A2 Thema 2 Les 2.6

A2 Thema 2 Les 2.6

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalISK

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

A2 Thema 2 Les 2.6

This item has no instructions

Woorden

het nieuws de lente

de brand gemiddeld

gevaarlijk ongeluk

de brandweer gebeurd

het vuur

de boer, de boeren

procent

gisteren

door

ziekte


This item has no instructions

Het Nieuws

Betekenis: Informatie over wat er is gebeurd in de wereld of in Nederland.
In de krant of op tv (journaal)
Voorbeeld: Ik kijk elke avond naar het nieuws op televisie.

This item has no instructions

This item has no instructions

De Brand

  • Betekenis: Een groot vuur dat iets kapotmaakt, bijvoorbeeld in een huis of bos.

  • Meervoud: de branden

  • Voorbeeld: Het huis staat in brand.

This item has no instructions

Gevaarlijk

  • Betekenis: Niet veilig; iets wat pijn kan doen of schade kan geven.

  • Voorbeeld: Het is gevaarlijk om door rood te rijden.

  • Tegenovergestelde: veilig

This item has no instructions

De Brandweer

  • Betekenis: De mensen die het vuur blussen bij een brand.

  • Man = brandweerman

  • Vrouw = brandweervrouw

  • Voorbeeld: De brandweer kwam snel om het vuur te blussen.

This item has no instructions

Het Vuur

Betekenis: Vlammen die warmte geven; wat brandt.

Meervoud: de vuren

Voorbeeld: Het vuur in de open haard is mooi.

This item has no instructions

De Boer

  • Betekenis: Iemand die werkt op het land en dieren of planten heeft.
    Meervoud: de boeren

  • Man = de boer

  • Vrouw = de boerin

  • Voorbeeld: De boer melkt de koeien elke ochtend.

This item has no instructions

Het procent

  • Betekenis: Een deel van honderd (1% = één van de honderd = 1/100).

  • Meervoud: de procenten

  • Voorbeeld: Twintig procent van de mensen drinkt geen koffie.

This item has no instructions

Gisteren

  • Betekenis: De dag vóór vandaag.

  • Voorbeeld: Gisteren was het mooi weer.

  • Tegenovergestelde: morgen

This item has no instructions

De Ziekte

  • Betekenis: Als je lichaam niet goed werkt, iets in je lichaam waardoor je je niet goed voelt

  • Meervoud: de ziekten of ziektes

  • Voorbeeld: Griep is een bekende ziekte.

  • Tegenovergestelde: De gezondheid

This item has no instructions

Door

  • Betekenis: Omdat, vanwege. De oorzaak van iets.

  • Voorbeelden

  • Door de vertraging ben ik te laat op school.

  • De bus komt niet door een ongeluk op de weg.

  • De trein heeft vertraging door sneeuw op het spoort.

  • Het is warm door de zon.

This item has no instructions

Door

Voorbeeldzinnen


  1. Het gaat weer beter met Pieter door ...

  2. Lars kan vandaag niet sporten door ...

  3. Mijn bril is nat door ...

  4. Hij kan niet meer lopen door ...

  5. Zij ligt vaak op bed door ...

  6. Arnold komt te laat door ...

This item has no instructions

De Lente

  • Betekenis: Het seizoen na de winter, als bloemen groeien en het warmer wordt.

  • Meervoud: de lentes

  • Voorbeeld: In de lente bloeien de tulpen.

This item has no instructions

Gemiddeld

  • Betekenis: Niet veel en niet weinig; in het midden.

  • Voorbeeld:

  • De mannen in Nederland zijn gemiddeld 1 meter 80 lang.

  • De gemiddelde temperatuur in de zomer is 25 graden.

  • De gemiddelde temperatuur in de winter is 2 graden.

This item has no instructions

Ongeluk

  • Betekenis: Een gebeurtenis waarbij iets fout gaat of iemand pijn krijgt.

  • Meervoud: de ongelukken

  • Voorbeeld: Er was een ongeluk met de auto.

This item has no instructions

Gebeuren

  • Werkwoord: gebeurt, gebeuren

  • Als het in het verleden is: gebeurd

  • Betekenis: Plaatsvinden; iets dat gebeurt.

  • Vaak staat er bij het werkwoord:

    • Er gebeurt iets.

    • Er gebeurde een ongeluk.

    • Wat is er gebeurd?

This item has no instructions

Er zijn 3 onderwerpen.

Schrijf per onderwerp de belangrijkste informatie op. Je krijgt 5 minuten om met elkaar te overleggen. samen vertel je de hoofdpunten.




5

minute

00

second

This item has no instructions

brand, gevaarlijk, vuur, procent, gisteren