3.1 Rekenvolgorde

H3 Getallen
  • Begrippen: som-verschil-product-quotiënt
  • Rekenvolgorde
1 / 25
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

H3 Getallen
  • Begrippen: som-verschil-product-quotiënt
  • Rekenvolgorde

Slide 1 - Slide

Begrippen
som ( optellen + )
verschil ( aftrekken - )
product ( vermenigvuldigen x )
quotiënt ( delen : )

Slide 2 - Slide

Som
Wanneer je getallen bij elkaar optelt  spreek je van een som.
Som is het resultaat van optellen.

Slide 3 - Slide

voorbeeld
De som van 5 en 7 is 12
5+7=12

Slide 4 - Slide

Voorbeeld
Het verschil tussen 7 en 5 is 2.
7-5=2

Slide 5 - Slide

Verschil
Wanneer je getallen van elkaar aftrekt spreek je van een verschil.
Verschil is het resultaat van aftrekken.

Slide 6 - Slide

Product
Wanneer je getallen met elkaar vermenigvuldigd spreek je van een product.
Product is het resultaat van vermenigvuldigen

Slide 7 - Slide

Voorbeeld
Het product van 2 en 3 is 6
2x3=6

Slide 8 - Slide

Quotiënt
Wanneer je getallen door elkaar deelt spreek je van een quotiënt.
Quotiënt is het resultaat van delen

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
Het quotiënt van 15 en 3 is 5
15:3=5

Slide 10 - Slide

Bereken de som van 17 en 4

Slide 11 - Open question

Bereken het verschil van 56 en 18

Slide 12 - Open question

Bereken het product van 12 en 5

Slide 13 - Open question

Bereken het quotiënt van 18 en 6

Slide 14 - Open question

Maak nu opgave 2 en 3 op blz. 96

Slide 15 - Slide

Rekenvolgorde
Bij het berekenen van sommetjes moeten we gebruik maken van rekenvolgorde. Doen we dit niet dan krijg je vaak een verkeerd antwoord.

Slide 16 - Slide

Laten we eens kijken de volgende sommetje:
2 + 3 x 4 =

Wat zijn de mogelijke uitkomsten?
2 + 3 x 4 = 20
of
2 + 3 x 4 = 14

Slide 17 - Slide

Er kan maar één uitkomst de juiste zijn.
Maar welke?

Daarvoor moeten we eerst de rekenvolgorde leren.

Slide 18 - Slide

De volgorde
  1.  Haakjes (reken uit wat tussen haakjes staat)
  2. Machtsverheffen en Worteltrekken
  3. Vermenigvuldigen en Delen
  4. Optellen en Aftrekken

Regel 2 gaan we voorlopig nog niet gebruiken. Leren we gebruiken in een ander hoofdstuk

Slide 19 - Slide

Wat is dan de uitkomst op de berekening 2 + 3 x 4 
             
Eerst kijken naar regel 1. Geen haakjes. 
Dan kijken naar regel 2, maar dat hoeft nog niet. 
Vervolgens kijken naar regel 3 of er een vermenigvuldiging of deling zit in de berekening. Zo ja, dan voer je die als eerst uit.
Als laatste kijk je dus of je kan optellen of aftrekken.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Het enige en juiste antwoord is op de berekening 
2 + 3 x 4 = 14

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Nu zelf oefenen...
Maak opgave 6 blz. 97

Slide 25 - Slide