3.5

5. Drugs
1 / 26
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

5. Drugs

Slide 1 - Slide

Terugblik
Wat is een verslaving? 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Doel van de les
  • Je kunt drugs verdelen in groepen, de werking beschrijven en voorbeelden noemen.
  • Je kunt omschrijven wat cannabis is. Je kunt de effecten noemen van het gebruik van cannabis op korte en op lange termijn.

Slide 4 - Slide

Waarom moet je dit leren? 
  • Je leert dit zodat je weet wat drugs zijn en wat ze met je lichaam en hoofd doen.
  • Je trapt minder snel in onzinverhalen van anderen.
  • Je kunt betere keuzes maken voor jezelf.
  • Je weet wat je moet doen als je er ooit mee te maken krijgt.
  • Je staat sterker als iemand zegt: “doe niet zo moeilijk, het kan geen kwaad.”

Slide 5 - Slide

Hoe ziet de les er uit? 
Terugblik
Doelen
Uitleg
Samen oefenen
Aan het werk
Afsluiting

Slide 6 - Slide

uitleg 

Slide 7 - Slide

Wat zijn drugs? 
Drugs zijn middelen die gebruik worden om een fijn gevoel te krijgen. 

Ze beinvloeden voornamelijk je hersenen.

Drugs kunnen ook gevaarlijk zijn. 

Slide 8 - Slide

Invloed van drugs
De invloed van drugs is afhankelijk van 4 dingen:

1. De hoeveelheid die je inneemt
2. Hoe je je op dat moment voelt
3. De omgeving
4. De soort drugs die je gebruikt

Slide 9 - Slide

Invloed
Drugs kunnen op verschillende manieren invloed hebben:

Stimulerend
Verdovend
Veranderend van bewustzijn

Slide 10 - Slide

Stimulerend
- je hartslag gaat omhoog
- je wordt actiever
- spieren spannen zich aan
- bloeddruk gaat omhoog

we noemen dit UPPERS 
(cocaine, amfetamine, tabak, koffie)

Slide 11 - Slide

Verdovend
Deze middelen werken kalmerend. 
Je wordt er rustiger van. 
Ademhaling en hartslag gaan omlaag. 

we noemen deze drugs DOWNERS
(heroine, GHB, alcohol, slaapmiddelen)

Slide 12 - Slide

Verandering van bewustzijn
Sommige middelen hebben invloed op je bewustzijn. 
Het bewustzijn neemt dingen waar. 
Deze drugs zorgen ervoor dat je dingen anders waarneemt. 

Dit soort drugs noemen we TRIPPERS
(denk aan LSD, Hasj, wiet, paddo's)

Slide 13 - Slide

Softdrugs

* minder gevaarlijk dan harddrugs
* mag worden verkocht in NL
* gedoogd

voorbeelden: hasj, wiet, slaapmiddelen 
Harddrugs

* zijn gevaarlijker dan softdrugs
* mogen niet worden verkocht in NL
* verkoop ervan is strafbaar

voorbeelden: heroine, cocaine, xtc, GHB 

Slide 14 - Slide

Cannabis
  • Afkomstig van de hennepplant
  • Werkzame stof is THC (Tetrahydrocannabinol)
  • Je kunt het roken maar ook eten ( spacecake)

Slide 15 - Slide

3 mogelijke gemoedstoestanden
1: high. Dan ben je opgewekt en energiek/fantasierijk
2: stoned. Dan ben je loom en ontspannen
3: flippen. Of ''bad trip''. Dan ben je ziek of angstig.

Slide 16 - Slide

Effecten cannabis 
(korte en lange termijn)
  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Slaperigheid
  • Angst
  • Geheugenproblemen
  • Depressies
  • Psychoses 
  • Longkanker

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

samen oefenen

Slide 19 - Slide

Wat is waar?
A
Drugs zijn altijd illegaal
B
Je kunt drugs overal kopen als je 18 jaar bent
C
In Nederland mag je alle drugs op zak hebben.
D
drugs hebben invloed op de werking van je hersenen.

Slide 20 - Quiz

wat is geen softdrugs?
A
hasj
B
wiet
C
slaapmiddelen
D
xtc

Slide 21 - Quiz

wat is hallucineren?
A
dingen zien of horen die er niet echt zijn
B
veel praten
C
diep nadenken
D
het kweken van wiet

Slide 22 - Quiz

Zelfstandig werken

Slide 23 - Slide

opdrachten maken
 
blz. 102-107
opdracht 25 -30

Slide 24 - Slide

Hoe ging de les? 
Heb je nieuwe informatie gekregen? 
Heb je de vragen zelfstandig kunnen maken? 
Heb je nog vragen over de lesstof? 
Heb je de doelen behaald? 

Slide 25 - Slide

Doelen: 
  • Je kunt drugs verdelen in groepen, de werking beschrijven en voorbeelden noemen.
  • Je kunt omschrijven wat cannabis is. Je kunt de effecten noemen van het gebruik van cannabis op korte en op lange termijn.

Slide 26 - Slide