DP3 H4 4.2

1 / 27
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

✍️ Startopdracht in stilte (5 minuten)
Een klant loopt een winkel binnen en bekijkt een paar koptelefoons. De medewerker blijft achter de balie met een collega praten. Na een paar minuten vraagt de klant zelf om hulp. De medewerker zegt: “Ja, wat wil je weten?”

Vragen
  1. Wat doet de medewerker niet goed?
  2. Wat had hij eerder kunnen doen?
  3. Hoe zou jij het gesprek beginnen?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
Startopdracht
Terugblik
Koopgedrag
Boekopdrachten
Energizer
Praktijk
Exit ticket

HERHALEN → LEREN → OEFENEN → DOEN → TERUGKIJKEN




Slide 3 - Slide

“Vorige les ging het over presenteren. Vandaag gaan we een stap verder. Je krijgt niet altijd vijf of tien minuten om iets uit te leggen. Soms moet je iemand in heel korte tijd enthousiast maken.”

Slide 4 - Video

This item has no instructions

🎯Leerdoelen paragraaf 3.3/3.4

Aan het einde van de les kan ik...

  • uitleggen waar je op let tijdens een klantgesprek;
  • een open en professionele houding laten zien;
  • de vijf fasen van een klantgesprek herkennen;
  • een eenvoudige klantbehoefte onderzoeken met vragen;
  • uitleggen wat bijverkoop en plaatsvervangende verkoop betekenen.

Vandaag oefenen we niet alleen: WAT je zegt... maar vooral:
HOE je met een klant omgaat.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Even terug
Wat weet je nog?

Koopbehoefte = ...

Koopmotief = ...

Waarom zijn die twee belangrijk voor een verkoper?


Slide 6 - Slide

Wat weet je nog?

Koopbehoefte = ...

Wat iemand wil of nodig heeft.

Koopmotief = ...

De reden waarom iemand iets wil kopen.

Waarom zijn die twee belangrijk voor een verkoper?

Omdat je anders moeilijk een passend advies kunt geven.
Welke verkoper kies jij?
Verkoper A :  kijkt op zijn telefoon; zegt nauwelijks iets; kijkt de klant niet aan.

Verkoper B: kijkt de klant aan; begroet vriendelijk; laat de klant rustig kijken; biedt daarna hulp aan.

Vraag: Bij wie zou jij liever iets kopen?

Waarom?

Slide 7 - Slide

AIDA

Waar staan de letters voor?

A – Attention
I – Interest
D – Desire
A – Action

Extra:

Welke stap betekent:

“Koop hem vandaag!”

Action
Lichaamstaal
Lichaamstaal bepaalt voor een deel hoe jij overkomt.
Open houding
✅ rechtop staan
✅ oogcontact
✅ glimlachen
✅ rustig bewegen
Vermijd
❌ armen strak over elkaar
❌ wegkijken
❌ onderuit hangen
❌ ongeïnteresseerd kijken.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Hoe ga je met een klant om?
Een goede verkoper:

  • is vriendelijk;
  • luistert goed;
  • helpt graag;
  • blijft rustig;
  • toont respect;
  • spreekt de klant netjes aan.
Belangrijk
Helpen is iets anders dan opdringen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Productkennis
Kun je goed adviseren over een product waar je niets vanaf weet?
Ja/ Nee

Productkennis krijg je door:

collega's te vragen;
informatie te lezen;
internet te gebruiken;
producten zelf te proberen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Een klantgesprek heeft 5 fasen: fase 1
1. Gespreksopening

Begroet de klant.

vriendelijk;
oogcontact;
observeren;
hulp aanbieden op een passend moment.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Een klantgesprek: fase 2
2.Koopbehoefte onderzoeken

Ontdek:

wat zoekt de klant?
waarom?
welke wensen zijn belangrijk?

Gebruik:

OPEN VRAGEN + LUISTEREN

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Een klantgesprek: fase 3
3. De klant helpen kiezen

Laat mogelijkheden zien.

Vertel bijvoorbeeld over:

eigenschappen;
voordelen;
gebruik;
onderhoud;
verschillen.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Een klantgesprek: fase 4
4. Informeren en adviseren

Geef een eerlijk advies.

Leg uit:

waarom iets geschikt is;
welk voordeel het heeft;
hoe het aansluit bij de wensen van de klant.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Een klantgesprek: fase 5
5. Gespreksafsluiting

Rond het gesprek netjes af.

Bijvoorbeeld:

afrekenen;
product inpakken;
afspraken bevestigen;
bedanken;
vriendelijk afscheid nemen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Zet ze in de goede volgorde
Wat komt eerst?

A. De klant adviseren
B. De klant begroeten
C. De koopbehoefte onderzoeken
D. Het gesprek afsluiten
E. Producten laten zien


Slide 16 - Slide

Antwoord:

B → C → E → A → D

Slide 17 - Video

This item has no instructions

DE SLECHTSTE VERKOPER OOIT

Werk in tweetallen.

Opdracht
Leerling A is een klant.
Leerling B moet 20 seconden lang expres een verschrikkelijke verkoper zijn.

Bijvoorbeeld:
geen oogcontact;
ongeïnteresseerd;
veel te dichtbij staan;
klant onderbreken;
totaal niet luisteren.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Plaatsvervangende verkoop
Een klant wil een product, maar het is niet op voorraad.
Dan kun je een vergelijkbaar alternatief aanbieden.

Dat heet: PLAATSVERVANGENDE VERKOOP

Voorbeeld:
De zwarte sportschoen is uitverkocht.
Je laat een vergelijkbaar model zien dat dezelfde functie heeft.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

BIJVERKOOP
Je biedt iets extra's aan dat goed past bij wat de klant koopt.

Voorbeelden:
📱 telefoon → hoesje
👞 schoenen → schoensmeer
🔋 apparaat → batterijen
🚲 fiets → onderhoudscontract.

Belangrijk -> Bijverkoop moet:
NUTTIG ZIJN VOOR DE KLANT

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Bijverkoopchallenge
Wat zou je kunnen aanbieden bij:
1. een laptop?
2. nieuwe sneakers?
3. een fiets?
4. een gameconsole?

Werk 1 minuut met je buur.

Extra vraag
Wanneer wordt bijverkoop irritant?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Zelfstandig werken

1. Lees eerst de theorie goed (grijze gedeeltes in je boek)
2. Gebruik je markeerstift. Markeer alleen:
🟨 belangrijke begrippen & definities
🟨 stappen
🟨 dingen die je moet onthouden

Maak daarna:
  • paragraaf H4  §4.2: 8 t/m 15
  • Praktijkopdracht  H4
👉 Eerst lezen en begrijpen
👉 Daarna opdrachten maken

Slide 23 - Slide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
Zelfstandig werken

Klaar met een onderdeel?

✅ Pak het antwoordmodel bij de docent
✅ Kijk je antwoorden na
✅ Verbeter je fouten


👉 Eerst lezen & begrijpen → dan maken → daarna nakijken & verbeteren

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

DIT OF DAT?
Sta op!

Links = keuze A
Rechts = keuze B

Kies snel.

Slide 25 - Slide

DIT OF DAT?
Sta op!

Links = keuze A
Rechts = keuze B

Kies snel.

Dilemma's

Nike of Adidas?
iPhone of Samsung?
Merkkleding of goedkoper en net zo goed?
€100 nu of een cadeaubon van €150 voor je favoriete winkel?
Mooier product of goedkoper product?
Duurzaam of goedkoop?

Bij twee rondes vraag je:

Waarom koos je dit?

Daarmee kom je automatisch weer bij de koopmotieven.
PRAKTIJKOPDRACHT  
PRAKTIJK

Voer de praktijkopdracht van §4.2 uit volgens je boek.

Houd tijdens het werken deze vraag in je hoofd:

Wat wil de klant en waarom wil de klant dat?

Slide 26 - Slide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
✍️Exitticket
Welke fase hoort hierbij?

Een klant zegt: “Ik zoek een jas die waterdicht is en maximaal €100 kost.”

De verkoper vraagt: “Waarvoor gaat u de jas vooral gebruiken?”

  1. Welke fase van het klantgesprek is dit?
  2. Waarom is deze vraag handig?

Slide 27 - Slide

Antwoord: fase 2 – koopbehoefte onderzoeken.