This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
H15
15.2 Tijd omrekenen
Slide 1 - Slide
Lesdoel
Aan het eind van de les weet je hoe je uren naar minuten kunt omrekenen en hoe je minuten naar seconden omrekent.
Slide 2 - Slide
Wat weet je nog?
Slide 3 - Slide
Hoeveel dagen heeft een 1 jaar?
A
370
B
55
C
52
D
365
Slide 4 - Quiz
Hoeveel dagen heeft een maand?
A
45
B
30 of 31
C
24
D
33
Slide 5 - Quiz
Hoeveel dagen hebben wij in een week?
A
5
B
6
C
7
D
8
Slide 6 - Quiz
Hoeveel uur zit er in een dag?
A
24
B
12
C
48
Slide 7 - Quiz
Tijd aangeven
Seconden, minuten en uren
Dagen en maanden
Slide 8 - Slide
1 dag
1 minuut
1 uur
60 seconden
60 minuten
24 uur
Slide 9 - Drag question
omrekenen hoe doe je dat?
Maaike doet aan handbal. Een wedstrijd bestaat uit 2 helften. De wedstrijd duurt een uur. Hoeveel minuten duurt een wedstrijd?
Welke informatie hebben we nodig om de som uit te rekenen?
Slide 10 - Slide
Maaike doet aan handbal.
De wedstrijd duurt een uur. Maaike moet zaterdag 2 wedstrijden handballen. Hoeveel minuten handbalt Maaike?
Slide 11 - Slide
minuten naar seconden
Jessica zet een beker melk in de magnetron. Deze beker moet 2 minuten in de magnetron op 800 watt. Hoeveel seconden moet de melk in de magnetron?
Welke informatie hebben we nodig om de som uit te rekenen?
Slide 12 - Slide
maanden naar jaren omrekenen
Bobbie neemt een nieuw telefoon abonnement. Hij gaat €60 per maand betalen. Het abonnement duurt 24 maanden. Wat is de looptijd van het abonnement in jaren?
Welke informatie hebben we nodig om de som uit te rekenen?
Slide 13 - Slide
Aan de slag
Opdr 12 t/m 21 blz. 103
Ben je klaar? Laten zien en nakijken.
Daarna werkblad klok maken.
Slide 14 - Slide
2 jaar is ......maanden
A
12
B
21
C
24
D
6
Slide 15 - Quiz
2 minuten is ........... seconden
A
90
B
120
C
60
Slide 16 - Quiz
Luuk heeft een lening afgesloten voor 36 maanden. Hoeveel jaar loopt de lening?