Economie 3K H1 weet je het nog? les 2 HSX

 H1 weet je het nog? HSX
1 / 31
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, kLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

 H1 weet je het nog? HSX

Slide 1 - Slide

Deze les
Uitleg begrippen , gemiddelde en percentage.
Werken aan opdrachten
Nakijken
Huiswerk.

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Je kunt de begrippen van deze les uitleggen.
Je kunt een gemiddelde uitrekenen.
Je kunt een percentage omrekenen naar een aantal of bedrag.

Slide 3 - Slide

Begrippen

Slide 4 - Slide

Leg uit  1/2
Basisbehoeften

Slide 5 - Slide

Wat je nodig hebt om te kunnen leven. Denk aan eten, drinken, kleding en woonruimte

Slide 6 - Slide

Leg uit 1/2
behoeften

Slide 7 - Slide

Alles wat je nodig hebt of graag wil hebben

Slide 8 - Slide

Leg uit 1/2
Commerciële invloed

Slide 9 - Slide

De invloed van winkeliers en fabrikanten op wat je koopt.

Slide 10 - Slide

Leg uit 1/2
Consumeren

Slide 11 - Slide

Goederen of diensten kopen voor je eigen behoeften.

Slide 12 - Slide

Leg uit 1/2
Diensten

Slide 13 - Slide

Niet-tastbare producten. Iemand voorziet in jouw behoeften door iets voor jou te doen. 
Denk aan schoonmaken, vervoeren, schilderen, repareren.

Slide 14 - Slide

Leg uit 1/2
Goederen

Slide 15 - Slide

Tastbare producten. Je kunt het aanraken.

Slide 16 - Slide

Leg uit 1/2
Reclame

Slide 17 - Slide

Winkeliers en fabrikanten trekken je aandacht voor hun product

Slide 18 - Slide

Leg uit 1/2
Sociale invloed

Slide 19 - Slide

De invloed van andere mensen op wat je koopt

Slide 20 - Slide

Einde begrippen

Slide 21 - Slide

Gemiddelde berekenen
Hoe bereken je het gemiddelde?
Je telt op wat het totaal is en je deelt dit door het aantal .. deelnemers/onderdelen, enz.

Zie de volgende sheet voor een voorbeeld.

Slide 22 - Slide

Het gemiddelde
Jan heeft 10 euro, Piet heeft 15 euro en Tina heeft 5 euro.
Samen hebben ze 30 euro.

Gemiddeld hebben ze: 30 gedeeld door 3 = 10 euro.

Slide 23 - Slide

Percentages
We gaan een percentage omrekenen naar een getal of een bedrag. 

Het kan telkens op 2 manieren. 

Slide 24 - Slide

percentages omrekenen
Manier 1

een procent is een honderdste deel van iets. 15% is dus 15 honderdste. Als decimaal schrijf je dat als 0,15. 

Als je dus 15% van 40 wil hebben doe je 0,15 x 40 = 6

Slide 25 - Slide

percentages omrekenen
Manier 2
Een procent is een honderdste deel. Als je dus 15% wil hebben dan deel je het getal door 100. Dan heb je 1%. Vervolgens vermenigvuldig je dit met het doelpercentage.
Voorbeeld: 
15% van 40 = 40:100= 0,4 (=1%)
15 x 0,4 = 6

Slide 26 - Slide

Einde uitleg

Slide 27 - Slide

Maken / huiswerk
Maak nu pagina 8 en 9
Als je klaar bent leer je de begrippen op pagina 8

Schrijf het huiswerk in je agenda!

Slide 28 - Slide

Lesdoelen
Je kunt de begrippen van deze les uitleggen.
Je kunt een gemiddelde uitrekenen.
Je kunt een percentage omrekenen naar een aantal of bedrag.

Slide 29 - Slide

EINDE

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide