This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Piramide van aantallen
met andere woorden: Geeft weer uit hoeveel organismen een schakel in de voedselketen bestaat.
Is niet altijd een piramidevorm
Slide 2 - Slide
2 Piramides schematisch weergegeven
Slide 3 - Slide
Biomassa
Biomassa= het totale gewicht van alle energierijke stoffen in een organisme (koolhydraten / eiwitten / vetten)
Slide 4 - Slide
- hoeveel biomassa per
schakel...
- elke schakel is lichter...
Piramide van biomassa
Slide 5 - Slide
2 voorbeelden
Slide 6 - Slide
Elke schakel heeft energieverlies door:
- verbranding( bijvoorbeeld voor: warmhouden, voor beweging, etc.)
-uitscheiding (uitwerpselen)
- afgestorven onderdelen
Slide 7 - Slide
Piramide van biomassa
heeft altijd:
een piramidevorm
(Want per schakel gaat er energie verloren)
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Waar verwacht je een piramide van aantallen die GEEN piramide vorm heeft?
A
Bos
B
Weiland
Slide 10 - Quiz
Waarom heeft piramide van biomassa altijd een piramide vorm
A
Er zijn meer predatoren
B
Er zijn altijd meer producenten
C
Er gaat per schakel energie verloren
Slide 11 - Quiz
Kies de juiste pijlen om een voedselweb te maken
Slide 12 - Drag question
Vul in het schema van het voedselweb de volgende organismen op de juiste plaats in (zie afbeelding).
muggenlarve
snoek
kikkervisje
waterkever
baars
algen
Slide 13 - Drag question
Een juiste voedselketen is:
A
konijn-> havik-> vos
B
gras <- konijn <- vos
C
gras -> konijn -> havik -> vos
D
vos -> havik -> konijn ->gras
Slide 14 - Quiz
Van welke orde zijn vleeseters?
A
consumenten 1ste orde
B
consumenten 2e orde
Slide 15 - Quiz
Zie afbeelding; Autotroof of heterotroof?
A
autotroof
B
heterotroof
Slide 16 - Quiz
Bamboe is (1) en een panda is (2)
A
(1) autotroof
(2) autotroof
B
(1) autotroof
(2) heterotroof
C
(1) heterotroof
(2) autotroof
D
(1) heterotroof
(2) heterotroof
Slide 17 - Quiz
Piramide van aantallen
Piramide van biomassa
Slide 18 - Drag question
Een 1e orde consument:
A
Wordt gegeten
B
Eet de plant en wordt dan gegeten
C
Staat aan de top van een voedselpiramide
Slide 19 - Quiz
Hoe lang is de langste voedselketen in dit voedselweb?
A
7 schakels lang
B
6 schakels lang
C
5 schakels lang
D
8 schakels lang
Slide 20 - Quiz
Wat bestuderen we in de ecologie?
A
In de ecologie bestuderen we alle relaties (betrekkingen) tussen organismen en hun milieu
B
In de ecologie bestuderen we een milieu
C
In de ecologie bestuderen we de invloeden die afkomstig zijn van de levende natuur
D
In de ecologie bestuderen we de wisselwerkingen binnen een populatie
Slide 21 - Quiz
Wat staat er altijd onderaan de voedselpiramide? En wat bovenaan?
A
Onder: toppredator
Boven: consument
B
Onder: producent
Boven: toppredator
C
Onder: consument
Boven: producent
D
Onder: toppredator
Boven: producent
Slide 22 - Quiz
de biotische en abiotische factoren die invloed kunnen hebben op de populatie staan hieronder aangegeven. Maar bij welke soort horen ze? biotisch of abiotisch
Biotisch
Abiotisch
Temperatuur
ziekteverwekkers
Aanwezigheid roofdieren
hoeveelheid water
Slide 23 - Drag question
Hoeveel planteneters zijn er in dit voedselweb?
A
2
B
3
C
5
D
6
Slide 24 - Quiz
Piramide van aantallen
Piramide van biomassa
Slide 25 - Drag question
Op een zonnige zomerdag kom je in het bos dieren tegen. Zo zie je een vos jagen op eekhoorntjes. Eekhoorntjes voeden zich met beukennootjes die van beukenbomen vallen.
In de tekst worden voedselrelaties beschreven. Van deze voedselrelaties wordt een piramide van biomassa gemaakt.
In welke tekening zie je de piramide van aantallen van het beschreven bos?
A
B
C
Slide 26 - Quiz
De 'piramide' hiernaast is een piramide van...
A
Aantallen
B
Biomassa / energie
C
Dat kan je niet zeggen
D
Zowel aantallen als biomassa
Slide 27 - Quiz
Heeft een piramide van aantallen altijd een piramide vorm? Waarom
A
Ja, want het geeft altijd de schakels in de juiste volgorde weer
B
Ja, want het aantal individuen in elke schakel wordt altijd kleiner
C
Nee, want het aantal individuen kan groter zijn in de volgende schakel
D
Nee, want de schakels van een voedselketen kunnen soms in een andere volgorde staan
Slide 28 - Quiz
accumulatie is ...
A
Bacteriën doorgegeven aan volgende schakel
B
Totale hoeveelheid energierijke stoffen in een organisme
C
Opeenhoping van giftige stoffen
D
Elke voedselbron in een voedselketen
Slide 29 - Quiz
Accumulatie komt vooral voor bij prooidieren
A
juist
B
onjuist
Slide 30 - Quiz
Bij welk niveau is de accumulatie het grootste probleem?
A
producent
B
consument 1ste orde
C
consument 2de orde
D
consument 3de orde
Slide 31 - Quiz
Welk van deze antwoorden bestaat alleen uit biotische factoren?
A
Individu, populatie, biotoop
B
Populatie, biotoop, ecosysteem
C
Levensgemeenschap, biotoop, individu
D
Levensgemeenschap, populatie, individu
Slide 32 - Quiz
Accumulatie is ...
A
.. het ophopen van gifstoffen
in het milieu
B
.. het afbreken van gifstoffen
door het milieu
C
.. het afbreken van gifstoffen
door een ziekteverwekker