3 VWO herhaling blok 1 betrekkelijk MIA

Deze les
bijwoorden
betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
hoofd- en bijzin
verbanden in de tekst
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary Education

This lesson contains 11 slides, with text slides.

Items in this lesson

Deze les
bijwoorden
betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
hoofd- en bijzin
verbanden in de tekst

Slide 1 - Slide

bijwoord
Een bijwoord is een woord dat informatie geeft over een ander woord in de zin of een ander deel van de zin.

Dat is heel erg leuk. Wat is het bijwoord? 

Slide 2 - Slide

voornaamwoordelijk bijwoord
twee delen:
Deel 1: er, hier, waar, daar
Deel 2: een voorzetsel
Kunnen gescheiden in de zin staan.

Wat vind je daarvan?
Hebben nooit betrekking op personen!



Slide 3 - Slide

Waar staat het vnw. bw.?
Mijn ouders zijn daar erg tevreden over.

Slide 4 - Slide

Betrekkelijk voornaamwoord
die, dat, wat, wie

Leerlingen die goed hun best doen, komen er wel!

Wat is het betr. vnw?
wat is het antecedent?

Slide 5 - Slide

wat
overtreffende trap (Het beste wat ik ooit gezien heb)
iets vaags (Alles wat je moet kennen, staat in je boek)
een hele zin (De leerlingen hebben goed geleerd, wat ze ten goede zal komen)

Slide 6 - Slide

met ingesloten antecedent
Soms staat het antecedent niet in de zin. 
Testje, ist het te verwisselen?
wie - degene die
wat - dat wat

Wie dat nog een keer doet, gaat zich melden.
Wat ze daarmee bedoeld is niet duidelijk.

Slide 7 - Slide

hoofd- en bijzin
Hoofdzinnen kunnen los van elkaar bestaan.
De leerlingen uit de klas gingen naar school en ze deden erg hun best. 
De leerlingen uit de klas gingen naar school om goed hun best te doen.
Onderschikkend vw: hoofd- en bijzin
Nevenschikkend vw: hoofdzinnen

Slide 8 - Slide

oefening
Wat ze daarmee bedoelt is niet duidelijk.

Slide 9 - Slide

verbanden in de tekst
blz. 39

Voorbeeld:

Als je goed meedoet in de les, is het makkelijker om een voldoende te halen.

Slide 10 - Slide

Wat te doen
cambiumned.nl
youtube!!!!!
zelftoets

SUCCES!

Slide 11 - Slide