begrijpend lezen les 2: leesstrategieën, onderwerp/deelonderwerp/alinea

 Begrijpend lezen 
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

 Begrijpend lezen 

Slide 1 - Slide

Deze les

  • lezen
  • korte terugblik op tekstsoorten en tekstdoelen
  • indien er tijd over is en er goed en in stilte is gewerkt: Film Wonder




Slide 2 - Slide

Deze les ga je...
....de verschillende leesstrategieën ontdekken
....onderwerp van een tekst bepalen

Slide 3 - Slide

Lezen
10 minuten
timer
10:00

Slide 4 - Slide

vorige les heb je geleerd...

  • Welke 5 tekstdoelen we hebben.
  • Welke 5 tekstsoorten daarbij horen.
  • Hoe je weet voor welk publiek een tekst is geschreven.

Slide 5 - Slide

Aan het einde van de les...
  • kan je door middel van (d.m.v.) oriënterend lezen het onderwerp van een tekst kunnen bepalen
  • weet je wat een alinea is
  • kan je passende tussenkopjes bedenken
  • weet je wat een deelonderwerp is.

Slide 6 - Slide

Leesstrategieën
- Zoekend lezen
- Oriënterend lezen
- Globaal lezen
- Grondig en intensief lezen
- Studerend lezen
- Kritisch lezen

Slide 7 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Zoekend lezen                               informatie opzoeken

Je gebruikt:
inhoudsopgave, register, trefwoorden

Voorbeeld > woordenboek

Slide 8 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Oriënterend lezen                        1e indruk krijgen van een tekst

Je gebruikt:
Titel, eerste paar zinnen(inleiding), tussenkopjes, laatste zinnen, anders gedrukte woorden, illustratie en bronvermelding.

Slide 9 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Globaal lezen                                 


Je gebruikt:
De eerste en laatste zinnen van elke alinea. De kernzinnen van alle alinea's in de kernzin staat meestal de hoofdzaak van de alinea.

Slide 10 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Grondig en intensief lezen       tekst helemaal begrijpen

Je gebruikt:
Aandachtig hele tekst lezen, zin voor zin. Tekst echt begrijpen. 
Wat is het onderwerp van de hele tekst? Wat zij de deelonderwerpen van elke alinea? Wat hebben de alinea's met elkaar te maken? Wat wil de tekst duidelijk maken? Welke zinnen zijn moeilijk? Lees die twee keer of lees ze zachtjes voor jezelf. Zoek de betekenis van de woorden die je nog niet kent.

Slide 11 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Studerend lezen                            tekst leren

Je gebruikt: 
intensief lezen met als extra doel: onthouden wat je hebt gelezen. Belangrijke zaken onderstrepen en/of aantekeningen bij maken. 

Slide 12 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                   
- Kritisch lezen                                  tekst beoordelen;waar/compleet

Je gebruikt:
Logisch nadenken en erachter komen of de informatie allemaal klopt. Dus andere teksten gebruiken om te vergelijken. 

Slide 13 - Slide

Leesstrategieën
Strategie                                             Leesdoel                                                 
Zoekend lezen                               informatie opzoeken
- Oriënterend lezen                        1e indruk krijgen van een tekst
- Globaal lezen                                  hoofdzaken uit tekst halen
- Grondig en intensief lezen       tekst helemaal begrijpen
- Studerend lezen                            tekst leren
- Kritisch lezen                                  tekst beoordelen;waar/compleet

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

ONDERWERP
  • Een tekst of een verhaal gaat ergens over.
  • Dit noem je het onderwerp van een tekst en wordt in 1 of enkele woorden opgeschreven.
  • Lees de tekst eerst oriënterend 
en stel dan de vraag: 
Waarover gaat de hele tekst?

Slide 16 - Slide

DEELONDERWERPEN
  • In een tekst kunnen verschillende dingen over een onderwerp gezegd worden.
  • Deze kleinere aspecten van het onderwerp zijn deelonderwerpen.
  • Meestal wordt er in één alinea één deelonderwerp behandeld.

Slide 17 - Slide

Voorbeeld: Onderwerp en deelonderwerp   

  • Tekst over wintersport.
  • Onderwerp: wintersport
  • Deelonderwerpen: wintersportgebieden, sneeuwconditie, kosten, drukte tijdens schoolvakanties

Slide 18 - Slide

Alinea's
  • Een tekst is meestal verdeeld in stukjes. Dit noemen we alinea's.

Slide 19 - Slide

Alinea's
  • Een alinea bestaat uit meerdere zinnen die allemaal over hetzelfde onderwerp gaan.

Slide 20 - Slide

Aan de slag!
Open LessonUp les 2.
maak slide 22 t/m 30.

Slide 21 - Slide

Wat zijn voorbeelden van tekstdoelen?
A
artikel, tijdschrift, krant
B
informeren, amuseren, activeren, overtuigen
C
informerende tekst, activerende tekst, amuserende tekst

Slide 22 - Quiz

Als het gaat om tekstdoelen, van wie is het dan het doel?
A
de docent Nederlands
B
de schrijver van de tekst
C
de lezer van de tekst
D
schrijver én lezer

Slide 23 - Quiz

Waarom is het goed om tekstdoelen te kunnen herkennen?
A
zo weet je wat de schrijver wil bereiken
B
om er meer van te kunnen begrijpen en te leren
C
dan word je niet te snel overtuigd of overgehaald
D
om teksten te beoordelen en er kritisch naar te kijken

Slide 24 - Quiz

Tekstsoorten

Doel van een reclametekst
A
Informeren
B
Je iets laten doen
C
Mening geven
D
Je iets leren

Slide 25 - Quiz

Tekstsoorten

Doel van een krantenbericht
A
Informeren
B
Je iets laten doen
C
Mening geven
D
Amuseren

Slide 26 - Quiz

Welke 2 tekstvormen horen bij activeren?
A
advertentie
B
nieuwsbericht
C
klachtenbrief in krant
D
poster

Slide 27 - Quiz

Welke tekstvormen horen bij een uiteenzettende tekst?
A
reclame, nieuwsbericht in de krant, handleiding
B
gedicht, schoolboekentekst, recept
C
recept, handleiding, schoolboekentekst
D
handleiding, gedicht, recept

Slide 28 - Quiz

Welke tekstvormen kunnen horen bij het tekstdoel ' overtuigen'. Kies de twee juiste antwoorden.
A
ingezonden brief
B
nieuwsbericht
C
recensie
D
roman

Slide 29 - Quiz

Huiswerk!
  • Download het boek Op Niveau (VWO 1)!
  • Maak vervolgens opdracht 1, 2 en 3 op bladzijde 33 en 40.
  • Maak de opdrachten in Word, noem dit document Huiswerk Nederlands en sla deze op.

  • Geen opdrachtenboek? Geen probleem! I GOT YOU!
  • Link naar opdrachtenboeken: https://tinyurl.com/awaw5jyd

Slide 30 - Slide