maak
- 1.7 opgave 81 t/m 85

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.4 opgave 56 t/m 60

- 1.6 opgave 71, 72, 76, 77

- 1.7 opgave 81 t/m 85

KT: Maak
- 1.3 opgave 36 t/m 42
- 1.4 opgave 46, 47, 50, 51
54, 57
- 1.5 opgave 63, 69, 71

Deze les

  • Herhaling

    • eigenschappen/tekenen vierhoeken

    • hoekensom driehoek

  • Uitleg hoekensom vierhoek

  • Zelf aan de slag


Parallellogram / ruit tekenen

stap 0: Teken het assenstelsel zoals in de vraag staat.
Alleen positief: L-vorm; Ook negatief: Kruisvorm


stap 1: Teken de gegeven coördinaten in het assenstelsels.
Zet ook de letters erbij!


stap 2: Teken de eerste twee zijden van het figuur.


stap 3: Teken de andere twee zijden a.d.h.v. de
eigenschappen van het figuur (even lang/evenwijdig)

Eigenschappen

Kolom tekst

Bij het tekenen van de vlieger, speelt de diagonaal als symmetrieas een grote rol!

Hoekensom driehoek

In elke driehoek zijn de hoeken samen 180°.

Dit noemen we hoekensom driehoek.


Als je van een driehoek twee hoeken weet, dan kun je de derde hoek berekenen.

Soms maak je bij het berekenen van hoeken gebruik van symmetrie.


Hoekensom vierhoek

Teken een willekeurige vierhoek.

Geef elke hoek een andere kleur.

Knip de vierhoek in vier stukken.


Leg de gekleurde hoekpunten tegen elkaar,
zoals we eerder deden bij het driehoek.


Hoekensom vierhoek

Kolom tekst

Kolom tekst

Bereken hoek G

Bereken hoek C in vlieger ABCD.

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 1.8 opgave 96 t/m 99

KT: Maak
- 1.6 opgave 76, 77, 78

Deze les

  • Herhaling

    • eigenschappen driehoeken en vierhoeken

  • Uitleg praktische opdracht

  • Zelf aan de slag


Vlakke figuren - namen

Vlakke figuren - driehoeken

Praktische opdracht
inleveren ma 21 sept

B: Ontwerp je eigen kunstwerk

Ontwerp een kunstwerk met behulp van vierkanten, rechthoeken en verschillende soorten driehoeken.

50°

15 cm

8cm

8cm

KT: Ontwerp je eigen vlieger
Teken een vlieger op een A4 blad volgens de schets hieronder.
Versier de vlieger met verschillende vlakke figuren.
Gebruik verschillende soorten driehoeken, vierkant, rechthoek, parallellogram, ruit


Deze les

  • Herhaling

    • Metriek stelsel lengte

    • Metriek stelsel oppervlakte

    • Uitleg oppervlakte rechthoek

  • Zelf aan de slag


De lengte van een arm is ...

A

30 mm

B

30 cm

C

30 dm

D

30 m

De hoogte van een huis is ...

A

9 cm

B

9 dm

C

9 m

D

9 dam

De oppervlakte van een voetbalveld is ...

A

1 m²

B

1 dam²

C

1 hm²

D

1 km²

Metriek stelsel

3 m = cm


150 dm = dam


0,6 km = m


300

1,5

600

13 m² = cm²


1500 dm² = m²


2 600 m² = hm²


130000

15

0,26

Oppervlakte rechthoek

Elke tegel op het terras is 1 m².

Hoeveel vierkante meter is het hele terras?

Het rechthoekige terras hiernaast is 5 m breed en 2,5 m lang.

Hoeveel vierkante meter is het hele terras?

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Oppervlakte rechthoek

In het grasveld wordt een rechthoekig gat gegraven voor een vierkante vijver.
Hoeveel m² gras is er nog over?

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Oppervlakte rechthoek

Een voetbalveld heeft een lengte van 1 hm.
De breedte van het veld is 50 m.


Bereken de oppervlakte van het veld in m².

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2

- 3.1 opgave 7, 8, 9, 16, 17

KT: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 4 t/m 8

Deze les

  • Herhaling

    • Oppervlakte rechthoek

  • Uitleg oppervlakte driehoek

  • Zelf aan de slag


Herhalen oppervlakte rechthoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

A. Bereken de oppervlakte van rechthoek ABDE.



B. Hoeveel hokjes is de oppervlakte van driehoek ABC?

oppervlakte driehoek = lengte x breedte : 2

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Wat zijn de lengte en breedte?

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Zijde en hoogte staan loodrecht op elkaar.

Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?

EG en FH

oppervlakte driehoek = EG x FH : 2

= 26 × 26,6 : 2 = 345,8 mm²

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?

LM en KN

oppervlakte driehoek = LM × KN : 2

= 42 × 16 : 2 = 672 mm²

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Welke twee lijnstukken staan loodrecht op elkaar?

ehm.....

We kunnen wel wat hulp gebruiken.

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Teken hulplijnen om een rechte hoek te maken.

Welke zijde ga je gebruiken? QR

Welk hoekpunt ligt daar tegenover? P


Dit gebruik je voor de hulplijnen -->

Oppervlakte PQR = 4 × 3 : 2 = 6 cm²

Oppervlakte driehoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Welke zijde en hoogte horen bij elkaar?


oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2


= 29 x 21 : 2 = 304,5 mm²

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2

- 3.1 opgave 7, 8, 9, 16, 17
- 3.2 opgave 30, 40, 41, 43


KT: Maak
- VK H3 opgave 1 + 2
- 3.1 opgave 4 t/m 8
- 3.2 opgave 16, 26, 27, 29

Deze les

  • Herhaling

    • Oppervlakte rechthoek

    • Oppervlakte driehoek

  • Oppervlakte parallellogram en andere vierhoeken

  • Zelf aan de slag


Herhalen oppervlakte rechthoek

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Herhalen oppervlakte driehoek

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

Oppervlakte vierhoeken - verdelen

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Oppervlakte vierhoeken - inlijsten

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

1

2

3

4

oppervlakte rechthoek = .... x .....

oppervlakte driehoek = ... x ... : 2

oppervlakte driehoek = ... x ... : 2

oppervlakte driehoek = ... x ... : 2

oppervlakte driehoek = ... x ... : 2

Oppervlakte vierhoeken - paralellogram

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Knip de parallellogram uit.


Teken de hoogte vanuit punt D op zijde AB. Noem het snijpunt E


Knip over de hoogtelijn.


Leg de driehoek AED met zijde AD tegen zijde BC.

oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte

Oppervlakte vierhoeken - paralellogram

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

Gebruik de eigenschappen ook!


Welke zijde en hoogte heb je?


oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte

= 3 × 3 = 9 cm²

oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65

KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,

- 3.4 opgave 46, 47, 56

Deze les

  • Oppervlakte en omtrek cirkel

  • Zelf aan de slag


omtrek cirkel = π × diameter

oppervlakte cirkel = π × straal × straal

De straal van de middencirkel van een voetbalveld is 9,15 m.

omtrek cirkel = π × diameter

oppervlakte cirkel = π × straal × straal

omtrek vijver = π × 12 = 37,7 m

oppervlakte vijver = π × 6 × 6

straal = diameter : 2
= 12 : 2 = 6 m

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65
- 3.5 opgave 78 t/m 81; 88 t/m 91

KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,

- 3.4 opgave 46, 47, 56
- 3.5 opgave 64, 65, 66, 71, 72

Deze les

  • Herhaling vlakke figuren

  • Uitleg ruimtelijke figuren

  • Zelf aan de slag


omtrek cirkel = π × diameter

oppervlakte cirkel = π × straal × straal

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte

Bereken de oppervlakte van de voorkant van het huis.

omtrek cirkel = π × diameter

oppervlakte cirkel = π × straal × straal

oppervlakte rechthoek = lengte x breedte

oppervlakte driehoek = zijde x hoogte : 2

oppervlakte parallellogram= zijde x hoogte

Bereken de oppervlakte van het grasveld.

4 m

7 m

15 m

Kubus: Wat is bijzonder aan een kubus?

Je ziet hier kubusvormige doos.
Bereken de oppervlakte van één zijvlak.

30 cm

30 cm

30 cm

Als je de doos open vouwt,
krijg je een uitslag:

Bereken hoeveel cm² karton er nodig is voor de doos.

Voor je ligt een lege wc rol.
Knip de wc rol recht open.
Welk figuur herken je hierin?

Bereken de oppervlakte van de rol.

Je ziet hier een cilindervormig speelkussen.
Bereken hoeveel dm² stof er nodig is om dit kussen te bekleden.

6 dm

2 dm

Zelf aan de slag







Hoe? Zelfstandig in je boek.

Klaar? Nakijken

Lezen / tekenen

B: Maak
- 3.3 opgave 49, 52, 54, 55
- 3.4 opgave 62, 63, 65
- 3.5 opgave 78 t/m 81; 88 t/m 91
- 3.6 opgave 96, 97, 98

KT: Maak
- 3.3 opgave 35, 36, 39,

- 3.4 opgave 46, 47, 56
- 3.5 opgave 64, 65, 66, 71, 72
- 3.6 opgave 80, 81, 84, 85